Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

635. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans

Rotterdam, 12 juli 1939

Waarde Noordmans,

Van een vriend van Gerretsen heb ik een exemplaar van de brochure van Gerretsen2 gekregen, dat ik u gaarne aanbied. Ik hoop, dat de studiecommissie3 met Van der Leeuw en u doorgaat. Het vraagstuk van de eredienst is wel een der brandendste. Met Kerkopbouw is het niet veel meer gedaan. Ik ben niet op de laatste vergadering van de Uitvoerende Commissie4 geweest. Er komt een stemming van vermoeidheid over de Reorganisatiezaak. De partijverhoudingen zijn weer sterk toegescherpt. In Rotterdam zie je dat Confessioneel en Gereformeerde Bond, al of niet voorstanders der Reorganisatie, broederlijk samengaan. Zij hebben voor de Classicale Vergadering een voorvergadering. Vorig jaar waren Groenenberg5 en ik uitgenodigd om aan de vergadering deel te nemen. Dit jaar kregen wij geen convocatie en toen ik met enkele confessionele collega’s er over sprak, werd dit gesprek zeer onaangenaam. Wij moesten maar tegenkandidaten stellen. Je wordt dan wel zeer ontmoedigd. Het partijfront is door de Reorganisatie niet doorbroken. Deze overweging leidt mij er toe Kerkopbouw nog niet op te geven. Wat zal de Synode brengen?6 Met hartelijke groet, uw vriend

W.A. Zeydner

(AN)

Noten

  1. 1

    W.A. Zeydner, zie brief nr. 591 (3.4.1938), n. 1.↩

  2. 2

    J.H. Gerretsen (zie brief nr. 616 (26.4.1939), n. 5) Liturgie (Nijmegen 1911, 2e dr. 1912).↩

  3. 3

    Op 1.11.1938 werd binnen het moderamen van KO de volgende motie van Kohnstamm en Zeydner met algemene stemmen aangenomen: ‘Het moderamen van KO spreekt als zijn oordeel uit, dat KO in de huidige situatie van de wereld krachtig moet blijven streven naar een kerkorde, die het belijdend karakter van de Herv. Kerk duidelijk tot uitdrukking brengt.’ Ten einde aan dit streven gestalte te geven werden drie commissies ingesteld: 1) Schrift en kerkorde (voorzitter Brouwer), 2) Schrift en belijdenis (voorz. ON) en 3) Schrift en eredienst (voorz. Van der Leeuw). De Uitvoerende Commissie werd belast met het vragen van leden voor de commissies. De bedoeling was dat de cie.’s, vooral 1 en 2, in overleg met elkaar zouden gaan werken. Op 7.6.1939 werd het rapport van cie. 1 besproken. ON was het principieel daarmee oneens en verklaarde derhalve geen kans te zien verder te gaan met cie. 2.↩

  4. 4

    Op de vergadering van 3.7.1939 kwam de cie. Schrift en eredienst niet aan de orde. Dat was pas het geval op 6.11.1939, waar werd medegedeeld dat Van der Leeuw het onvruchtbaar achtte met ON samen te werken aan een rapport. Deze stellingname houdt mogelijk verband met de discussie over liturgie, die op dat moment in verschillende bladen werd gevoerd tussen ON enerzijds en W.H. van de Pol en Van der Leeuw anderzijds, nog datzelfde jaar gebundeld onder de titel Liturgie in de crisis. Een rapport Schrift en Eredienst is niet verschenen.↩

  5. 5

    M. Groenenberg (1904-1981), herv. pred. o.a. Amsterdam 1943 en Utrecht 1959-1970. Groenenberg was lid van KH.↩

  6. 6

    Op 5.6.1939 had de commissie van rapport o.l.v. W.J. Aalders drie rapporten ter synode ingediend: a) een rapport van de hoogleraren W.J. Aalders, F.W.A Korff, G. Sevenster, S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel, Th.L. Haitjema en J.H. Semmelink; b) een minderheidsnota van prof. M.J.A. de Vrijer; c) een minderheidsnota van ds. K.H.E. Gravemeijer. De kern van de rapporten was: ad a) de organisatie van de kerk diende verdergaand aangepast te worden aan haar presbyteriaal-synodaal karakter, waarbij nog geen uitspraken zouden gedaan worden over het belijden van de gereorganiseerde kerk; ad b) De Vrijer pleitte voor handhaving van de belijdenis, waar het rapport naar zijn mening teveel uitging van hervorming van de belijdenis; ad c) Volgens Gravemeijer tendeerde het rapport teveel in de richting van het Ontwerp-1938 en hij stelde voor bijv. weer het ontwerp-1927 van een ‘grote synode’ in behandeling te nemen, terwijl hij zich bovendien achter het standpunt van De Vrijer stelde. De drie rapporten werden tezamen met een voorstel van G. Oorthuys om een nieuwe kerkordecie. in het leven te roepen, die uit zou moeten gaan van de Drie Formulieren, op de synodevergadering van 8.8.1939 behandeld en verworpen. Dit was het einde van de reorganisatiekwestie die eerst na de Tweede Wereldoorlog tot een goed einde gebracht kon worden.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 634. J.N. Bakhuizen van den Brink aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945636. P. Scholten aan O. Noordmans →