840. O. Noordmans aan de bond van Nederlandse predikanten
Lunteren, 14 januari 1949
Zeer geachte collega,1
In antwoord op uw schrijven van 13 dezer wil ik mij wel bereid verklaren deel te nemen aan een samenspreking met het dagelijks bestuur van uw bond. Ik doe dat, ofschoon ik het laatste jaar mij afzijdig heb gehouden van alle vergaderingen en wel om gezondheidsredenen. Het belang van deze zaak is echter zo groot, dat ik, mede door de plaatsing van mijn artikel, mij verplicht reken, indien enigszins mogelijk, hier een uitzondering te maken.2 Wanneer u daartoe te Utrecht zoudt kunnen vergaderen, zie ik geen ernstig bezwaar in het aannemen van u uitnodiging. Daarbij zou ik het wel wenselijk achten, als u voor mij een secundus vroeg, die kan inspringen. Of een zesde emeritus er bij vroeg, zodat er een “voor het breken” over is. Met collegiale groet, O. Noordmans.
(ABNP)