Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

917. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Lunteren, 7 januari 1953

Waarde Miskotte,

Veel dank voor je schrijven bij de jaarwisseling.1 Wederkerig wens ik je alles goeds voor het jaar 1953. - Tot mijn spijt kon ik de oecumenische vergadering van 3 januari op Huis ter Heide2 niet bijwonen. Reizen doe ik heel weinig en verre reizen maak ik helemaal niet. De radius van mijn lichamelijke verplaatsing is maar heel kort. Lunteren en allernaaste omgeving. Van deze kant dreigt het gevaar van een zekere vereenzaming, waar ik mensen, die ik tot voor korte tijd geregeld zag en sprak, nooit of zelden meer ontmoet...Bovendien zijn een aantal van dezen reeds heengegaan. Ik denk aan Paul Scholten,3 deze eminente Amsterdammer; aan Van der Leeuw,4 Kohnstamm,5 Brouwer,6 Obbink7 e.a. Ook de januari-ontmoeting met de roomse broeders, onder de geestelijke en geestrijke leiding van Aalders,8 onderhield ik zeer trouw. Ja, Aalders, die mis ik nog steeds. Hij was een catholiserende geest met een sterk reformatorisch besef. Een Israëliet zonder bedrog.9 Ik voelde mij veilig in zijn nabijheid en hij stelde - meen ik te weten - prijs op mijn oordeel. Mijn critiek op zijn Incarnatie10 wekte bij hem een heftige reactie, maar mijn recensie van zijn Handboek der Ethiek,11 die ik later op zijn wens schreef, accepteerde hij met de woorden: ‘Dat wist ik niet’. Bijwonen van conferenties, commissie-vergaderingen, enz., enz. behoort nu voor mij tot het verleden. Des te meer waardeer ik het, dat In de Waagschaal zo ruimhartig zijn kolommen voor mij heeft opengesteld. Zodoende kan ik mij, meer dan halverwege, te weer stellen tegen wat ik het gevaar van vereenzaming noemde.- Bovendien heb ik dan mijn dochter en mijn zoon - mijn zoon is nog inwonend - die er voor zorgen, dat ik op de hoogte blijf van wat er in de jongerenwereld omgaat en door wie ik zo nu en dan onder ogen krijg, wat er uitkomt. Schrijft gij mij bij gelegenheid eens hoe het op Huis ter Heide was? Met hartelijke groet,

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 916 (31.12.1952).↩

  2. 2

    Zie brief nr. 916 (31.12.1952), n. 4.↩

  3. 3

    Paul Scholten (1890-1946), zie brief nr. 401 (5.3.1932), n. 2.↩

  4. 4

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

  5. 5

    Ph. Kohnstamm (1875-1951), zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 4.↩

  6. 6

    A.M. Brouwer (1875-1949), zie brief nr. 115 (14.6.1897), n. 1.↩

  7. 7

    H.Th. Obbink, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 7.↩

  8. 8

    Aalders nam met Van der Leeuw vanaf het vroegste begin deel aan de ‘professorenkring’. W.J. Aalders (1870-1945); zie brief nr. 450 (20.12.1933), n. 5.↩

  9. 9

    Vgl. Joh. 1:48.↩

  10. 10

    VW 4, 180-191.↩

  11. 11

    VW 6, 483-493.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 916. K.H. Miskotte aan O. Noordmans8. Lunteren918. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →