Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

755. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Lunteren, 18 december 1945

Waarde Miskotte,

Voor twee zendingen heb ik je te danken. Voor de Hoofdsom1 en voor je inaugurele.2 Het eerste is weer een kloek boekdeel geworden, waarmee ik nog niet helemaal klaar ben. Wie zal er met het boek der Openbaring ook gereed komen? God is er zelf nog mee bezig. Bij je benoeming tot hoogleraar heb ik al geschreven en zal nu niet herhalen wat ik toen gezegd heb. Ik hoop dat je die brief indertijd ontvangen zult hebben. - De rede heb ik met veel belangstelling gelezen. Je captatio benevolentiae3 was in voortreffelijke vorm. Dat ‘Louter uit verlegenheid’4 vond ik heel gelukkig gekozen. Ook de keuze van het onderwerp was in zoverre zeer ‘eenvoudig’, omdat de simplicitas5 in art. 1 staat en, als men niet formeel wil blijven, zich ongedwongen aanbiedt. Overigens ben ik nog niet geheel overtuigd, dat het er helemaal mee in orde is. In de Augsburgse Confessie6 is de eenheid Gods voorop gekomen in aansluiting aan het Nicaenum.7 Men heeft toen z’n best gedaan om een oecumenisch geluid te geven. Speciaal reformatorisch is het niet. Wanneer Barth er nu nogal mee wegloopt,8 dan acht ik dat min of meer gewild. Hij gaat er de reformatorische kant mee op, maar dat maakt groot verschil. Gij erkent dat zelf: de zegswijze ‘eenvoudig’ kwam hem uit anderen hoofde kostbaar voor.9 Maar kunnen wij daarvoor dan niet beter een ander woord gebruiken? Een vereenvoudiging, waarbij de eenvoud Gods en de singularis10 des heils onder één hoed gevangen worden11 mag misschien terecht een buitenste cirkel trekken, maar theologisch lijkt het mij vruchtbaarder ze voorlopig uiteen te houden. Wanneer gij nadruk legt op de practische zin, dan is dit zeer begrijpelijk, maar tussen Maria en Martha12 wil de kerk toch steeds onderscheiden. Gij hebt u in Plotinus13 verdiept. De kwalificatie ‘Mondscheinsonate der dialectiek’ was van mijzelf en niet van een ‘onderzoeker’. In Augustinus had ik de uitdrukking gecursiveerd en zo kan het schijnen een aanhaling te zijn.14 In de Waagschaal15 lees ik. Het lijkt mij een heel ding zo’n weekblad te moeten redigeren. Waar gaan wij nu heen? Niemand die er nog een enigszins duidelijke voorstelling van heeft. Laten wij zuinig zijn op wat wij aan geestelijk goed nog hebben. En behoorlijk conservatief zijn in de moraal. Niet allemaal gaan dansen en kaarten en toneelspelen. En in de journalistiek een beetje sober, wat de taal betreft. Woorden zijn heden ten dage ook duur. Wat zal er van de Synode worden? Een Derde Kamer, naast de twee op het Binnenhof? Een avontuur à la Kuyper? Waar zal het Driemanschap16 onze kerk heenbrengen? Zeker is het een ongewone figuur in een heel uitzonderlijke situatie. Gelukkig althans dat 181617 nu geliquideerd is. Is een personalistisch socialisme bestaanbaar? Laten wij vragen en bidden tot God. Met hartelijke groet, tt.

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    K.H. Miskotte Hoofdsom der Historie. Voordrachten over de visioenen van den apostel Johannes (Nijkerk 1945).↩

  2. 2

    Inaugurele oratie te Leiden op 26 oktober 1945 over het onderwerp De praktische zin van de eenvoud Gods (Amsterdam 1945).↩

  3. 3

    Lat.: het streven naar welwillendheid.↩

  4. 4

    Miskotte opende zijn rede (p.3) met: ‘Louter uit verlegenheid, hoe men als onervaren nieuweling zijn intrede zal doen in den levenskring van de universiteit en met name, hoe men als theoloog verstaanbaar zal zijn en contact zal vinden met een gehoor, zoo aanzienlijk, zoo begaafd en zoo kritisch, en in dit alles zoo uitermate heterogeen, zou ik geneigd zijn te doen wat bij een dergelijke gelegenheid reeds meermalen is gedaan, namelijk overwegingen op te stellen en inzichten voor te dragen aangaande het wetenschappelijke recht der theologie.’↩

  5. 5

    Lat.: eenvoud.↩

  6. 6

    De naam van dit belijdenisgeschrift is ontleend aan de Rijksdag te Augsburg van 1530, waar het in bijzijn van Karel V werd bediscussieerd. De Duitse vorsten en steden die zich tot het tien jaar eerder te Worms verboden protestantse geloof hadden bekend, poogden hiermee het keizerlijke verbod ongedaan te maken. Tot dat doel werd vooral het gemeenschappelijke met het rooms-katholicisme onderstreept. De Augustana stamt grotendeels van de hand van Melanchton.↩

