609. P. Scholten1 aan O. Noordmans
Amsterdam, 19 october 1938
Zeer geachte Dr. Noordmans,
Reeds deze zomer sprak ik u over een voorlopig plan van een nieuw op te richten tijdschrift.2 Dit plan heeft thans vastere vorm aangenomen. De bedoeling is een centrum te scheppen voor diegenen, die op een of andere wijze de invloed der dialectische theologie hebben ondergaan (de naam Barthianen verfoeien wij) en die op grondslag van een hun aldus gefundeerde christelijke overtuiging de actuele vragen van staat en samenleving willen begrijpen. Het tijdschrift zal dus niet zijn uitsluitend theologisch, maar moet wel hebben principieel theologische grondslag. Het zal verder gewijd zijn aan vragen van staatsleer en politiek, maatschappijbeschouwingen en ethiek. Dit alles in zeer ruime zin genomen, dus ook kunst en wetenschap omvattend. Wij dachten ons een kleinere kring van redacteuren en daarnaast een grotere groep, die mede-verantwoordelijk is en een paar keer in het jaar bijeenkomt ter bespreking van principiële vragen. Verschijning: eens in de twee maanden. Met de uitgever Callenbach zijn voorlopige besprekingen geopend. Het plan is in elkaar gezet door de navolgende personen: Kraemer,3 Stufkens,4 Mr. van Walsum,5 Mr. C.L. Patijn6 en mijzelf. Deze vijf personen zouden ook de kleinere redactie vormen. Ik zou als voorzitter optreden, Patijn als secretaris. Nu wilden wij die kleinere redactie nog uitbreiden met drie personen en wel: in de eerste plaats met u zelf. En verder met mr. G.H. Slotemaker de Bruïne7 en dr. J. Koopmans.8 Mijn vraag is nu, of gij bereid zou zijn mee te werken. Wij hebben die medewerking broodnodig, omdat wij juist in u de aangewezen man zien om ten aanzien van de fundamentele grondslagen leiding te geven en omdat wij ook van uw kijk op de actuele vragen willen profiteren. Er zal vijf of zes keer in het jaar worden vergaderd, in de regel te Amsterdam. Liefst in de avond. Met dingen van administratie of correspondentie wordt gij uit de aard der zaak niet lastig gevallen. Het zal wel niet nodig zijn hieraan toe te voegen, dat ik persoonlijk het zeer op prijs zou stellen, indien gij deze uitnodiging aanneemt. Wijs haar in elk geval niet direct van de hand. Deze commissie komt ter verdere voorbereidingsbespreking bijeen op woensdag 26 october te 8 uur te mijnen huize. Mocht gij tegen dat uur bezwaar hebben dan kunnen wij wellicht nog wijziging brengen. Tenslotte hieronder nog een lijstje der namen van hen, die wij als de medeverantwoordelijken zouden willen vragen. Freule van Asch van Wijck,9 mr. Ph. Idenburg,10 mr. W.F. van Gunsteren,11 dr. Visser,12 dr. Visser ’t Hooft,13 prof. Schepper (Batavia),14 mr. Graaf van Randwijck (Batavia),15 H. van Randwijk (litterator),16 ds. Landsman,17 dr. Eijkman,18 mr. G.J. Scholten,19 ds. Diepersloot,20 dr. Locher,21 Wolfensberger,22 dr. Miskotte, ds. Touw,23 mr. Houwink,24 mr. Burger,25 dr. Rozemond,26 ds. van Ruler,27 prof. Berkelbach van der Sprenkel.28 Met hartelijke groeten, uw dw.
P.Scholten.
(AN)