Ter Zijde, ‘De heer Tilanus 70 jaar’, IdW 10 (2.10.1954) nr. 1, 337. Hierin benadrukt Buskes hoezeer hij Tilanus, de voorzitter van de Christelijke Historische Unie, uiteraard geen politieke vriend van hem, waardeert en daarom een gift aan de CHU heeft overgemaakt. Ter illustratie de volgende anecdote: ‘Jaren geleden heb ik met de heer Tilanus in een publieke vergadering te Almelo gedebatteerd over oorlog en christendom. Wij stonden vierkant tegenover elkaar. Maar nooit heb ik met iemand gedebateerd, die mij op een waardiger en loyaler, ja laat ik maar zeggen op een christelijker wijze bestreed dan de heer Tilanus het deed. Hij had die avond het laatste woord. Een goede gelegenheid voor een politicus, om zijn zwaarste geschut in stelling te brengen. De heer Tilanus deed anders. Hij legde nog eens alle nadruk op de principiële tegenstelling tussen hem en mij wat het oorlogsvraagstuk betreft, maar voegde er aan toe, dat hij tot zijn blijdschap ontdekt had, dat wij wat het diepste betreft vlak naast elkaar stonden en dat hij er daarom behoefte aan had, mij aan het einde de broederhand te reiken. Zoiets vergeet je niet en diep in je hart leeft een blijvende waardering voor zo’n edele tegenstander. Ik geloof dat velen met mij de heer Tilanus als een man van karakter en een aristocraat van de geest hebben leren kennen en waarderen.’ Buskes besluit zijn Ter Zijde vervolgens aldus: ‘Gaarne deel ik dan ook in de vreugde van alle Unie-vrienden, nu zij de zeventigste verjaardag van hun voorzitter gaan vieren. Ik stuur een rijksdaalder. Maar laat men goed weten: die rijksdaalder heeft een symbolische betekenis, want ik zou het toch wel zuur vinden, als vanuit het Uniehuis de P.v.d.A. bestreden werd op mijn kosten. Als dat dan toch gebeuren moet, laat het dan gebeuren, niet door .... nee, ik noem geen namen.... maar door de heer Tilanus. Dan heb ik er vrede mee.’↩