726. Ph.A. Kohnstamm aan O. Noordmans
Ermelo, 2 juni 1944
Hooggeachte heer en mevr. Noordmans!
Met groot leedwezen ontving ik het bericht van het plotseling overlijden van uw zoon Dirk. Ik herinner mij de voornaam niet met zekerheid, maar naar de leeftijd moet het uw zoon zijn, met wie ik nu een tiental jaren geleden hier eens mocht overleggen omtrent zijn studieplannen, meer bepaaldelijk in de biologie. Van die ontmoeting heb ik een levendige en goede herinnering gehouden. Hoe zwaar moet het u vallen in deze toch reeds zo donkere tijden ook dit verlies te moeten dragen. Maar het woord van overgave, dat uw bericht vergezelt, toont dat gij met de enige troost en bron van sterkte onder dit kruis in voortdurend contact zijt. En dat is een bron van dankbaarheid voor ons allen, die zo gaarne hun medeleven met u zouden willen doen blijken, en zich zo klein en onmachtig daartoe voelen. Moge God u kracht blijven geven in diezelfde geest, waarvan uw bericht getuigt. Ik heb juist in de afgelopen weken veel gedacht aan de tijden, toen wij elkaar zoveel vaker zagen en ik het voorrecht had met u te mogen samenwerken in de eerste plannen van reorganisatie. Langs hoe andere weg dan we ons toen voorstelden is sedert de loop der dingen geweest. En hoe gaarne zou ik weer eens als van ouds, tal van zaken die ons gezamenlijk ter harte gaan, met u bespreken. Voorlopig schijnt daarop nog weinig uitzicht te zijn. Maar wees overtuigd, dat het mij zeer zal verblijden, dat nadere contact weer te kunnen hervatten. Omtrent ons huis en gezin kan ik gelukkig naar omstandigheden goede berichten geven. Wij zijn nog uiterst dankbaar nog altijd hier rustig te mogen wonen. En ook onze kinderen zijn met hun gezinnen tot nu toe gespaard gebleven. Alleen onze jongste zoon is sedert twee jaar gijzelaar in Michelsgestel, na een vroeger verblijf als zodanig in Amersfoort. Maar de brieven, die wij geregeld van hem kunnen ontvangen geven reden om ook over hem gerust te zijn. Geloof mij, in oprechte sympathie, de uwe
Ph.A. Kohnstamm.
(AN)