574. Joh. De Groot1 aan O. Noordmans
Utrecht, 24 december 1936
Zeer geachte dr. Noordmans,
De Nieuwe Theologische Studiën,2 die ik van prof. Van Veldhuizen3 geërfd heb, zullen danig worden gereorganiseerd, waartoe mijn medewerkers (Aalders,4 Böhl,5 Haitjema,6 Van der Leeuw,7 Van Nes,8 Van Rhijn,9 Van Ravesteijn,10 De Sopper,11 Ubbink,12 De Zwaan)13 hun volle medewerking hebben toegezegd. Het wordt een zuiver wetenschappelijk tijdschrift, en niet meer, zoals het langzamerhand geworden was, een blad van vrijwel louter recensies. Het onbenullige gaat eruit. De nummer van januari, februari en maart zullen in 4000 ex. Gratis worden rondgezonden. Bij de reorganisatie behoort ook een uitbreiding van de staf van vaste medewerkers - en nu kom ik U vragen of Gij ook tot die staf wilt toetreden. Plicht: recenseren van boeken, die ik U (niet franco!!) toezend (als ze belangrijk zijn: recensies van ± 10 à 20 regels; niet belangrijke: 2 regels); elk jaar verwacht ik van U een artikeltje of een artikel (6 blz. of meer; geen vervolgartikelen). Voordelen: een gratis-abonnement, boeken door U gerecenseerd, houdt Ge natuurlijk; over enige tijd honorering van de artikelen (nog niet in 1937, maar uitgever14 staat sympathiek tegenover mijn plan om zo spoedig mogelijk daartoe over te gaan). Mag ik vóór 1 januari 1937 van U horen, of Ge mij het grote genoegen wilt doen toe te treden? Een rechts theologisch wetenschappelijk tijdschrift zonder Noordmans als vaste medewerker acht ik in Nederland een dwaasheid. En zoudt Ge mij vóór 1 februari een klein artikeltje15 kunnen zenden? Dan plaats ik dat in het februari of maart-nummer, dat zo ruim zal worden verspreid.
Van harte goede Kerstdagen, en
na groeten, hoogachtend, gaarne Uw dienstw.
Joh. de Groot.
(AN)