613. O. Noordmans aan P. Scholten1
Laren (G.), 2 november 1938
Hooggeachte professor,
Volgens belofte wil ik u een en ander mededelen uit de vergadering van ’t moderamen van Kerkopbouw op 1 november j.l.2 Zoals u zult weten presideerde prof. Kraemer.3 Hij deed dat uitstekend, zoals ieder dat van hem verwacht. Eerst werden de persoonlijke dingen aan de orde gesteld. Die bleken te bestaan uit grieven van prof. Brouwer tegen mij, wegens de wijze van bestrijding van zijn persoon. Ik kon die niet toegeven, maar heb mij bereid verklaard in een persoonlijk onderhoud, in ’t bijzijn van prof. Obbink,4 zoveel mogelijk hem tegemoet te komen. ’t Betrof mijn polemiek in Kerkopbouw, in de NRC, in Kerkelijk Denken.5 Hier schuilt bij prof. Brouwer een overgevoeligheid, die mij en ook andere aanwezigen opviel. Hij zag er zeer gedrukt uit. Prof. van der Leeuw had een brief geschreven. Hij verwachtte niet veel meer van de samenwerking.6 Beerens is ziek, zelfs ernstig.7 Velen hadden weinig verwachting van verdere samenspreking, althans op het stuk van reorganisatie. Zelf heb ik ook mijn best gedaan dit onderwerp voorlopig van de lijst van Kerkopbouw af te voeren en het gesprek op andere punten aan de orde te stellen.8 Maar de verwachting, dat er veel animo zou zijn, bleek bij niemand hooggespannen. Aan de andere kant was men bezorgd voor de toekomst van kerkelijk Nederland, als we ’t veld helemaal ruimden voor Kerkherstel. Besloten werd daarom een kleine Commissie te benoemen, die punten voor nieuw overleg zou trachten te vinden.9 Aangewezen werden daartoe door prof. Kraemer drie betrekkelijk optimistisch gestemden, de heren Kohnstamm,10 Zeydner11 en Sevenster.12 Deze heren waren - ik herhaal het - betrekkelijk optimistisch. Het Orgaan zou doorgaan te verschijnen, maar niet propagandistisch voorlopig. Daarmee zou gewacht tot nieuwe consensus openbaar werd.13 Na afloop had ik, ten huize van prof. Van Rhijn,14 in ’t bijzijn van prof. Kohnstamm, een vrij langdurig onderhoud, dat tot een bevredigende uitkomst leidde. Van Rhijn zal daaromtrent een korte mededeling doen in ’t Algemeen Weekblad.15 Dit betekent echter niet dat ik weer als medewerker word ingeschakeld. Herhaling is in ’t leven zelden of nooit mogelijk. Verzoening gelukkig wel. Hiermee meen ik u enigszins te hebben ingelicht over onze ‘geste’ van gisteren. Ik deed het gaarne omdat ik overtuigd ben van uw diepe belangstelling in deze dingen. Met hoogachting, uw dw.
O. Noordmans.
(APS)