885. O. Noordmans aan W.A. Zeydner1
Lunteren, 26 november 1950
Waarde Zeydner,
Diep getroffen als ik was door het overlijden van Van der Leeuw,2 dacht ik er over aan jou te schrijven om aan dat gevoel uiting te kunnen geven, toen ik gisteren je artikel in het Weekblad3 las. Daardoor kom ik er nu te eerder toe om het te doen. Het heengaan van Van der Leeuw gaf mij een schok, waarvan ik nog onder de indruk blijf. De laatste tijd zag ik hem zelden meer; ’t laatst in januari van dit jaar te Utrecht, met de Rooms-katholieken.4 Maar enige jaren terug ontmoette ik hem vrij geregeld. Ik heb veel vriendelijkheid en goedheid van hem ondervonden. ’t Eerste, wat bij hem opviel, was een zeldzame bonhomie. Zelden heb ik iemand ontmoet, die je op zo prettige wijze tegemoet kon komen en je in een kring kon opnemen. Hij deed dat, zoals je schreef, in alle eenvoud en hij behoefde daarvoor geen kennelijke moeite te doen. Zo heb ik een twintig jaar lang, in de Ethische Vereniging, in Kerkopbouw en in de Reorganisatie-Commissie, hem meegemaakt. Verder ontmoette ik hem in de theologie. Hij bezat een enorme eruditie. Op allerlei terrein, ook buiten zijn vak, was hij thuis. Hij zag bepaalde lijnen hoe langer hoe duidelijker en stelde ze te boek in een aantal standaardwerken. Sommige daarvan, zoals zijn Inleiding tot de Theologie5 en zijn Sacramentstheologie,6 had ik het voorrecht te mogen bespreken. Ik deed dit steeds na zeer nauwgezette kennisname. Van der Leeuw aanvaardde mijn critiek op zijn Inleiding.7 Niet dat hij mijn bezwaren tenslotte aanvaardde, maar hij erkende dat zij er niet naast waren. Hij zei mij, dat hij bij lezing zich telkens afvroeg: Heb ik nou ongelijk of niet? Na mijn beoordeling van zijn Sacramentstheologie8 heb ik daarover geen contact met hem gehad. Wij hadden toen al zo lang controverse gehad, bijv. over de Liturgie. Ook toen was hij zeer ingaande op mijn bezwaren en wij gaven samen Liturgie in de crisis uit. Maar bij Sacramentstheologie kwam het niet tot een nagesprek. Wij zagen elkaar na de oorlog bijna niet meer. Ik weet niet, hoe hij mijn artikelen9 in In de Waagschaal over dat laatste boek heeft opgenomen. Nu ineens is het stil aan de overzijde. Dit geeft mij een gevoel van grote eenzaamheid, een gevoel dat mij beklemt en neerdrukt. Je kunt dat meevoelen en daarom geef ik er hier uiting aan. Weet je ook hoe zijn ziekbed was? Is hij met bewustzijn heengegaan? Met hartelijke groeten, je vriend
O. Noordmans.
(AWAZ)