Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

534. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans

Gorssel, 14 oktober 1935

Beste Noordmans!

Vóór je de blijde tocht naar Groningen onderneemt, kom ik je toch nog even van harte gelukwensen met deze welverdiende hulde, die je te beurt gaat vallen. Ik kan niet zeggen hoe hartelijk ik me daarin verheug en zeer stellig zal ik de Groningse faculteit met vriendelijke ogen blijven aankijken, omdat zij tenminste nu gaat doen wat èn Utrecht èn Leiden al lang hadden behoren te doen. Maar nee, laat ik dat laatste maar weer doorschrappen. In deze dagen moet de vreugde ongemengd maar blijven en mag er geen scheutje verwijt in gegoten worden. ’k Had je dadelijk willen schrijven toen ik het las, maar eilaas, verleden week had ik weer moeilijke dagen. Geheel onverwacht werd er weer bloed in de faeces geconstateerd en telefoneerde de dokter me direct naar bed, we gaan van voren af aan beginnen en zullen nu wat krasser aanpakken. En ziet toen kwam er een absoluut melk en papdieet. Daar lag ik, alles tevergeefs geweest? Weer vier maanden? Is het toch weer iets anders dan ze zeggen? De gedachten vermenigvuldigden zich. Toch heb ik het stil mogen aanvaarden, al wil ik wel erkennen dat ik er wat bedroefd onder ben geweest. Maar zie - al liggende bepeinsde ik de pas voorbije dagen en - ik had lever gegeten bij mijn boterham, gekookt of niet gekookt, maar dat is een bloedrijk orgaan. Weer lever gegeten. Weer bloed. Twee dagen melk en pap - geen bloed. Toen zei de dokter: kom er maar gauw uit. Het is van de lever want als het daar niet van was, kàn het nog niet beter zijn. Alzo stond ik op, at en dronk en was ’n dankbaar mens. Vanuit die dankbaarheid, die zo open maakt voor de vreugde en het geluk van anderen schrijf ik aan mijn vriend Noordmans. Was ik gans in goeden doen naar het lichaam, ik verzeker je, je zou me dan zien in de aula van de Groningse Universiteit en van heler harte zou ik je daar mijn gelukwens aanbieden. Nu vanuit m’n op ’t ogenblik zo heerlijk, zonnige kamer. Met zeer hartelijke groet, ook van mijn vrouw, mede aan vrouw en kinderen, die alle naar ik hoop weer gezond mogen zijn, graag je vriend,

J.H.C. Kamsteeg.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H.C. Kamsteeg, zie brief nr. 416 (9.11.1932), n. 1.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 533. D.C. Goedhart aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945535. S.J. Ridderbos aan O. Noordmans →