Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

789. W. Banning1 aan O. Noordmans

Driebergen, 20 maart 1947

Zeer geachte collega Noordmans,

Hartelijk dank ik U voor Uw uitvoerige en welkome kritische brief.2 Gij hebt in mijn boekje3 ook kunnen lezen, dat ik mijzelf allerminst dogmaticus weet,4⚑ en gaarne bereid ben naar iemand van dat vak te luisteren. Laat mij mogen toelichten hoe ik tot de term ‘daad’ Gods kom en die voorlopig onmisbaar acht. Het is in mijn leven, ook godsdienstig, niet gegaan langs lijnen van geleidelijkheid. Als ik ervan spreken mag (van het godsdienstig leven), als ik ervan sprak in de jaren dat ik te Bentveld mijn werk onder arbeiders deed, dan steeds in deze zekerheid: God deed en doet wat aan mij, aan jou, arbeider, aan deze wereld. En de kerk wil getuigen van wat God in Christus aan ons, aan de wereld doet. Ik ben ervan overtuigd, dat deze terminologie door allerlei mensen eerder wordt verstaan dan die van het ‘Woord’, en eveneens dat ze ook bijbels zich laat verdedigen. Uw kritiekk op de passage over de menswording is juist - mochte er ooit een herdruk komen, dan zal ik de aanleiding tot de onjuiste identificatie van menswording en incarnatie wegnemen. Het was mij om iets anders te doen, nl. dat God nog steeds voortgaat om mensenharten radikaal om te zetten, en dat het er voor ons op aankomt om Hem zijn werk aan ons te laten doen. Er wordt maar al te vaak in de empirische christenheid geredeneerd: het is geschied, en dus behoeft er aan mij niets meer te gebeuren. Ik hoop U iets van de psychologische achtergrond te hebben laten zien, meer ook niet. Ik weet dat psychologie geen dogmatiek mag zijn.

Met hartelijke groeten Uw

W. Banning

(AN)

Noten

  1. 1

    W. Banning, zie brief nr. 734 (29.6.1945), n. 7.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 788 (8.3.1947).↩

  3. 3

    W. Banning, Het vrijzinnig protestantisme op de Tweesprong (Arnhem 1945).↩

  4. 4

    A.w. 19: ‘De theologische discussie in vrijzinnige kring bewoog zich de laatste jaren om de beide tegenstellingen: Geloof en openbaring of Rede en ervaring. Ik betwijfel of wij er uitkomen. Hoewel ik mij niet deskundig weet op het terrein der dogmatiek, waag ik het een ander probleem naar voren te schuiven: dat van ’s mensen - der mensheid - nood en de bevrijding daaruit door God.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 788. O. Noordmans aan W. BanningLunteren790. A. Hijmans aan O. Noordmans →