862. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Leiden, 26 november 1949
Zeer vereerde Noordmans,
Dat ik niet eerder reageerde op Zoeklichten1 komt alleen van de spitsuren-reeks waaruit deze week was opgebouwd. U weet, hoe ik steeds op een dergelijke bundel heb aangedrongen. Nu ligt hij daar! en ik ben er erg blij mee. Veel daarvan heb ik indertijd gevonden en bewaard. Maar te weten, dat het nu algemeen toegankelijk is geworden, is een soort troost, want miskenning, onderschatting, ondankbaarheid en vergeten van kwaliteiten als de uwe, maken mij ongelukkig. En dat ik deze uw geestelijke gaven uit uw eigen hand nog eens mag ontvangen, geeft aan het gebeuren van deze publicatie een bijzondere nadrukkelijkheid. Merkwaardig hoe goed ‘Geloven op gezag’2 het nog doet. Overigens is m.i. ‘Het kerkelijk Dogma’3 het magnum opus in deze bundel. Daar liggen de nieuwe begrippen gesmeed, bijv. de pastorale dogmatiek - en daar begint dat besef te werken, dat we naar de armoede en de dwaasheid van het bijbelse woord en het incidentele handelen terugmoeten. ‘Psychologie en Evangelie’4 is m.i. onmiddellijk na ‘Het kerkelijk Dogma’ te noemen. - Daarna: ‘Het wezen der christelijke vrijheid’,5 beide meesterlijk van naïeve reflectie, als ik zo zeggen mag - en denken met het gevoel en een voelen met het denken, dat alleen mogelijk is als het gelóóf onze geest in beweging brengt en hem bewaart. Ik miste de stukken over Homerus,6 Pascal,7 Dickens,8 enz. - maar als ik onderstellen mag, dat ze voor een afzonderlijke bundel worden gereserveerd - dan lijkt me dat nog béter. Hartelijk dank - voor alles, uw dw.,
K.H. Miskotte.
(AN)