568. Jhr. J.L.A. Martens van Sevenhoven1 aan O. Noordmans
Utrecht, 14 januari 1936
Hooggeachte collega,
Dezer dagen las ik met grote stichting uw verhandeling over de Gelijkenissen onzes Heren.2 Ik dank u zeer voor deze studie, die mij verrijkt heeft. Nu moge ik u naar aanleiding daarvan iets schrijven. Bij de bespreking van de tweede gelijkenis, de arbeiders in de wijngaard, schrijft u, dat dit een mooi onderwerp voor Rembrandt zou zijn.3 Ik kon niet opmaken uit die zin, of u weet, dat Rembrandt inderdaad dit onderwerp behandeld heeft. Ik heb op mijn kamer hangen een Engelse zwarte kunst gravure, bewerkt naar een ets van Rembrandt: The Lord of the Vineyard paying his Labourers. Psychologisch diep van opvatting. Mocht u gelegenheid hebben bij een eventueel bezoek aan Utrecht bij mij te komen, dan staat mijn huis voor u open om die plaat rustig te bezien. Met hartelijke groet en heilbede, Uw dienstw. collega,
J.L.A. Martens van Sevenhoven.
(AN)