  7. 7

    Het Concilie van Nicea (325) sprak zich uit tegen de opvatting van Arius (overl. 335), dat Christus niet volledig God is, en sprak uit dat de Zoon één van wezen is met de Vader. Hieraan werd toegevoegd dat ook de Heilige Geest God is. Het Concilie van Constantinopel (381) ontwikkelde uit dit standpunt het trinitarische dogma. Zo ontstond de godsleer in het zgn. Symbolum Nicaeno-constantinopolitanum, dat door de Augustana wordt aangeduid als de slotconclusie van het Concilie van Nicea. De openingswoorden van art. 1 van de Augustana, dat handelt over de godheid: ‘Ecclesiae magno consensu apud nos docent, decretum Nicaenae synodi de unitate essentiae divinae et de tribus personis verum et sine ulla dubitatione credendum esse; videlicet, quod sit una essentia divina, quae et appellatur et est Deus, aeternus, incorporeus, impartibilis, immensa potentia, sapientia, bonitate, creator et conservator omnium rerum, visibilium et invisibilium; et tamen tres sint personae, eiusdem essentiae et potentiae, et coaeternae, Pater, Filius et Spiritus Sanctus.’↩

  8. 8

    Miskotte (a.w., 27v.) geeft twee citaten uit de Kirchliche Dogmatik waarin dit tot uiting komt (KD II, 501; KD II, 515).↩

  9. 9

    Miskotte(a.w., 23): ‘Wij mogen en moeten er van uitgaan, dat niets de belijdende gemeente in den tijd van Guido de Brès verder heeft gelegen dan een speculatie over het Eene of een analyse van de aseïtas Dei en dat hun de zegswijze: “eenvoudig” toch uit anderen hoofde kostbaar voorkwam. In dit woord klonk mee het getuigenis van de Schrift aangaande de trouw en betrouwbaarheid van Hem, die de kerk kent in het aangezicht van Jezus Christus.’↩

  10. 10

    Lat.: enkelvoud.↩

  11. 11

    Het citaat uit n. 9 laat Miskotte volgen door: ‘Dat de mensch gerechtvaardigd wordt door het geloof aléén, en dat van heel het heil alleen Gode de eere toekomt, dat wij van dit heil weten alléén door de Schrift, dat wij door een éénige offerande in eeuwigheid volmaakt zijn, dat er één Heer is, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die daar is boven allen en door allen en in allen (Ef. 4:4v.) en dat er tenslotte maar één ding noodig is (Lucas 10:42) - ziedaar, voor het besef der gereformeerde vaderen de praktische zin van de simplicitas Dei.’↩

  12. 12

    Vgl. Luk. 10:38-42.↩

  13. 13

    Plotinus (205-270), wijsgeer van het neoplatonisme.↩

  14. 14

    Verwijzing naar een uitdrukking, gebruikt in Augustinus (Haarlem 1933), VW 3, 175. De redactionele noot (VW 3, 175) ‘vindplaats van de uitdrukking onbekend’ wordt door deze brief verklaard.↩

  15. 15

    In de Waagschaal, weekblad, verschenen 1 (1945/46) - 15 (1969/70) onder eindredactie van K.H. Miskotte. De nieuwe serie begon weer met 1 (1972).↩

  16. 16

    Zie brief nr. 744 (29.6.1945), n. 7.↩

  17. 17

    Tijdens de oorlog waren binnen de cie. Gemeenteopbouw van Kerkelijk Overleg (de subcie. voor beginselen van kerkorde) de voorbereidingen getroffen om te komen tot een nieuwe kerkorde. Onder voorzitterschap van P. Scholten was er een ‘Werkorde’ opgesteld, die in 1944 door de synode was aanvaard. De eerste synode volgens de Werkorde vergaderde op 31.10.1945. Op 11.12.1945 benoemde de generale synode een commissie voor de kerkorde, bestaande uit P. Scholten (voorzitter), J. Severijn, Th.L. Haitjema, H. Kraemer, S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel (na overlijden van Scholten in 1946 voorzitter), K.H.E. Gravemeijer, E. Emmen, A.A. van Ruler, H. de Vos. J. Boonstra, W.A. Zeydner, H.J.F. Wesseldijk, H.M.J. Wagenaar (secretaris) en mr. G. Vixseboxse (vertegenwoordiger kerkvoogdijen). ON werd later aan de cie. toegevoegd; zie: W. Balke/H. Oostenbrink-Evers De Commissie voor de Kerkorde (1945-1950) (Zoetermeer 1993).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 754. P. Scholten aan O. NoordmansLunteren 1945-1955756. O. Noordmans aan P. Scholten →