918. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Leiden, 8 januari 19531
Zeer vereerde vader,
Dank voor uw schrijven;2 ik hoorde al hoezeer u aan huis en naaste omgeving gebonden bent. Wij hadden een zeer actieve samenkomst in het Seminarium Philosophicum;3 na mijn referaat van 1⚑_ uur4 waren de roomsen, gelijk billijk, vrijwel alleen aan het woord; ze draaiden om Balthasar5 heen. Vooral Kreling6 was voor mij een teleurstelling; ik wist niet dat hij zo kon in- en uitpraten. Is er een katholieke denkvorm, of denkpatroon? neen! want het katholieke is alomvattend; dus is de dialektische theologie, als ze niet (in triniteit en christologie) haeretisch is, (des neen), potentieel een katholieke mogelijkheid? neen, want het ‘christocentrische’ forceert de natuur van het christelijk denken; dus is er toch zoiets als een denkvorm gegeven in de ‘analogia entis’? neen, want dié is eenvoudig een logische stelling! logisch? Wat is er te denken van Przywara7 e.a. die stellen dat ook de logika, evenzeer als de ontologie, door het geloof wordt genormeerd en gequalificeerd? dat leidt tot nominalistische willekeur! welke logika zal ons dan leiden? die van de philosophia perennis!8 dus... zal er toch zoiets zijn als een katholieke denkvorm!? - neen. want hij is algemeen-menselijk (in al z’n eventuele varianten) en algemeen-geldig, enz., enz. - Zo ook over het Vaticanum9 - of daar een theologisch of een wijsgerig begrip ‘natura’ wordt gehanteerd. Het was merkwaardig, dat plotseling niemand niet-thomist was, dat plotseling (Feind hört mit, Achtung!) ontkend werd (tegen de consensus quinquesaecularis),10 dat er tussen ons overeenstemming was in de Christusbelijdenis, want de christologie, die niet impliciet ekklesiologie blijkt, moet een dwaling zijn (Thijssen11 - niet onweersproken door b.v. Peters)12 (speculatie over Adam en Eva, Christus en de Bruid [...? = Christus en Maria]; het was merkwaardig dat Fortmann13 zweeg, dat alleen Weterman14 (van het Philosophicum) een zekere affiniteit met de irenici vertóónde. - Ook Brom15 zweeg, stelde alleen informatieve vragen. - Al met al was het zeer geanimeerd; de opkomst was ondanks het weer en de gladde wegen geweldig + een paar gasten; de leiding van Bakhuizen16 ’s middags was zeer wijs. - Aan de eigenlijke vraag naar het christocentrische, naar de zin van het sola fide, sola scriptura, sola gratia, zijn we niet toegekomen. En dit brengt mij op een verzoek, in verband met uw kostelijke overpeinzingen; ik heb maar één bezwaar, n.l. dat ze te gedrongen zijn, ook op die punten, die geheel de gemeente onmiddellijk aangaan. Hier hebben we zulk een levensader. Nietwaar: als het geloof een natuurlijk en/of bovennatuurlijk vermogen is náást andere vermogens, dàn is het ‘sola fide’ eenzijdig, haeretisch. Als de gratia een levensstroom is náást andere, als de schrift een functie heeft in het vlak der menselijke perceptie náást andere, als...Maar het ‘solus’ is dermate transcenderend over het ‘zijn’, het ‘gegevene’, de ‘potentia oboedientialis’,17 enz., dat er van vergelijking, concurrentie, vergelijk, evenwicht geen sprake kan zijn. Ik heb de indruk, dat ook zeer vele hervormden van dit merkteken: solus, van deze autoriteit des Geestes (die ons aan diastase en synthese beide ontheft) geen (genoegzame) kennis dragen. Zou het niet mogelijk zijn, dat u de ‘Overpeinzingen’ nog even uitbreidde met de uitwerking van deze noties? - of eventueel een paar aparte stukken daaraan wijdde? Ik zou u zeer dankbaar zijn!18 U weet niet hoeveel uw woord voor ons betekent. Het is aan de verwarring der tijden te wijten dat het niet verder klinkt. Maar de tijden kunnen kenteren; en gij zult gezien worden als één van onze vaders in Christus. U houde mij ten goede, dat het wel schijnen moet alsof ik u een onderwerp opdring. Met hartelijke groeten, uw dw.,
K.H. Miskotte.
(AN)