786. O. Noordmans aan F. Boerwinkel1
Lunteren, 28 februari 1947
Zeer geachte Heer Boerwinkel,
Nu ik weer terug ben van ‘De Horst’2 wil ik u nog eens hartelijk danken voor de gelegenheid, die u mij gegeven hebt om kennis te nemen van het werk dat daar namens de Hervormde Kerk gedaan wordt. Dat is geen kleinigheid en er zal voor onze kerk veel van afhangen, hoe zich deze arbeid ontwikkelt. Hoe deze idee zich in ons kerkelijk leven zal incorporeren. Welke geest, welke mentaliteit zich daar zal ontwikkelen. Welk type de afgestudeerden zullen vertonen. Natuurlijk zullen zij, als het goed gaat heel verschillend zijn. Maar de stichting zal toch ook iets eigens hebben en dat eigene zal een gave Gods moeten zijn. Het is iets gegevens, gezien het karakter onzer Kerk. Maar gezien onze tijd en het doel van ‘Kerk en Wereld’ zal het niet minder een gave zijn, althans moeten zijn. Uw werk onderscheidt zich daardoor van het academisch onderwijs, waarbij dit ook wel het geval moet zijn, maar daar is de traditie sterker. ‘De Horst’ lijkt mij, voorlopig althans heel sterk, van dag tot dag, menselijkerwijze gesproken, een experiment; van de andere kant gezien echter een verwachting. Zullen de aan de leerlingen meegegeven dingen overwegen of de afgewachte gaven? Zullen zij later herkenbaar zijn en zal ‘De Horst’ hen figuurlijk een helm of een kap3 opzetten, of zal de differentiatie, het persoonlijke overwegen? Als er enige ongeschreven regels in deze gemeenschap zullen gelden, zal dan de ascese, de meditatie ook een grotere plaats krijgen dan die waaraan wij gewend zijn of zal men zich aanpassen bij de meer moderne, on-Puriteinse levensstijl? Is er ook verband tussen een afwachtende levenshouding en een min of meer ascetische levensstijl? En omgekeerd tussen een experimentele werkwijze en een vrijere levenshouding? Onze uitwendige techniek werkt losmakend en ontbindend op houdingen van onze ziel. Zal de eschatologische verwachting niet het enige middel blijken om de losgesprongen snaren van ons hart weer te spannen? Dit zijn vragen, die zich naar voren dringen als men een zo grote groep tot herkerstening bereide jonge mensen uit alle kringen van ons land en onze kerk bijeen ziet. Ik dank u nogmaals voor uw gastvrijheid. Met hartelijke groet,
O. Noordmans.
(Origineel bij Mw. Boerwinkel-van Es)