546. A. de Graaf1 aan O. Noordmans
Zeist, 18 oktober 1935
Weleerwaarde Zeergeleerde Heer,
Mag ik, ofschoon niet de eer hebbende u persoonlijk te kennen (innerlijk naar ik geloof veel beter dan menigeen die ik sinds jaren ken), u mijn gelukwens aanbieden voor de benoeming (eindelijk!!) tot doctor honoris causa in de theologie. Voor mij is dit een aangename aanleiding om u eens te danken voor uw boeken en artikelen, bovenal voor uw boek over Augustinus, voor mij een van de allerschoonste boeken, zowel uit litterair als uit historisch, als uit theologisch oogpunt, die ik jaren gelezen heb. Met hoeveel genoegen en stichting las ik het tweemaal achter elkaar. Ook kleinere artikelen waren voor mij onvergetelijk, b.v. in Eltheto (over het laatste boek van de Odyssee, over Dickens, verscheidene jaren geleden, die mij onvergetelijk zijn, helaas heb ik die uitgeleend, ik weet niet meer aan wie). Het was mij een behoefte dit eindelijk eens tot u zelf uit te spreken en niet alleen aan anderen te zeggen. Met de meeste hoogachting, heb ik de eer te zijn uw dw. dienaar,
A. de Graaf.
(AN)