Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

951. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Lunteren, 24 september 1954

Waarde Miskotte,

Het is een heel ding, aan een zestigjarige reus een brief te moeten schrijven. Laat mij hem daarom eerst even mogen halveren tot bij de dertig. Dat brengt ons in ± 1924 en wel op een avond te Barchem, waar ik hem voor ’t eerst ontmoette. Hij had er gesproken over Jesàjà. En ik moest die avond ook iets te berde brengen.1 Toen ik arriveerde kwam hij op mij toe. Ik hoor nog de accenten boven de a’s van Jesàjà, die hij te berde bracht, die een zekere onrust verrieden. Dit is het enige wat ik mij van de kennismaking herinner. Na mijn lezing merkte hij op, dat dit niet Gereformeerd was. Dat was ook zo en hij had het onmiddellijk geroken. Het was onbewust-dialectisch. Maar het wordt tijd dat ik mijn figuur laat varen. Hartelijk gelukgewenst, Miskotte, met deze verjaardag. Ik heb alle reden de dag mee te vieren. Na Barchem hadden wij een intermitterend contact. Ik denk aan Bernanos’ Sous le soleil de Satan, dat je mij uit Meppel toezond2 met de opmerking dat het boek - zo voelde jij het - mij persoonlijk raakte. Ik zal geen verdere herinneringen ophalen. Ik moet mij spoeden om even stil te staan bij de betekenis van de 60-jarige. Ik zal daarbij niet vragen wat hij tot stand gebracht heeft; dat is niet het eerste wat opvalt. Maar wie is hij als cultuur-mens; als werker; en wat is zijn manier en methode. Ik ken in ons land niemand, die in staat is om, als gij, zo brede kennis, in zo luttele jaren, in cultuur te brengen. ‘Miskotte ruikt aan de boeken’, zei Aalders,3 naar aanleiding van je Joodsche Religie. Maar dat is nog niet het meest typerende. Gij hebt een byzondere manier om ze in cultuur te brengen. Gij brengt ze in een toestand van wat ik waarheidsbeoefening zou willen noemen. Oefening nu genomen in de oude betekenis van ‘colere’, bebouwen, den akker oefenen. De stof is, en komt onder het werk nog meer, in beweging. Zij raakt soms bijna in gasvormigen toestand. Er ontstaat een verwarrende aspecten-glinstering, die voor velen niet bij te houden is. Van mij zei iemand: ‘Noordmans denkt aan alles tegelijk’; hij had er moeite mee. Maar als de dingen in mijn gezichtsveld komen, zijn ze al in een veel stabieler periode dan bij U. Gij zijt geen gewone dominee of professor, maar een oefenaar, mystisch en lyrisch; één met de stof. Vandaar Uw spade en Uw kruin, o zestigjarige reus!. Met hartelijke groeten,

O. Noordmans

(AKHM)

Noten

  1. 1

    ON sprak op 4 augustus 1925 te Barchem over ‘Wat is openbaring?’↩

  2. 2

    Zie brief nr. 370 (25.7.1928).↩

  3. 3

    W.J. Aalders, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 9.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 950. O. Noordmans aan R.C.G. Troelstra8. Lunteren952. J. Lindeboom aan O. Noordmans →