914. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Lunteren, 3 october 1952
Waarde Miskotte,
Ik ben blij, dat je weer - hersteld - in ’t land terug bent. - Dit is de eerste keer, dat ik een brief met ‘Ik’ begin, sedert mijn moeder het mij verbood. - Pas ver in de zomer hoorde ik van je ongesteldheid en uitlandigheid. Je was - zo hoorde ik oververmoeid. - Nu herinner ik mij een brief van je - lang geleden - waarin voorkwam: ‘Mijn tijd is streng ingedeeld; ik houd mij nauwelijks staande.’1 Dat laatste geloofde ik toen maar half, want je maakte op mij steeds de indruk oersterk te zijn. Maar nu blijkt toch achteraf je kracht ook grenzen te hebben. Je loopt tegen de zestig; dat is nog piepjong, maar doe een klein reefje in het zeil; dat kan heel voordelig blijken te zijn. Ik was ook blij met je eerste artikel weer in In de Waagschaal.2 Daaruit merkte ik dat je weer helemaal ‘fit’ bent. De gedachte buigt weer om alle hoeken in al haar nuanceringen, zoals zij dat vermag boven die van de meeste anderen. - Het is met de vrijzinnigen toch eigenlijk een beetje een wanhopig geval. Altijd die grote buikzwaai om de rekstok der vrijheid: In het luchtledige; want wij leven voor 99% onder gezag. Dat ze daar nu nooit achter kunnen komen. - Er zijn er die het merken, maar de typisch-vrijzinnige weet het nog niet. - Ik las je artikel met groot pleizier en met instemming. Van harte gelukgewenst met je herstel. Het zal een heel ding geweest zijn een poosje te moeten afbreken. Maar het reconvalescent-zijn heeft ook z’n geneugten. Vooral als men dat bedrijf ter hand kan nemen in la douce France. Dat blijft toch, niettegenstaande alles, een allerchristelijkste natie, een oudste dochter der kerk, al moet men enige afstand nemen om het te zien. Waar is een tweede Pascal te vinden? Ontvang ook mijn gelukwensen bij het begin van de achtste jaargang van In de Waagschaal. Ik herinner mij nog je hoofdartikel in jaargang 1,1.3 Het blad handhaaft zich. Met hartelijke groeten,
O. Noordmans.
(AN)