Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

754. P. Scholten1 aan O. Noordmans

Den Haag, 9 december 1945

Hotel Vieux Doelen

Hooggeachte ds. Noordmans,

Gij zult mij wel van ontrouw beschuldigd hebben, omdat ik op uw hartelijk schrijven ter gelegenheid van mijn 70ste verjaardag2 niet heb geantwoord. Toch ben ik overtuigd dat gij, als gij de feiten geheel had gekend, mij dadelijk had vergeven. Sinds mei ben ik in één stuk door bezet en heb een zo druk leven als ik nooit heb gehad. Ik bedoel niet, dat ik nooit zo hard heb gewerkt, maar het was dan een denk- en leerarbeid, een geestelijk worstelen. Nu zit ik van dag tot dag onder allerlei moeilijke problemen, die onmiddellijk opgelost moeten worden en dikwijls niet opgelost kunnen worden. Toch geloof ik niet dat ik fout deed mij hierin te storten. Op het ogenblik dat het land alle krachten nodig heeft en je door de Regering gezegd wordt: u moet dit doen, kun je niet weigeren. Het geeft bovendien het gevoel dat je meevecht om uit de hopeloze rommel althans iets te kunnen opbouwen. Maar overstelpend is het wel. Ge hebt wellicht gehoord, dat ik onlangs een ernstige val deed en het bekken brak. Ik bracht vier weken in het Diakonessenhuis door, hoop morgen weer aan de gang te gaan. De breuk moest door stilliggen, volslagen rust genezen. Ik had het gevoel dat ik ter zijde was gelegd om tot rust te komen, dat het zo dus goed was, al miste ik dingen, waarbij ik graag tegenwoordig geweest was, in het bijzonder de opening van De Horst voor Kerk en Wereld.3 Hoe gaarne zou ik eens met u praten over al wat in de wereld en in de kerk geschiedt. Hoe gaarne had ik u dan ook mijn medeleven uitgesproken in de ramp die u persoonlijk getroffen heeft en u uit Laren heeft verdreven. Aan uw altijd eigen en altijd tot de diepte gaande beschouwing had ik mij graag gesterkt, al denk ik wel, dat er verschil tussen onze opvattingen gebleven zou zijn. Ik weet niet precies hoe gij er tegenover staat, maar over de opening van de Generale Synode4 heb ik mij diep verheugd, ook over haar werk tot heden. Ik zelf was bij de bidstond en bij de ontvangst der vertegenwoordigers van de buitenlandse kerken.5 Niet geheel duidelijk is het mij wat ge meent, als ge schrijft dat ik tegenover Kraemer6 niet geheel mijzelf ben gebleven.7 Ik ben zeer bevriend met hem, heb voor zijn werk in de kerk in het algemeen grote bewondering, maar ik heb, geloof ik, ook tegenover hem mijn eigen kritisch oordeel niet opzij gezet. Denk niet, dat uw uitdrukking mij onaangenaam was - ik stond er alleen wel vreemd van te kijken. Stellig ben ik historischer en traditioneler ingesteld dan u, maar ook ik meen dat er tijden zijn, waar God door die tradities heen breekt. Wat er waardevol in was blijft toch wel, komt terug. En zo’n tijd beleven wij, naar mijn vaste overtuiging, thans. Moge God onze kerk in die brandende kolk gebruiken. Met Stufkens8 sprak ik af, dat het gewenst is dat wij voor Woord en Wereld weer eens bijeen kwamen om te bespreken of en hoe wij zullen doorgaan. Er zijn nl. uiteenlopende stromingen onder ons - ook nog genoeg dat ons bindt? Wetenschappelijk-theologisch doordachte voorlichting op het gebied van Kerk en Staat is dringend nodig, andere ook dan de honderd en een weekbladen brengen. Hoe denkt ge er over? Het is wel diep te betreuren, dat wij daarbij onze vriend Koopmans9 zullen moeten missen. Ik hoop dat ge mijn lang zwijgen niet met een zwijgen uwerzijds beantwoordt. Laat mij nog eens iets horen. Mijn vrouw groet u hartelijk. Wil ook onze groeten aan uw vrouw overbrengen. Met hoogachting en oprechte genegenheid, uw dw.

Scholten.

(AN)

Noten

  1. 1

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  2. 2

    Scholten werd op 26.8.1945 70 jaar; schrijven van ON niet bekend.↩

  3. 3

    Scholten was de eerste voorzitter van het curatorium van de stichting ‘Kerk en Wereld’ te Driebergen. De opening van de stichting ‘Kerk en Wereld’ op het landgoed ‘De Horst’ in Driebergen vond plaats op 20.11.1945.↩

  4. 4

    In de Nieuwe Kerk te Amsterdam op 31.10.1945.↩

  5. 5

    De eerste zitting werd bijgewoond door de minister-president, W. Schermerhorn, een aantal oecumenische gasten en vertegenwoordigers van de in het IKO samenwerkende kerken.↩

  6. 6

    H. Kraemer, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 3.↩

  7. 7

    Scholten en Kraemer waren al oude bekenden. Op zijn reis naar Nederlands Indië in 1924 heeft Scholten Hendrik Kraemer, toen taalgeleerde van het NBG, leren kennen. Scholten heeft later lange tijd het voorzitterschap van het NBG bekleed.↩

  8. 8

    N. Stufkens, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 4.↩

  9. 9

    J. Koopmans, zie brief nr. 456 (22.5.1934), n. 16.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 753. W.A. Zeydner aan O. NoordmansLunteren 1945-1955755. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →