Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

778. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Leiden, 10 januari 1947

Zeer vereerde Noordmans,

Als ik mij niet vergis, heb ik temidden van de vele correspondentie verzuimd, u te bedanken voor Zondaar en Bedelaar.1 U weet, hoe ik op de uitgave van deze stukken heb aangedrongen2 en hoe ik naar de verschijning heb verlangd. Het uit uw eigen hand te ontvangen, verhoogt de intieme waarde van dit exemplaar. Werkelijk verrukt ben ik van ‘Ons aller Moeder’, de meditatie over Melchisedek3 - zulk een voorbeeld van theologische exegese hebben wij verder in ons land niet. Maar het zal u niet verbazen, dat ik na de bezoeking en beroving, die mij, die ons getroffen heeft, het méést werd aangesproken door het stuk over Simeon.4 ‘Zonder dat is er geen levensstijl’5 - nu, die heb ik dan inderdaad niet. ‘Wie niet buiten z’n leven kan kijken... is blind’6 - het heeft er alle schijn van, dat ik blind ben, en de jaren door in m’n ambt was als een blinde, die de blinden leidt. Ik kan wel návoelen, wat u bedoelt, het is mij soms gegeven te gelóven, wat het Woord hier ons verkondigt - maar het stemt niet samen met m’n doorgaande levensgevoel, waarin de aanbiddende verwondering over de aarde en de weemoed, héén te gaan, vóór het hart iets van de onuitputtelijke schoonheid van elk wezen diep genoeg heeft gekend, overwegen. Dat ieder jaar een plank van de doodkist wordt weggebroken7 - het zou eenvoudig gelògen zijn, als ik zei, met deze betuiging in te stemmen. Het mag zijn, dat ik aardgebonden, aardverkleefd ben - hoewel waarschijnlijk niet zonder meer als heiden, maar als, laat ons zeggen, Israëliet, die, ingelijfd in het ‘derde geslacht’ (der christenen) Israëliet blijft - de grootste hinder ligt voor mij toch in de onzekerheid van de eschatologische voorstellingen, de klaarblijkelijke onklaarheid, die daarover in de kerk (en toch ook in het N.T.?) heerst. Wanneer nu iemand als u, zelfs over de hier hangende vragen van onsterfelijkheid of (en) opstanding, doodsgericht en eindgericht, continuïteit en discontinuïteit van ons wezen heenstapt en voortschrijdt tot een algemene diskwalificatie van de aarde, van dit leven, van deze levensstrijd, van deze mensenliefde, en de kroon op dit alles zet door een theologia unionis of visionis,8 die, zij moge dan slechts bij flitsen u geworden, toch de hele toon van uw schrijven bepaalt, dan blijft mij niet anders óver, dan te zeggen: hoe schoon! maar hoe komt het dat ik daar geheel buiten sta? is het mijn zinnelijkheid? mijn onbeslistheid? een verkeerde theologie? een eenzijdige binding aan de letter der schriftuurlijke voorstellingen, die de opvlucht belet of bezwaart? Leven is voor mij nochtans niet een ‘melancholiek werk’9 en, al klinkt het gevaarlijk, er is voor mij weelde in de pijn, en troost in de gemeenschap met Hem, die mij zo verschrikkelijk heeft bestraft en berooid. - Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad10 en dáárin de Vader te ontmoeten en Zijn onbegrijpelijke zorg voor ons, zoals wij (met huid en haar) ademen en hunkeren naar léven, zus of zo, hier of daar - I want to be real! - dat is een grote genade. Vindt u het een erg kwaad teken, wanneer ik in de heerlijke natuurlijkheid van uw spreken over de heerlijkheid mij nog stoot aan een niet-ernstig-nemen van de crisis, het oordeel, de verborgenheid? Kunt u het verlangen verstaan, dat ik in mij moet weerstaan, om ook zo te spreken aan de ervaring voorbij en de Schrift te boven? Als u wist wat een bekoring het voor mij heeft u zo te horen spreken, alsof er een continuïteit is tussen mijn vrouws wachten daar bij de Lochemse brug en het wachten in de eeuwigheid,11 tussen mijn gang hier en mijn gang ginder en mijn aankomst dáár! Het is of u in plaats van het bekende ‘totaliter aliter’12 met een onverbaasd gezicht zit te zeggen als doctor en boerendominee en argeloos: táliter! táliter!13 - Aan de éne kant dus is het mij moeilijk dit leven, als ware het voor God en ons onbewoonbaar, prijs te geven - aan de andere kant kan ik mij, wannéér de overgang dan voor het geloof zo licht is, nauwelijks voorstellen, hoe wij de continuïteit van het aardse en hemelse leven zo áárds kunnen weergeven. Het gaat met de kinderen goed; ik heb handen vol werk aan hen, zo lang ze nog niet werken of naar school gaan; ’t is heerlijk - ’t vaderschap is het schoonste ambt; ik heb bovendien geen andere wijze meer mijn liefde voor háár te beleven en uit te geven. Wat mij hoog zit - ik kom er weer op terug: waar blijft nu toch die andere bundel14 met de essay’s over het Dogma,15 Pascal,16 de Psychoanalyse,17 Dickens,18 de vrijheid van een christenmens,19 enz., enz.? Zit u Van Ulzen20 wel genoeg achter de vodden? dat is beslist nodig! en we wachten immers al jaren. Lieve, grote Noordmans, zet dit nu dóór - er zal een zegen voor velen uit voortkomen. Hartelijke groeten ook aan mevrouw, hartelijk dank voor uw meeleven, tt.

K.H. Miskotte.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zondaar en Bedelaar (Amsterdam 1946); VW 8, 13-100.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 689 (13 maart 1942).↩

  3. 3

    ‘Ons aller Moeder’, VW 8, 26-34.↩

  4. 4

    ‘Een open leven’, VW 8, 62-63.↩

  5. 5

    VW 8, 62v.:↩

  6. 6

    Ibidem.↩

  7. 7

    Ibidem.↩

  8. 8

    Zie brief nr. 765 (17.10.1946).↩

  9. 9

    VW 8, 62v.↩

  10. 10

    Matth. 6:34.↩

  11. 11

    Zie brief nr. 769 (7.11.46).↩

  12. 12

    Lat.: geheel anders.↩

  13. 13

    Lat.: zó is het!↩

  14. 14

    Bedoeld is: Zoeklichten. Een bundel opstellen (Amsterdam 1949).↩

  15. 15

    ‘Het kerkelijk Dogma’ in: Zoeklichten, 30-58; eerder verschenen in De openbaring der verborgenheid (Baarn 1934), 101-124.↩

  16. 16

    Een stuk over Pascal is niet in Zoeklichten opgenomen. KHM doelt op ‘Blaise Pascal’ in: Eltheto 85 (1931) nr. 6, 184-194. Later verscheen nog ‘De Penseés van Pascal’ in: Eltheto 87 (1932) nr. 1, 4-17. Beide artikelen zijn opgenomen in VW 4, 345-369.↩

  17. 17

    ‘Psychologie en Evangelie’, Zoeklichten 59-82; eerder verschenen in P.J. Molenaar Psychologie en Evangelie (Amsterdam 1934), 38-66; VW 2, 98-118.↩

  18. 18

    ‘Iets over Dickens’, verschenen in: Eltheto 82 (1928) nr. 4, 97-110, werd niet opgenomen in Zoeklichten, VW 4, 463-477.↩

  19. 19

    ‘Het wezen der christelijke vrijheid’, Zoeklichten 234-250. Daarvoor was het (vermeerderd met de tekst van de Stellingen en een verslag van de Nabespreking verschenen in het ‘Rapport van de tweede Nederlandsche Oecumenische Theologen Conferentie’, gehouden op Woudschoten van 18-20.9.1935: De totaliteitseisch van den staat en het christelijk vrijheidsbegrip, uitgegeven door den Oecumenischen Raad in Nederland (1936), 27-47; VW 6, 529-546.↩

  20. 20

    Directeur Uitgeversmaatschappij Holland te Amsterdam, zie brief nr. 748 (26.10.1945), n. 1.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 777. O. Noordmans aan J. RoodenburgLunteren 1945-1955779. J.H. Grolle aan O. Noordmans →