634. J.N. Bakhuizen van den Brink1 aan O. Noordmans2
L(ugdunum) B(atavorum), 12 juli 1939
Waarde Noordmans,
De uitgeversmaatschappij Holland zond mij uw brief van 24 juni,3 die mijn vraag naar de gewenste tekst der confessie en beide andere belijdenisgeschriften4 beantwoordt. Ik wilde daarover nog gaarne even verder van gedachten wisselen. De uitgeefster heeft mij gevraagd om een ‘critische tekst’ van alle drie te geven. Dat is dus meer dan enkel een tekst zoals Rutgers,5 Van Toorenenbergen,6 A. Kuyper,7 Los,8 Gooszen9 en wie weet, wie nog meer, die hebben gemaakt. Ik denk bij een ‘critische tekst’ aan een tekst met een volledig tekstcritisch apparaat, de varianten vermeldende van 1561/62 af en tot aan Dordt toe, terwijl Dordt zelf de hoofdtekst moet leveren. Maar dan rijzen er twee vragen. 1. Moet die hoofdtekst, gezien de aard dezer serie uitgaven, in modern Nederlands gesteld zijn of doe ik beter eenvoudig Dordt te herdrukken, daar geen Nationale Synode er verder iets aan heeft gedaan?10 En: 2. waar moet men blijven met de vele varianten, verdrievoudigd in getale, nl. Frans, Nederlands en Latijn? Geeft men deze niet alle, dan blijft het qua ‘critische tekst’ half en minder dan half werk; geeft men ze wel, dan wordt het een nogal ingewikkelde kopij (de gebruiker behoeft niet te letten op wat beneden de streep staat!). En eigenlijk is er nog een derde kwestie: bij verschillende edities (1561, 1562, het Waalsche manuscript, Hulsius en Middelburg 1611)11 heeft men verschillende reeksen bijbelplaatsen in margine, onderling soms overeenkomende maar nooit voor 90%, dus buitengewoon lastig om mee te manoevreren; Dordt laat ze weg; mij bekruipt de lust daartoe ook. Wat hecht gij aan deze? Behalve voor de confessie doen zich deze vragen ook bij de catechismus voor. Nu had ik gedacht, de Franse tekst der confessie + varianten op de linker- en de Nederlandse tekst van Dordt + varianten op de rechterbladzijde te zetten. Schieten nog over de Latijnse vertalingen en eventueel een moderne tekst (waarvoor ik niet veel voel; desnoods kan er eenvoudig een nagedrukt worden). Klaar ben ik dus nog niet, want ik heb geen vier bladzijden naast elkaar. En ik wil ook niet in de omslachtigheid van de uitgave van Los vervallen, maar bij voorkeur alles tegelijk in één oogopslag vóór de lezer plaatsen. Het zou ook zó kunnen (vergeef mij dit knutselarijtje; de zaak is veel ingewikkelder dan ik ooit had gedacht, toen ik op ’t verzoek inging!): linkerbladzijde rechterbladzijde Frans tot Nederlands Dordt Latijn Dordt Nederlands vóór Dordt, tot vóór Dordt; definitief hetzij Waalsch MS 1611 of 1611.
apparaat: varianten van andere Franse Dordt Frans (definitief) uitgaven.
apparaat: varianten van andere Neder-
apparaat: varianten uit oude landse uitgaven. Latijnse vertalingen
Een puzzle blijft dan nog de toevoeging der bijbelplaatsen. Niet mooi is hierbij, dat Dordt’s Frans, slecht vergelijkbaar met de Franse tekst, geheel links gedrukt wordt; maar men is toch wel verplicht om de drie Dordtse teksten te geven, vind ik. Mijn brief zal u reeds lang genoeg zijn. Hebt ge een raad voor mij, dan houd ik mij zeer aanbevolen. Met hartelijke groeten,
J.N. Bakhuizen van den Brink.
(AN)