Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

829. O. Noordmans aan de werkgroep ‘Kerk en Overheid’

Lunteren, 12 juni 1948

Aan de Werkgroep ‘Kerk en Overheid’

Om gezondsheidsredenen kan ik tot mijn spijt uw vergadering van 14 juni e.k. nog niet bijwonen.1 Uw convocatie daartoe dd 28 mei 1948, ontving ik pas heden, met de notulen van de vergadering van 5 april en de andere stukken. Van die notulen heb ik met veel belangstelling kennis genomen. Wegens de uitermate belangrijke onderwerpen, die toen ter sprake zijn gekomen. O.a. art. 13 en 14 van ordinantie 4 der kerkorde.2 Uw vergadering besloot dit punt nog even aan te houden. Daarvan maak ik dan nu gebruik om, al thans schriftelijk, nog even op dit punt aan de discussie mee te doen. Het punt ‘door God geboden levensorde’ is nog te veelzijdig om het hier zo terloops aan te snijden.3 Alleen merk ik op dat ik met instemming de opmerking van prof. Vrij4 heb gelezen, dat de kerk alleen kan getuigen als er een geboden levensorde bestaat.5 Waarom kan Rome, dat het natuurrecht belijdt, gemakkelijk getuigen en kanselboodschappen afgeven. - Bij ons liggen de dingen enigszins anders, zoals ook tot uiting is gekomen in de opmerking van mr. van Walsum, dat ‘waarheid, gerechtigheid en barmhartigheid’ te veel op het terrein van het humane liggen. Maar deze dingen zijn van te wijde strekking om ze hier te behandelen. Het is er mij nu om te doen ze te zien met het oog op een enkel punt: de kerkelijke getuigenis en kanselboodschappen. Van het begin (1940) af heb ik mijn reserves gehad tegenover de kanselboodschappen en heb die ook herhaaldelijk aan prof. Paul Scholten kenbaar gemaakt.6 Ik heb in de oorlog alle boodschappen volledig voorgelezen, wegens de noodtoestand. Ik ben echter van mening dat zij geen blijvend instituut moeten worden. Alleen Rome met haar natuurrechtelijke opvattingen en haar hiërarchische kerkorde, kan dit instituut gebruiken. In art. 10 van de Kerkorde alinea 3,7 is het dan ook weggelaten. Daar staat: prediking en getuigenissen. Deze weglating is bewust en opzettelijk geweest. Dat de kanselboodschap in art. 19 van ordinantie 48 wel voorkomt, moet gezien worden in verband met de clausule in alinea 1: ‘zo de bijzondere omstandigheden haar daartoe dringen.’ Ten opzichte van de kanselboodschappen betekent dat in verband met de opzettelijke weglating in art. 10, dat in onze kerkorde de boodschappen alleen als nood-instituut bedoeld is. Dit is ook van belang met het oog op alinea 4 van art. 13, ordinantie 4, waar sprake is van de verplichting der kerkeraden om van meerdere vergaderingen uitgegane getuigenissen ter kennis van de gemeente te brengen. In verband met de opzettelijke weglating van kanselboodschappen in art. 10 van de kerkorde, betekent dat niet, dat de verplichting ook geldt ten opzichte van de kanselboodschappen. De getuigenissen uit art. 10 zijn schriftelijk. Het zou van belang zijn deze dingen in art. 13 van ord. 4 duidelijk tot uitdrukking te brengen. Alleen uit een oogpunt van compromis kan het aanbeveling verdienen dit laatste niet te doen. Zoals de teksten nu luiden bemantelen zij latente tegenstellingen in de commissie en in de kerk. Ik meen dat het Gereformeerde leven inderdaad een theocratische inslag heeft. Maar de theocratie van Genève heeft zich niet regelrecht doorgezet. Er heeft in de landen van Gereformeerde confessie een zekere spreiding plaats gehad en deze laatste zullen wij beter niet weer ongedaan maken. Ten opzichte van het getuigenis der kerk jegens overheid en volk betekent dit, dat de getuigenissen der kerk op dit terrein niet regelrecht en te peremptoir mogen uitgaan. Hier mag de kerk niet zo beslist spreken alsof de levensorde haar even bekend was als de heilsorde. Er moet ook in de kerk - in deze dingen - plaats blijven voor een ‘most loyal opposition.’ De Engelsen bepalen zich op hun kerkelijke conferenties dan ook tot een poging om een praktische opinie te vormen. En m.i. moet onze kerk op dit gebied ook niet veel verder gaan. Men mag een kerkeraad niet verplichten een getuigenis aan de gemeente bekend te maken. En - gesteld dat dit voor schriftelijke getuigenissen toelaatbaar is - de kerk of een kerkeraad mag een predikant niet dwingen een politieke of sociale kanselboodschap voor te lezen. Daarom late men beter die kanselboodschappen helemaal weg. Het gevaar dreigt dat niet de kerkelijke, maar de politieke verschillen de kerk zullen doen uiteenvallen. Rome is een politiek lichaam; wij zijn het niet. Zo was het getuigenis omtrent de doodstraf m.i. een zeer kapitale fout.9 Ik denk aan wat op ’t ogenblik in Engeland plaats vindt. De pragmatische houding der politieke partijen op dit stuk zie ik als een goed-kerkelijke gedragslijn. De aarzeling in deze materie is zo juist. Op sociaal gebied is de eerste afkondiging na de oorlog een goed voorbeeld.10 Zij was, meen ik, door dr. Banning geredigeerd. Het was eigenlijk een afkondiging van de Nederlandse volksbeweging en niet één van de kerk. Ik heb haar niet willen lezen, niet omdat ik zoveel tegen de beweging had, maar omdat ik er wel tegen had dat zij boodschappen in de kerk liet lezen. Dit zijn enkele van mijn opmerkingen, die u mij moogt ten goede houden.11 Uw dienstw. medelid,

