Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

694. J.A. Cramer1 aan O. Noordmans

Bilthoven, 18 juni 1942

Waarde vriend,

Dank voor een uitvoerig antwoord.2 Ik ga daar graag op in omdat ik het prettig vind nader in geestelijk contact te komen met mensen, met wie ik mij eensgeestes voel en die ik bovendien als mijn meerdere in kennis en oordeel aanvoel. Eigenlijk ben ik het geheel met u eens. Ik ben ook van mening, dat het sacrament een ‘eigen plaats’ heeft naast het Woord. In mijn artikel over Zwingli,3 heb ik op blz. 72 nadrukkelijk gezegd, ‘dat de christelijke kerk de heilige handelingen van doop en avondmaal in genen dele zou kunnen missen.’ Ik wil ook bij de leer der sacramenten kerkelijker zijn dan bij de leer van het Woord en daarom schreef ik u, dat ik het over het algemeen met u eens was inzake uw sacramentsbeschouwing in uw Liturgie. Maar daar gaat het hier niet om. Ik aanvaard dankbaar wat de christelijke kerk mij in haar sacramenten als ‘nota specifica’4 geeft en zoek daarvoor geen Schriftbewijs en ben met u van overtuiging, dat wij zonder de sacramenten in doperse wateren zouden zijn geraakt. Voor mij zijn de sacramenten de oriënteringspunten, of liever vormen beiden trouwens het oriënteringspunt voor de prediking des Woords. De sacramenten roepen de kerk steeds weer tot de orde, wanneer zij in haar prediking, ‘de wijsheid dezer wereld’5 dreigt te laten binnen vloeien. De sacramenten verkondigen alle eeuwen door met onverwinbare kracht hetzelfde Evangelie. Hier zijn geen dominees aan het woord, die in hun prediking vaak zoveel bederven, maar hier is God aan het Woord, of wilt ge liever, Christus die daardoor ons de verzekering geeft, dat Hij met ons is tot aan de voleinding der wereld!6 Maar waar het hier om gaat is de vraag, of de sacramenten behalve de eigen plaats naast het Woord, dieper in de nood en de zonde staan dan het Woord. Daarvoor vroeg ik een Schriftbewijs! Als ik aan het Avondmaal deelneem, dan wil ik mede met de kerk belijden, mede met de kerk het Evangelie van de verlossing in Christus aan de wereld prediken, mede met de kerk mij laten sterken in mijn geloof door het Woord, dat het sacrament zo zuiver en ondubbelzinnig predikt, wil ik medehelpen om de band der liefde te versterken, die de leden der kerk onderling verbindt. Maar daardoor kom ik niet ‘dieper’ in de nood en de zonde te staan. Die uitdrukking riekt naar sacramentsmagie. En nu heeft Zwingli zo radicaal met die neiging gebroken om aan het sacrament buiten het Woord om een eigen kracht toe te kennen. De sacramenten, zo zegt hij telkens, werken niet ‘vi sua’.7 Zij zijn het verbum visibile. Maar dat ook Zwingli de sacramenten onmisbaar achtte voor het leven der kerk en voor de taak, die zij in de wereld had te vervullen, blijkt wel duidelijk uit zijn Aktion oder Brauch des Nachtmahls (13 april 1525)8 en zijn De Canone missa libelli apologia9 en als hij in zijn Expositio fidei christianae10 spreekt over de ‘kracht’ der sacramenten, dan is dat een bewijs, dat ook hij daaraan een plaats naast het Woord wil geven. Of eigenlijk is deze uitdrukking niet juist. Het woordje ‘naast’ bevalt mij niet. Ik zou liever de uitdrukking ‘midden in’ gebruiken. Het sacrament staat ‘und: dan in’ het Woord. De prediking des Woords moet als een kring van lichtstralen uit het sacrament naar alle kanten uitschieten. Maar daardoor staat het sacrament niet ‘dieper’ in nood en zonde dan het Woord, maar staat het Woord door het sacrament diep in de nood en de zonde! Die weg wijst Zwingli uit. En Luther, en Calvijn zaten nog te veel aan Rome vast. Anders hadden zij ook nooit het Woord ‘sacrament’ kritiekloos overgenomen, hoezeer zij ook trachtten dat woord nader te verklaren. Ik blijf bij mijn mening, al wil ik gaarne naar hen luisteren, die er anders over denken, dat Zwingli de enige der reformatoren is, die de juiste opvatting van Doop en Avondmaal heeft, omdat hij die houdt binnen de grenzen van Joh. 4:23. Men ziet in Zwingli nog teveel de humanist en wil zijn echt reformatorische gedachten in het kader van zijn humanisme plaatsen, wat Köhler11 en, hier te lande, Van Bakel12 nog te veel doen, terwijl men de roomse residuen die nog bij Luther en Calvijn zijn overgebleven in hun reformatorische gedachten wil oplossen. Dat is een meten met twee maten. Zeker, men kan bij Zwingli ook beschouwingen vinden, die bij zijn reformatorische denkbeelden niet passen. Maar dat is evenzeer bij Luther en Calvijn het geval. Nu is toch te dwaas om te menen, dat onze hervormers, hoe hoog wij ze ook vereren en hoe dankbaar wij hun ook zijn, het woord voor alle eeuwen zouden hebben gesproken en dat Calvijn voor zijn reformatorische gedachten de adequate vorm zou hebben gevonden. Zwingli was een Zwitser en als men dat niet goed in het oog houdt en de Zwitserse volksaaard niet kent, beoordeelt men hem verkeerd. Luther is een echte Schwab en Calvijn het type van een Fransman. Alle drie hebben zij ‘les defauts de leurs qualités.’ Hoe weinig Zwingli ‘humanist’ is gebleven, blijkt wel hieruit, dat hij later Erasmus fel heeft bestreden en veroordeeld, die hij in Bazel zo hooglijk vereerde! Maar genoeg! Ik heb reeds genoeg van uw kostbare tijd gevergd. Nogmaals hartelijk dank voor uw brief. Gods zegen over uw werk. Met stevige handdruk, tt

