Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

886. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans

Rotterdam, 2 december 1950

Waarde Noordmans,

Je brief2 heb ik in grote dankbaarheid gelezen. God heeft mij het voorrecht geschonken, dat Hij enkele vrienden op mijn weg gebracht heeft, wier vriendschap licht en warmte brengt. Ik heb nooit de neiging gehad in hun voetstappen te wandelen maar zij zijn de metgezellen van mijn leven geworden. Zo draag ik niet een stukje van Van der Leeuw en van Noordmans met mij mee, maar zij zijn de vrienden met wie ik telkens in gedachten spreek. Dit gesprek loopt niet af, wanneer de dood scheiding maakt; het wordt voortgezet. Ook Van der Leeuw kende ditzelfde met Gerretsen.3 In het gehele leven van Van der Leeuw werd dit gesprek gevoerd. Het kenmerk van een dergelijk gesprek is, dat men niet spreekt om gelijk te krijgen maar dat men zich volledig uitspreken kan, wetend dat de ander luistert en dat men zelf ook luisteren kan. Hoe moeilijk is het met mensen te spreken, wier woorden men eigenlijk voortdurend tussen aanhalingstekens zou moeten zetten omdat zij geen eigen woorden spreken. Het moeilijke is bovendien, dat zulke mensen verontwaardigd zouden opstuiven, wanneer je openlijk aanhalingstekens ging zetten. Mijn gedachten gaan dikwijls terug naar de tijd van de Ethische Vereniging en Kerkopbouw. Veel wat toen tevergeefs is nagestreefd, begint thans aan de horizon te dagen. Een half jaar geleden hebben wij in Groningen de zestigste verjaardag van Van der Leeuw gevierd.4 Tot allerlei kringen behoorden zijn vrienden. Niemand zou toen gedacht hebben, dat wij reeds zo spoedig om Van der Leeuw’s graf zouden staan. Van der Leeuw heeft na de dood van zijn vrouw wel heel weinig op zijn gezondheid gelet. Hij had sterk verhoogde bloeddruk. Zijn benen wilden niet meer mee. Zijn dokter heeft hem nog toegestaan het godsdiensthistorisch congres5 te presideren. Dit had hij echter niet meer moeten doen. Hij liep met een stokje en is een paar maal gevallen. Op zijn verjaardag zei hij, dat hij wenste dat God hem weg zou nemen, voor hij zou gaan “kletsen”. Achteraf denkt men wel, dat hij toen reeds iets van de afbraak gevoeld heeft. Toen hij in het ziekenhuis tot rust kwam, was hij eigenlijk al geheel afgewerkt. In inspannende lectuur had hij geen lust. Hij had De Vos6 gevraagd naar Utrecht te komen om faculteitszaken te bespreken. Van der Leeuw wilde met januari weer beginnen met college geven. Maar na een kwartier spreken was alle belangstelling voor dit gesprek, dat hij zelf gewenst had, reeds voorbij. Tenslotte is er niervergiftiging bijgekomen, zodat zijn bewustzijn steeds meer beneveld werd. Hij lag met gesloten ogen. Een van de laatste dingen, die hij wenste was, dat mevrouw Rümke7 uit zijn naam een brief schreef om mijn zoon geluk te wensen met zijn huwelijk. Ik heb van de familie niet gehoord, of hij nog tot het laatste toe bij bewustzijn is geweest. Wanneer ik in het oosten van het land kom, hoop ik je nog te bezoeken, maar in dit jaargetij komt het zelden voor. De Generale Synode eist bijna al mijn tijd. In het algemeen gesproken gaat de behandeling rustig en goed. Het voorbereidende werk van het Bureau8 is bewonderenswaardig. Van tijd tot tijd komen de partijtegenstellingen tot uiting maar juist deze deraillementen zijn reëel. Wanneer de schade van het deraillement opgeruimd is, gaat het treinverkeer normaal verder. Er is een tijd geweest, dat Van Ruler9 en Miskotte elkander moeilijk vonden. Dit is de laatste tijd goddank veel beter geworden, zodat zij in de Synode meest schouder aan schouder staan. Zowel voor Miskotte als Haitjema is het wel eens moeilijk wanneer de jonge adelaar hun boven hun hoofd vliegt. Het liefst zouden ze hem als een valk aan de lijn houden, maar daarin heeft Van Ruler weinig zin. Je schreef niets over je eigen gezondheid. Ik hoop, dat dit betekent, dat deze redelijk is. Wil mijn hartelijke groeten overbrengen aan mevrouw Noordmans en je zoon, als hij thuis is. Wees Gode bevolen door je vriend,

W.A. Zeydner.

(AN)

Noten

  1. 1

    W.A. Zeydner, zie brief nr. 595 (3.4.1938), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 885 (26.11.50).↩

  3. 3

    J.H. Gerretsen, zie brief nr. 620 (26.4.1939), n. 5.↩

  4. 4

    Van der Leeuws zestigste verjaardag was 19.3.1950. Hem werd een feestbundel overhandigd: Pro regno pro sanctuario (Nijkerk 1950). In de opdracht staat de datum 15.4.1950.↩

  5. 5

    In september 1950 vond het eerste internationale godsdiensthistorische congres plaats, waartoe Van der Leeuw mede het initiatief had genomen en waar hij werd benoemd tot president van de daar opgerichte International Association for [the study of] the History of Religions.↩

  6. 6

    H. de Vos, zie brief nr. 537 (16.10.1935), n. 1.↩

  7. 7

    De echtgenote van de toenmalige Utrechtse hoogleraar in de psychiatrie, H.C. Rümke (1893-1967).↩

  8. 8

    Het bureau van de Hervormde Kerk.↩

  9. 9

    A.A. van Ruler, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 27.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 885. O. Noordmans aan W.A. ZeydnerLunteren 1945-1955887. A.A. van Ruler aan O. Noordmans →