501. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Laren (G.), 15 februari 1935
Amice,
Voor mijn afwezigheid te Utrecht bestonden verschillende redenen. Een daarvan was wel de neiging om een beetje terug te staan. Maar die neiging zal, hoop ik, nog niet zo erg fataal blijken. Ik bedoel niet, dat zij dat objectief zou kunnen zijn, maar ze zou het voor mijzelf kunnen worden. Daar lijkt het nu nog niet op, ofschoon de uitsluiting mij de eerste tijd enigszins zal hinderen. - Er zijn echter wel objectieve factoren, die door het blijven te Laren in werking worden gesteld. Zij zouden enige productiviteit, zo niet lamleggen, dan toch kunnen drukken, zodat er niet veel meer van kwam. Studie vraagt ‘Geld, Geduld und Spucke’, een spreuk die ik in Beieren op een kegelbaan zag staan. - Om nu zomaar telkens naar Utrecht te reizen om Barth te horen, daarvoor is mijn tractement te klein en kost de studie van mijn kinderen te veel. Dat is een hele nuchtere, maar zeer reële reden, naast de eerstgenoemde. Voorshands hoop ik wel actief te blijven. In ’t volgende Eltheto- nummer staat een critiek op Aalders’ Incarnatie1 en in april komt een hoofdstuk in ’t Kampleidersboek.2 Veel is dat niet, maar mijn grote gemeente zegt nu al: u komt te weinig bij de mensen. ’t Leven is een zeer samengestelde machine en ’t een grijpt in ’t ander. Voor groot opgezet werk heb ik te weinig tijd. Mijn productiviteit is meestal incidenteel. Maar helemaal ophouden zal ze hoop ik nog niet. Heel lastig is de grote afstand van de bibliotheken en het ontbreken van een leeszaal in de eigen woonplaats. Over het verband of ’t ontbreken van verband tussen ’t nationale en ’t gereformeerde3 heb ik niet veel meer te zeggen. Ik hoop dat ge mij dat ten goede zult houden. Met vriendelijke groet, tt.
O. Noordmans.
(AKHM)