J.A. Cramer.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.A. Cramer, zie brief nr. 311 (25.8.1919), n. 1.↩

  2. 2

    Antwoord van ON is niet bewaard gebleven.↩

  3. 3

    Zie brief nr. 693 (22.5.1942), n.1.↩

  4. 4

    Lat.: bijzonder kenmerk (nl. van de kerk).↩

  5. 5

    Zie 1 Kor. 3:19.↩

  6. 6

    Zie Matth. 28:20.↩

  7. 7

    Lat.: door eigen kracht.↩

  8. 8

    Huldrych Zwingli Aktion oder Brauch des Nachtmahls. Gedächtnis oder Danksagung Christi, wie sie auf Ostern 1525 zu Zürich begonnen wird, ZW 4, 1-24.↩

  9. 9

    Id. De Canone missa libelli apologia, 9 oktober 1923, ZW 2, 617-625.↩

  10. 10

    Id. Christianae fidei brevis et clara expositio ad regem Christianum, ZW VI/V, 140f.↩

  11. 11

    W. Köhler (1870-1946), hoogleraar in de kerk- en dogmengeschiedenis te Zürich, vooral bekend om zijn Zwingli und Luther. Ihr Streit über das Abendmahl nach seinen politischen und religiösen Beziehungen (Gütersloh 1953).↩

  12. 12

    H.A. van Bakel (1874-1948), hoogleraar Evang. Luth. Seminarie 1910- 1946 en UVA. Bedoeld zullen zijn de opstellen ‘Zwingli of Luther’ in Circa Sacra (Haarlem 1935), 281-306 en ‘Het Avondmaal’ in ibidem, 307-329..↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 693. J.A. Cramer aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945695. Ph. Kohnstamm aan O. Noordmans →