Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

790. A. Hijmans1 aan O. Noordmans

Rotterdam, 11 mei 1947

Hooggeachte dr. Noordmans,

In uw artikel ‘Oudheid en Waarheid’ in Wending maart 1947,2 las ik op blz. 71 uw opmerking over ‘De rooms-katholieke kerk, die... het protestantse levensgevoel in zich wil opnemen.’ Dit laatste deed mij denken aan hetgeen ik in verband met huwelijk en sexualiteit gelezen heb van pater Hoegen (Dr. A.W. Hoegen) n.l. 1°. over de zin van het huwelijk (Utrecht 1938) 2e dr. (hiervan las ik alleen een paar hoofdstukken) en 2°. ‘het heilig huwelijk’, in: De katholieke kerk, godsdienstleer en apologie (Utrecht 1942) I, 973-1037. Ik wil in verband met hetgeen u schreef niet nalaten u deze geschriften te noemen, mogelijk geheel overbodig. Het eerste is zeer leerzaam; het laatste bepaald prachtig en meeslepend. Beide zijn voor mij zo aantrekkelijk om hun nieuwe formuleringen, die getuigen van een levensgevoel, dat toch wel veel dichter bij ons protestanten gekomen is. De motivering van het coelibaat is knap en pakkend, maar intussen blijft van het meritum3 niets over. De betekenis van de liefde, de wederzijdse aanvulling, de levensgemeenschap der echtgenoten in de huwelijksverhouding, krijgt het volle pond. De procreatie is het raam, binnen welk het huwelijk gezien moet worden, maar in de eigen huwelijksverhouding blijft de echtelijke liefde, de levensgemeenschap op de voorgrond staan. En voortplanting mag niet los gezien worden van opvoeding; immers het is menselijke voortplanting en dus kan het gezin te groot zijn, als n.l. de opvoeding door te grote quantiteit bedreigd zou worden. En niet alleen geen sprake van minachting van het liefde-leven der echtgenoten, maar hoe weet deze priester zich dit in te denken, mee te leven en te beschrijven! Als dit geen uiting is van een stuk protestants levensgevoel -. Mogelijk hebt u er iets aan, dat ik u dit schrijf. Ik wilde het in ieder geval niet nalaten. Met hoogachting en vriendelijke groet, uw dw.,

A. Hijmans.

(AN)

Noten

  1. 1

    A. Hijmans, arts te Rotterdam, schrijver o.a. van Zorg voor ongehuwde moeders en buitenechtelijke kinderen (Zutphen 1934); Vrouw èn Man in de Prostitutie. Een sociologisch-psychologische studie (’s-Gravenhage 1956).↩

  2. 2

    VW 6, 410-414.↩

  3. 3

    Lat.: verdienste.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 789. W. Banning aan O. NoordmansLunteren791. O. Noordmans aan J.J. Stam →