671. O. Noordmans aan C.J. de Vogel1
Laren (G.), 2 mei 1941
Hooggeachte dr. De Vogel,
Voor de toezending van uw overdruk over de theologische faculteit2 zeg ik u alsnog hartelijk dank. De analogie is waarlijk een prachtig denkmiddel, maar tegelijk, uit een oogpunt van methode, een der meest gevaarlijke. Wij zullen het wel nooit geheel kunnen missen, doch in de theologie zullen wij er toch heel voorzichtig mee moeten zijn. Aan het benedeneind van de schaal der wetenschap heeft Descartes het waarschijnlijk getracht te gebruiken om de overgang van de wiskunde naar de natuurkunde en hogerop te forceren. Het is hem niet gelukt. Dat het aan het boveneind beter schijnt te lukken, doet mij vermoeden, dat de betekenis van ‘logos’ daar gewijzigd is. Inderdaad ‘oneigenlijke’ analogie. Misschien dan toch: geen analogie? Uw wederwoord op mijn critiek werd op de toenmalige redactie-vergadering, die ik niet kon bijwonen, in die zin besproken, dat men liever een artikel van u had. U weet dat ik geen bezwaar had.3 Ik hoop dat u zich hebt kunnen vinden in de uitnodiging van de redactie. Met de meeste hoogachting, uw dw.,
O. Noordmans.
(AKDC)