Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

618. Ph. Kohnstamm1 aan O. Noordmans en W.A. Zeydner2

Ermelo, 18 april 1939

Aan de heren O. Noordmans en W.A. Zeydner,

Verzoek aan eerstgenoemde om doorzending, aan laatstgenoemde om terugzending aan mij. Evenals ik zult gij zeker getroffen zijn door het stuk van Evenhuis3 in NKL van deze maand en behoefte voelen om recht te zetten wat daar scheef is getrokken. Daarom zou ik bijgaand concept aan uw goedkeuring willen onderwerpen en uw medewerking willen vragen om het samen aan NKL aan te bieden.4 Wellicht ware het goed dan tevens aan de redactie van Kerkopbouw opneming te vragen.5 Wat de met X gemerkte plaats betreft, ik had gelegenheid heden met Scholten6 daarover te spreken. Het leek hem, evenals mij, gewenst dat het reorganisatie-comité in deze geest weer bijeenkomt en wel zonder de publicatie van het rapport Aalders7 af te wachten. Er is waarlijk ook in die kring genoeg voorbereidingswerk te bespreken. Scholten zou ook het liefst zien, dat wij drieën zulk een vergadering zouden aanvragen, die hij dan dadelijk beleggen wilde. De enige moeilijkheid voor mij persoonlijk is hier, dat ik niet weet of ik spoedig genoeg van mijn medicus de nodige bewegingsvrijheid zal verkrijgen. Waarschijnlijk weet ik dat wel, als uw opmerkingen aangaande dit voorstel en mijn concept mij weer hebben bereikt. Met deze gebondenheid aan huis hangt het ook samen, dat ik brief en concept niet zonder vrij veel tijdverlies kan laten typen, noch kan laten vermenigvuldigen. Vandaar dat ik verzoek deze brief als circulerend centrum te behandelen, dat heeft bij nadelen ook weer het voordeel, dat Zeydner de opmerkingen van Noordmans mee kan overwegen. In elk geval roep ik uw clementie in voor de moeite, die mijn handschrift in deze vorm u biedt. Gaarne uw berichten tegemoet ziend, met hartelijke groeten

Ph. Kohnstamm.

(AN)

Noten

  1. 1

    Ph.A. Kohnstamm, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 4.↩

  2. 2

    W.A. Zeydner, zie brief nr. 595 (3.4.1938), n. 1.↩

  3. 3

    R.B. Evenhuis (zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7), ‘Na den slag’ in: NKL 9 (april 1939) nr. 8. Evenhuis gaat in dit artikel in op de conflicten binnen KO tussen de groep-Brouwer en de groep-Noordmans, die zich steeds duidelijker aftekenen. Hij is bang dat KO zichzelf bij het streven naar reorganisatie buitenspel heeft gezet, doordat er binnen die vereniging onverenigbare standpunten worden ingenomen. Het schijnt hem toe dat de groep ON het onderspit heeft gedolven. Hij gelooft dat in KO ijzer en leem dooreengemengd zijn en blijven. Het ware beter geweest wanneer de crisis had doorgewerkt en uiteengedreven wat niet bijeen hoort. Evenhuis besluit zijn artikel aldus: ‘De oude partijverhoudingen maken zich weer breed. Onze voorzitter zal erover spreken op de (uitgestelde) ledenvergadering. Het onderwerp is voor ons van uitermate groot gewicht. Dit gevaar is zeer dreigend, zooals wij gezien hebben, ook in Kerkopbouw. Wij hopen dat de groep Noordmans, Kohnstamm, Zeydner nog tot andere gedachten komt.’↩

  4. 4

    Een dergelijke verklaring van Kohnstamm, Zeydner en ON verscheen niet in NKL.↩

  5. 5

    Ook niet in KO.↩

  6. 6

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  7. 7

    Met het rapport Aalders wordt het rapport bedoeld van de in de synodevergadering van 10.8.1938 ingestelde commissie. In deze vergadering werd besloten het Ontwerp 1938 niet vast te stellen, maar te endosseren aan de synodale commissie. Deze werd opgedragen gezamenlijk met de kerkelijke hoogleraren te bezien ‘wat te doen zij, om de in de consideratiën der Kerk ... tot uiting gebrachte inzichten en wenschen het beste tot haar recht te doen komen’ (Handelingen Synode 1938, 455v.). In een vergadering van de synodale commissie met de kerkelijke hoogleraren op 16.12.1938 werd een commissie van rapport benoemd, bestaande uit de zes kerkelijke hoogleraren (F.W.A. Korff, G. Sevenster, S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel, M.J.A. de Vrijer, Th.L. Haitjema, J.H. Semmelink) met daaraan toegevoegd W.J. Aalders en K.H.E. Gravemeijer. De uitkomst van het overleg van de cie. van rapport werd op 5.6.1939 bij de synodale cie. ter tafel gelegd.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 617. K.H. Miskotte aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945619. C.E. van Voorthuysen aan O. Noordmans →