Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

940. O. Noordmans aan R. Dijkstra1

Lunteren, 30 april 1954

Waarde Dijkstra,

‘Taco’s Jeugd’2 heb ik aan één stuk gelezen. Ik begrijp dat het je een voldoening moet zijn, dit boek te hebben kunnen laten verschijnen. Ik wens je er van harte geluk mee, ik hoop, dat het tweede deel nog zal volgen. Het is bijzonder moeilijk, zich er rekenschap van te geven, in hoever dit boek literaire waarde heeft... Zoals het boek er nu ligt, lijkt het soms alsof de auteur zich daarin van zijn later leven heeft losgerukt en het Friese wereldje waarin hij was opgegroeid helemaal om en op zichzelf heeft laten draaien, helemaal op zijn Fries zonder het voorlopig karakter daarin te laten uitkomen. Dat Friese leven staat daar min of meer zelfbewust en zelfingenomen op eigen sap te gisten. Dat is tot op zekere hoogte, voor ieder die in die provincie is opgegroeid, de charme van het boek. Hij zal denken aan wat Keizer Wilhelm I na lezing van Frits Reuter’s Franzosen-Tid3 zei: ‘So waren die Leute damals’. De figuur van je vader doet het niet helemaal in je boek, die blijft te abstract, wat hij ook wel geweest zal zijn, maar toch waarschijnlijk niet in die mate. Je moeder komt veel beter uit, van haar figuur viel niets te maken, van wat zij niet zelve was. Ze is het centrum van de kracht en het licht waardoor en waarin de familie leefde. Maar afgezien van dit alles, heeft mij de inhoud van dit boek getroffen, als een beschrijving van een diepe weg, waarin God deze familie leidde. Men leert hier hoe de verpauperisering van Friesland, in die jaren 1880-1900 een maatschappelijk en kerkelijk redelijk goed geclasseerd gezin in een soort armhuis deed terechtkomen. Men verbaast zich er over met hoeveel rustige waardigheid deze weg wordt afgeschreden. Vele Friese boeren, vooral in het Noorden, grepen naar de strop en maakten er althans voor ’t gezinshoofd, een einde aan. Talloze anderen emigreerden. Hier gebeurt noch het een noch het ander, men aanvaardt de verarming, de verheffing in de arbeidersstand, als een leiding Gods. Men zou daarna een zeker quietisme kunnen vinden, een vrome lijdelijkheid, die geen ‘New deal’ weet in te zetten. Men neemt zijn middagslaapje en laat God zorgen. Maar de familie heeft ’s werelds gang, het slap worden van de economische koorden, dat Frits Reuter beschrijft in zijn ‘Ut mine Stromtid’ over zich laten gaan. Ze hebben met hun drieën f 12.50 per week verdiend en zich daarvoor dagelijks tot op ’t hemd nat laten regenen. Naast hen kraakt de wagen: Domela - Troelstra - Drees.4 Maar zij hebben zich daarvan weinig aangetrokken. De theorie van ‘Verelendung’, die ze zelf doormaakten, lokt hen niet. De naam ‘Marx’ klonk hen niet aangenaam in de oren. Christus en Plato, de kerk en de school hielden hun menselijke waardigheid in stand. Hier ligt de reinheid van ds. Dijkstra en zijn boek. In dit opzicht is het geen geromantiseerde herinnering, maar exacte beschrijving van een levensgang. Een weg uit de ‘Verelendung’ met behulp van de oeroude Europese middelen: kerk en school. Men hoort het Taco’s moeder zeggen, als er familieraad wordt gehouden voor de zorgelijke winter, waarin het gezin van f 5.- per week zal moeten leven en Jan Sytze vraagt, hoe het met Taco moet. Dan luidt het antwoord: ‘Die gaat Maandag weer naar school!’ De school, die meest conservatieve instelling van Europa, waarin 2000 jaar lang alles gelijk blijft, mensa, mensae, mensam, de school is voor de familie nog bereikbaar; de Normaalschool is ambulant. De kerk niet, dat kost, zegt oom Sytze, wel f 10.000.-. En zo begint het dan aan ’t eind van ’t boek met de school, het toelatingsexamen voor de Normaalschool. Er hangt in de Normaalschool - ik herinner mij de sfeer uit enkele contakten in die jaren - een eigenaardige duffe lucht. Potgieter5 is de Tacitus van deze school. Deze droeve dweper met Holland misgaat zich aan de melancholie van dit landschap en aan die van zijn mensen en aan de gedwongenheid van hun taal. Door deze poort gaat Taco de school binnen. De damp van het woord ‘rouwe’ (Er was rouwe op ’t Huis) slaat je tegen. De neerslachtigheid van een verwaterd humanisme. Denk dan verder aan de sommen van Radersma en Wisselink, met als schrikbeelden hier en daar een ‘vormsom’6 en men is er helemaal in. Merkwaardig, dat men op ’t examen natuurkunde liet schieten. De Europese school leidt van ouds op voor de rhetoriek, niet voor de realia. Men vraagt zich af, of deze Normaalschool een deur zal kunnen zijn om uit de ‘Verelendung’ te geraken. En daarachter die andere vraag of de kerk deze taak zal kunnen volbrengen. Maar ik moet eindigen, nu we aan deze kapitale vragen toe zijn. Taco weet er meer van, want hij heeft deze wegen afgeschreden. Hij zit er nog mee en wij allemaal. Europa waarheen? Met veel dank voor je boek. Je vriend

O. Noordmans.

(ADijkstra)

Noten

  1. 1

    R. Dijkstra, zie brief nr. 674 (18.7.1941), n. 1. Deze brief werd eerder gepuliceerd in IdW 21.4.1956.↩

  2. 2

    R. Dijkstra Taco’s Jeugd (Amsterdam 1954).↩

  3. 3

    Frits Reuter (1810-1874), Ut de Franzosen-Tid (1859) en Ut mine Stromtid (1862-64). Reuter beschrijft in ‘plattdeutsch’ het volksleven van de Franse en daaropvolgende tijd.↩

  4. 4

    F. Domela Nieuwenhuis (1846-1919), luthers predikant, legde zijn ambt neer in 1879, socialistisch leider; P.J. Troelstra, zie de brieven nrs. 140 (nov. 1897), n. 2 en 911 (6.2.1952), n. 25; W. Drees, zie brief nr. 846, n. 3.↩

  5. 5

    E.J. Potgieter, zie brief nr. 483 (29.12.1934), n. 4. Van Potgieter is het gedicht ‘Het Grootje van Eemnes’:

    ‘Er is rouwe op het huis,

    Er was rouwe in de kluis,

    Toen de Heer ons gebed had verworpen.’↩

  6. 6

    Radersma-Wisselink, vormsom. ⚑XXX↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 939. W.A. Hoek aan O. Noordmans8. Lunteren941. O. Noordmans aan UM Holland →