485. A.H. de Hartog1 aan O. Noordmans
9 januari 1935
Waarde vriend,
Ge vergeeft het mij wel, dat ik uit oude herinneringen en niet alleen daarom behoefte heb je de hand te drukken. Ik had mij zo kunnen verheugen als ditmaal gij waart benoemd in Utrecht. Uit mijn ervaring weet ik, hoe wij zulke wegen in Gods genade weer door moeten worstelen. Een grote vergoeding vindt ge in de waardering, waarmee uw zo oorspronkelijke gedachten, op schrift gesteld en aldus blijvender, worden begroet. Naar het geschreven en gesproken woord zijt ge veel voor velen. Uit sympathie moest ik je mijn veelzeggende groet zenden. Zo weet je (en daaruit ook weer niet alleen), dat er met je wordt meegeleefd. Met de allerbeste wensen voor je verdere levenstaak, in oude herinnering en vernieuwd medeleven, je
A.H. de Hartog.
(AN)