768. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Leiden, maandag 4 november 1946
Hooggeachte Noordmans,
Aan uw beide brieven heb ik veel gehad, veel steun, troost, veel uitzicht. Ik dànk u uit de grond van mijn hart. Eerder dan nu kon ik het u niet zeggen; want wel was ik zeer gesterkt in de Geest, maar de zorg om mijn vier kinderen en de bezoeken aan de barak waren zó martelend, dat ’k aan anderen geen gedachte kon geven. Nu ik, met gedempte jubel, kan melden dat het levensgevaar niet meer acuut is, zoek ik even contact met u, warme, wijze pastor die ge zijt. Stroef gaat alles en soms lijk ik een slaapwandelaar door het lege huis en op het terrein van het ziekenhuis. Als u me nog eens iets zeggen wilt - dolgraag. Wat me op ’t ogenblik het meest kwelt, dat is het schuldgevoel tegenover mijn vrouw; het is onmogelijk daarover te spreken; de miskenning en verwaarlozing! hoewel alles in de uitingen zo goed en zuiver scheen. En vooral dit laatste jaar: de bevrijding, de politieke omschakeling,1 de benoeming in Leiden,2 het forensenleven van october-april,3 de verhuismeute, dat werk voor de Synode,4 de Waagschaal,5 de Commissies6 - o! het is zo erg, dat ik zelfs niet tràchten kan het goed uit te drukken. Bij Barth las ik gisteren (bij de voorbereiding van mijn college - want ik moet deze week weer beginnen) een passage, die me bijzonder toesprak, II, S. 7087 - vanaf ‘Daraus folgt einmal, dass es keinen Sinn hat, anklagend und schlagend oder auch in wehmütiger Sehnsucht ... auf die Vergangenheit zurückzublicken.’- en verder: ‘Wir würden es auch nicht besser machen, als wir es gemacht haben, wenn wir noch einmal von vorn anfangen könnten.’- Inderdaad, het gehéél, het pensum8 van onze schuld voor God zal zeker wel stabiel zijn - maar het wil er bij mij niet in, dat ik niet werkelijk, indien ik mijn onvergetelijke vrouw had mogen behouden, niet met meer aandacht en overgave naast haar zou hebben geleefd. - ‘Diese Sehnsucht geht in Jesus Christus... vorbei... Alles andere ist Sentimentalität und Zeitverlust und heimliche Einbildung dazu.’ Begrijpt u dat ik de applicatie van deze uitspraak op mijn schuld tegenover deze nááste niet kan voltrekken? Met hartelijke groeten en dank voor uw liefderijke voorbede, uw dw.,
K.H. Miskotte.
Hoe zal ik deze vier kinderen, als ze opduiken uit hun bewustzijnsslaap, op hun hoofd slaan met de vreselijke berichten! - wat zal er gebeuren in deze overgevoelige geesten? zelfs al stel ik het nog weken uit en leef gestadig voort? God gorde mij met wijsheid.
(AN)