O. Noordmans.

(ANHK)

Noten

  1. 1

    Vergadering van de werkgroep Kerk en Overheid op 14.6.1948.↩

  2. 2

    Ord. 4 handelt zowel in het Ontwerp als de defintieve versie over het apostolaat. Afdeling III van Ord. 4 betreft ‘het getuigenis van de kerk jegens overheid en volk’. Van deze afdeling maken deel uit Art. 13 en 14 van het Ontwerp (19 en 20 van de Kerkorde ’51), behandelen resp. ‘Het getuigenis der Kerk’ en ‘De raad voor de zaken van Kerk en Overheid’.↩

  3. 3

    Uit de notulen blijkt dat er bezwaren zijn ingebracht tegen art. 13 van het Ontwerp, met name naar aanleiding van de zinsnede uit het eerste lid: ‘ter bewaring en herstelling van de door God geboden levensorde in staat en maatschappij.’ De volledige tekst van het eerste lid van art. 13 luidt: ‘De Kerk, ter bewaring en herstelling van de door God geboden levensorde in staat en maatschappij, krachtens haar opdracht getuigende jegens overheid en volk van het Evangelie van Jezus Christus, doet dit, zoo de bijzondere omstandigheden haar daartoe dringen, door haar ambtelijke vergaderingen en wel, hetzij door middel van een kanselboodschap of een herderlijken brief, hetzij door zich rechtstreeks te richten tot overheid of volk.’ De gewraakte zinsnede is in art. 19 van de Kerkorde ’51 komen te vervallen, terwijl ook de verdere woordkeuze van het eerste lid enige wijziging heeft ondergaan: ‘De Kerk, krachtens haar opdracht zich wendend tot overheid en volk met de oproep, het leven naar Gods beloften en geboden te richten, doet dit, zo bijzondere omstandigheden haar daartoe dringen, door haar ambtelijke vergaderingen en wel hetzij door zich rechtstreeks te richten tot overheid of volk, hetzij door middel van een kanselboodschap of een herderlijke brief.’↩

  4. 4

    M.P.Vrij (1895-1955), jurist, advocaat en procureur te Amsterdam 1922, promotie 1923 UVA, hoogleraar straf- en strafprocesrecht RUG 1928, raadsheer in de Hoge Raad 1947.↩

