Hartelijk dank voor deze grondige bespreking van mijn dissertatie2 in Nieuwe Theologische Studiën.Ik kan niet zeggen,hoe blij ik er mee ben.Zulk een volkomen begrijpen van mijn bedoeling en van mijn eigen positie heb ik nog maar weinig gevonden.Ik geloof,dat ook de zwakke zijde volkomen is aangewezen.Het zou b.v. beter geweest zijn,indien ik zelf scherper uiteen gehouden had de ‘notie’ van Newman als heraut en die van Newman als incarnatie van de oecumenische beweging.Wat u opmerkt over de logica van de ‘illative sense’3 geeft mij inderdaad te denken.Naar ik hoop zullen wij elkaar in Hemmen4 ontmoeten.Intussen met dank voor al het toegezondene en met mijn beste wensen voor Kerstmis en het komende jaar verblijf ik steeds gaarne uw t.v.
W.H. van de Pol.
(AN)
Noten
1
W.H. van de Pol (1897-1988), sociaal-geograaf en leraar, studeerde theologie en promoveerde over De kerk in het leven en denken van Newman (Utrecht 1936). Hij was mede betrokken bij Kerkopbouw. Hij werd in 1940 rooms-katholiek en was van 1948-1967 hoogleraar KUN in de fenomenologie van protestantisme en anglicanisme.
2
De recensie ‘Newman en de oecumenische beweging’ van de dissertatie van W.H. van de Pol in: Nieuwe Theologische Studiën 20 (1937), 263-270; VW 6, 362-369.
3
VW 6, 364.
4
Op 4 januari 1938 werd te Hemmen de jaarlijkse Liturgische Conferentie gehouden. Zie brief nr. 590 (5.11.1937).
Deze tekst op de website: stichtingnoordmans.nl/verzamelde-werken/9b/laren-gld/593
Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.