Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

594. G. Smit1 aan O. Noordmans

Est, 26 januari 1938

Amice Noordmans,

Hartelijk dank voor je gelukwensen2⌫. We hadden een echt gezegende dag: een volle kerk, 4 afgevaardigden van Makkum en Cornwerd, al onze kinderen, talrijke felicitaties. De laatste heb ik bijna alle beantwoord. De brief van jou heb ik apart gelegd, omdat die meer dan een gelukwens bevat. Je bent historicus van mijn historie. Ik heb ook dikwijls aan je verblijf in onze omgeving gedacht. Dat zijn voor je ontwikkeling en dus ook voor de kerk en de theologie jaren van grote betekenis geweest. Aan theologische kennis haperde het niet toen je in Schuzum woonde. Je had krachtens je opvoeding een uitnemende confessionele dominee kunnen worden, maar je bent voor dat gevaar bewaard door je zwerftochten. Je verblijf in vele pastorieën, je luisteren naar wind en regen, het horen van ’t zeevogelgeroep, misschien wel eens een ontmoeting van het witte wief van Makkum, dit alles deed je luisteren naar andere stemmen dan die der 3 formulieren. Je hebt toen gehad je dagen der romantiek. Je kreeg gezichten, waar anderen letters zagen. Je ging om met allerlei geesten. Je werd universeel. Dat gaf wel eens botsing met Groot Enzerink.3⚑ Je bleef overwinnaar. Die romantiek bracht je ook dicht bij een Haitjema, maar je bleef uit zijn vaarwater. Ik borduur niet verder. Toch moet ik op een enkel punt nog wijzen. Ik herinner mij je gave om hartelijk te lachen. Die lach, een Godsgeschenk, heeft je bewaard voor het gevaar van het partijwezen. Je lacht allen uit, die je usurperen willen. Je gaat je eigen weg. Velen volgen je. Ik ben daar blij om. En nu over ons zelf. Toen je dicht bij ons woonde en je lege huis ontvlood en ’t onze zocht, waren onze kinderen klein. De jongste nog niet geboren. ’t Was bij ons de tijd van de sprookjes van Grimm en van de Kinderbijbel. Nu lezen ze Augustinus van Noordmans, vaktijdschriften en doen hun werk met opgewektheid en met succes ... Jullie dochter studeert toch verder? Mijn jongste zoon heeft je student-zoon vaak gesproken. We hopen, dat vrouwe en kinderen nog lang je leven zullen sieren en verrijken en dat je tot zegen mag blijven voor velen. Met onze hartelijke groeten, tt.

G. Smit.

P.S. bijgaand boek behoort jou. Ik bewaar ’t al lang voor je. Het herinnert aan de tijd, dat ik de rubriek Zending verzorgde in ’t toen nog jonge Hervormde Zondagsblad voor Friesland.

(AN)

Noten

  1. 1

    G. Smit, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 2.↩

  2. 2

    Ter gelegenheid van het 40-jarig ambtsjubileum van Smit.↩

  3. 3

    J.W. Groot Enzerink, zie brief nr. 223 (24.12.1908), n. 3.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 593. W.H. van de Pol aan O. NoordmansLaren Gld.595. W.A. Zeydner aan O. Noordmans →