619. C.E. van Voorthuysen1 aan O. Noordmans
Nijkerk, 21 april 1939
Zeer geachte dr. Noordmans,
Hierbij zend ik u volgens afspraak het communiqué van de vragenbeantwoording van prof. Barth in Utrecht. U kunt er zeker van zijn dat dit ‘getrouwelijk’ is weergegeven. Bij nalezing bleek me ook weer, dat Barth toch wel erg historisch-exegetisch hier te werk gaat; voornamelijk zo niet enkel en alleen op grond van exegese wijst hij de kinderdoop dan af,2 zoals ik u mondeling ook al mededeelde. Maar laten we de uitingen van de hooggeleerde maar als reactie opvatten! Tevens dank ik u nogmaals voor het goede - het theologische - inzicht, dat u ons deze dagen gaf inzake de kerkorde.3 ’t Was jammer, dat niet meer studenten op ’t appèl waren, maar weest u ervan overtuigd, dat u - wat ons betreft niet tot dovemansoren gesproken hebt. De jongere theologen zullen zeker de zaak van de kerkorde niet van de baan laten schuiven. Wij zijn blij, dat we nog leiding mogen ontvangen van oudere theologen, die zich van hun kerkelijke verantwoordelijkheid bewust zijn. Met de beste wensen voor uw theologische en pastorale arbeid teken ik met vriendelijke groet, hoogachtend Uw dw.
C.E. van Voorthuysen.
(AN)