Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

769. O. Noordmans aan K.H. Miskotte1

Lunteren, 7 november 1946

Waarde Miskotte,

Het deed mij goed te horen, dat de bewijzen van ons medeleven in uw leed u enige steun hebben gegeven. Ook hebben wij, na met spanning gewacht te hebben op berichten omtrent de overige patiënten, met grote vreugde vernomen, dat deze thans buiten acuut levensgevaar zijn.2 Wat u thans drukt, het gevoel een ontslapene in één of ander opzicht verwaarloosd te hebben, is een ervaring, die ook ons maar al te goed bekend is. Mijn overleden zoon was een abnormaal gesloten persoonlijkheid, een uiterst fijngevoelige, in voorname gereserveerdheid zich terugtrekkende figuur, die de grofheid miste, die er bijwijlen nodig is, om in deze wereld te verkeren. De behoefte aan fijnheid en zuiverheid van zulke naturen is onverzadigbaar en het blijft voor ons levenslang een schrijnend leed, als wij hem ons in herinnering terugroepen, kennelijk onvoldaan over wat het leven bood. Met ons verstand weten wij, dat wij hem dat niet hadden kunnen geven, en toch valt het als een beschuldiging op ons terug, dat wij de celeste sfeer niet konden scheppen, die zijn persoonlijkheid tot blijde openheid deed ontplooien. In verband met wat gij schrijft kom ik nu nog eens terug op de ontmoeting met uw vrouw op een zomeravond aan de rand van een landweg.3 Een enkel ogenblik maar stond ik daar met u beiden, maar ik zag de kleine groep sub specie aeternitatis.4 Het verwondert mij nu achteraf niet, dat uw vrouw door de gouden poort is ingegaan en dat gij als kruisdrager zijt achtergebleven. Er is, onder dat licht, eigenlijk niets in de verhouding veranderd. Het is volkomen natuurlijk. Natuurlijk sub specie aeternitatis. Men kan van zulke dingen geen rekenschap geven. Maar ik schrijf het u, opdat gij zoudt weten dat het kruis dat gij te dragen hebt, ook het kruis van het zelfverwijt behoort tot een vast levensplan, waarin de verhouding tot uw vrouw als onveranderlijke figuur was opgenomen en altijd zal blijven. Ik weet niet of deze dingen wel in een dogmatiek passen. Zij behoren tot de theologia unionis et visionis,5 waarvan ons in dit leven slechts enkele flitsen gegund zijn. Zulk een kruis u af te nemen zou verraad zijn aan het beste en hoogste wat er op aarde kan bestaan, al durf ik bijna met zekerheid wel te vermoeden, dat er burgerlijk en huiselijk wel geen enkele reden zal zijn, waarom gij het zoudt moeten dragen. Wij bidden met u, dat God u spoedig in de kring uwer overgebleven kinderen moge brengen tot stille en geduldige aanvaarding. Ook wij hebben een patiënte, een gehuwde dochter die met pleuritis bij ons thuis ligt en minstens een paar maanden het bed zal moeten houden. Houd u overtuigd van ons blijvend medeleven. Met hartelijke groet, Uw

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 768 (4.11.1946).↩

  2. 2

    Zie brief nr. 766 (19.10.1946).↩

  3. 3

    Herinnering aan het afscheid bij het bruggetje van Lochem, zie brief nr. 712 (30.7.1943).↩

  4. 4

    Lat.: in het licht der eeuwigheid.↩

  5. 5

    Lat.: theologie van de eenheid en de aanschouwing.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 768. K.H. Miskotte aan O. Noordmans8. Lunteren770. O. Noordmans aan J. Roodenburg →