Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

831. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Leiden, 18 juli 1948

Zeer vereerde dr. Noordmans,

’t Is al weer een maand geleden, dat u mij te hulp wildet komen1 en ’t kan wel schijnen alsof ik in een staat van ondankbaarheid verzonken ben; ik heb echter ’n antwoord uitgesteld, omdat er nog zo veel te vragen en te biechten overblijft; en de moed ontbrak! Zo bleef ook het eenvoudig dankwoord achterwege, dat toch werkelijk me in het hart brandt. De grote crisis, waarin ik geworpen ben, duurt. - Maar nu moet eindelijk naar Lunteren geseind worden, hoe blij uw broederlijk en vaderlijk medeleven mij heeft gemaakt. U hebt zich zo verplaatst in de Leidense sfeer, in m’n verweduwd bestaan, in m’n extreme (on)mogelijkheden. En uw wijsheid sprak tot mijn hart. - ‘We moeten - paradoxaal gezegd - de sterkte van ons geloof aan God overlaten’ ... ‘er is, meen ik, aan een teren op herinneringen niet helemaal te ontkomen.’ - en: ‘wij verkeren in betrekkelijkheid, ons eigen geloof is ingebed in het geloof van anderen - en van onszelf in vorige tijden’. Dat alles heeft me geholpen - en ’k hoop het toegeëigend te hebben. - Maar de verschrikking is juist: dat al mijn herinneringen tegen mij ópstaan, mijn vraag is juist: of ik vroeger wel ooit ànders dan door een soort aanpassing, verbeelding, invoelingsvermogen, gelovig ben geweest - of in wézen voor mij de kosmos niet steeds m’n genoegzaam deel is geweest, en de Eroos de drijfkracht van m'n leven onder de schijn van liefde; het is een vernietigende gedachte, zichzelf te herkennen stáánde, week aan week op de kansel: als een hypocriet - Doch, zoals ik zei, ik durf u niet opnieuw lastig vallen met vragen en biechten. Dit wil alleen een dankwoord bevatten; de rest is alweer over de schreef en vergeef me. - Lieve biechtvader, wees niet tezeer teleurgesteld! Wie weet, God mocht zich eens ontfermen en klaarheid schenken. Met groot verlangen zien wij uit naar de verschijning van uw essays!2 Wat doet ‘Holland’3 toch? allerlei verschijnt, dit niet! o blindheid voor kwaliteiten! ik hoop, dat de storingen in uw gezondheid door een echte zomer nog gebeterd worden voor de winter komt. Hartelijke groeten, uw dw.,

K.H. Miskotte.

Ik ben zéér, zéér ingenomen met ‘Monnik en Puritein’,4’t is heerlijk nu en dan temidden van ons gestuntel een meesterhand bezig te zien. Het slot van Barth’s antropologie ‘die endende Zeit’,5 ofschoon voor mij onweerlegbaar, werpt toch een somber schijnsel over onze arbeid, en de radicale ongeborgenheid van de ‘vrucht’ des levens.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 830 (17.6.1948).↩

  2. 2

    Bedoeld is de bundel Zoeklichten.↩

  3. 3

    Uitgeversmaatschappij Holland te Amsterdam, waar de bundel Zoeklichten zou gaan verschijnen.↩

  4. 4

    ‘Monnik en Puritein’, VW 6, 513.↩

  5. 5

    Zie KD III/2, paragraaf 47.5.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 830. O. Noordmans aan K.H. MiskotteLunteren 1945-1955832. O. Noordmans aan J.J. Buskes →