  5. 5

    Prof.mr. M.P. Vrij reageerde op een suggestie van mr. G.E. van Walsum (zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 5) om de in n. 2 genoemde tussenzin te laten vervallen: ‘Prof. Vrij is van mening, dat dit niet juist zou zijn, omdat de bedoeling van dit artikel zeer bewust is, dat de Kerk alleen getuigt teneinde de door God geboden levensorde te bewaren en te herstellen. Verder maakt Prof. Vrij er op attent, dat de redactie van de eerste alinea niet juist is. Bedoeld is, dat de Kerk, indien de bijzondere omstandigheden haar daartoe dwingen, getuigt en dat dit dient te geschieden door haar ambtelijke vergaderingen. Een dienovereenkomstige redactiewijziging moet plaatsvinden. ... Stelt voor de redactie als volgt te doen luiden: opdat Gods geboden en beloften in staat en maatschappij geëerbiedigd worden. ... Wijst vervolgens nog op een onjuistheid in ... alinea 3 van artikel 13. Wanneer de Generale Synode zich wendt tot overheid of volk heeft zij reeds beslist, of zij redenen aanwezig acht daaromtrent ook de classicale vergaderingen te raadplegen. Bovendien wordt een dergelijke beslissing altijd genomen: “In elk geval afzonderlijk”. De oorspronkelijke versie van het derde lid was: ‘De generale synode, zich wendende tot overheid of volk, beslist in elk geval afzonderlijk, of zij redenen aanwezig acht om te voren daaromtrent ook de classicale vergaderingen te raadplegen.’ De definitieve versie (art. 19, 1951): ‘De generale synode, voornemens zich te wenden tot overheid of volk, beslist in elk geval afzonderlijk, of zij redenen aanwezig acht om tevoren daaromtrent ook de classicale vergaderingen te raadplegen.’ De Werkgroep Kerk en Overheid achtte de oorspronkelijke formulering niet gelukkig, enerzijds omdat men door het enkelvoud te gebruiken (de door God geboden levensorde) tot uitdrukking brengt dat er een geheel is van door God gewilde ordeningen (theocratie), en verder omdat het de vraag is of God in de bijbel een levensorde heeft doen neerleggen.’↩

  6. 6

    Zie de brieven nr. 722 (25.4.1944) en nr. 756 (31.12.1945). ON had bovendien aan de commissie voor de kerkorde, waarvan hij eveneens lid was, voor de septembervergadering van 1947 een lijst gestuurd met wensen voor wijzigingen. Eén daarvan betrof artikel 11, 3e alinea: ‘Men schrappe “kanselboodschappen”. Als vaste instelling hooren zij in onze kerk niet thuis en schaden, als aanleiding tot publiek debat, het gezag der kerk. Zij storen de dienst des Woords.’ En bij Ord. 4, art. 13, 1e alinea: ‘Men schrappe “kanselboodschappen” of leze: kanselboodschappen in gevallen van nood.’↩

  7. 7

    ‘Kerkorde der Nederlandsche Hervormde Kerk’ in Ontwerp voor een Kerkorde der Nederlandsche hervormde Kerk (Nunspeet 1947), 15-27, art. 10 ‘Van het belijden der Kerk’, 3e alinea, 22: ‘In haar verantwoordelijkheid voor het heden en levende in de uit de Schrift geputte belijdenis der Vaderen, belijdt de Kerk in haar prediking, getuigenissen, herderlijke brieven, kerkliederen, gebeden, formulieren, leerboeken en belijdenisgeschriften telkens opnieuw den Christus als Hoofd der Kerk en als Heer der wereld.’↩

  8. 8

    Ord. 4.19.1: De kerk krachtens haar opdracht zich wendend tot overheid en volk met de oproep tot leren naar Gods beloften en geboden te richten, doet dit zo bijzondere omstandigheden haar daartoe dringen, door haar ambtelijke vergaderingen en wel het zij door zich rechtstreeks te richten tot overheid en volk het zij door middel van een kanselboodschap of een kerkelijke brief.↩

  9. 9

    Op 1.11.1945 werd door de synode besloten een herderlijke brief te laten uitgaan over de doodstraf, ontworpen door K.H. Miskotte; zie Documenten Nederlandse Hervormde Kerk 1945-1955 (’s-Gravenhage z.j.), 8-13; ON schreef zelf ook over dit vraagstuk: Memorie betreffende de doodstraf; zie over beide stukken VW 6, 555-559. Gezien de inhoud van deze brief en de memorie lijkt de conclusie van Documenten Nederlandse Hervormde Kerk, 8 (overgenomen in VW 6, 557v., n. 1), dat ON de overheid gerechtigd achtte de doodstraf uit te voeren, discutabel.↩

  10. 10

    De pinksterboodschap van 1945, in eerste concept ontworpen door W. Banning en besproken in de vergadering van de Urgentieraad op 5.5.1945; zie Documenten 1945-1955, 6v. Hierin lag de nadruk op de sociale en economische problemen van dat moment.↩

  11. 11

    Op de volgende vergadering van Kerk en Overheid, 14.6.1948, leest voorzitter G.J. Scholten de brief van ON voor. Er volgt opnieuw een bespreking van art. 13 en 14. De vergadering blijkt de door ON ontwikkelde gedachten niet te ondersteunen.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 828. K. H. Miskotte aan O. NoordmansLunteren 1945-1955830. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →