922. B. ter Haar Romeny1 aan O. Noordmans
Ginneken, 31 januari 1953
Hooggeachte collega Noordmans,
Het lijkt me goed, dat ook iemand, die door u als enfant terrible van de liturgische kring werd gedoodverfd,2 u zijn hartelijke goede wensen stuurt tegen de dag van morgen. Ik zal inderdaad wel ’n enfant terrible geweest zijn, al heb ik niet bedoeld dat te zijn. Ik heb integendeel veel genoten van uw werken en geschriften, o.a. van uw pennestrijd met wijlen Van der Leeuw en vooral van de manier, waarop u ons kerkelijk leerde denken.3 Het heeft mij altijd gespeten, dat u nooit onze kerk hier in Ginneken gezien heeft noch er ’n dienst hebt gehouden of meegemaakt. Misschien, dat uw oordeel dan iets milder was geweest. Overigens is ’t al de moeite waard door ’n theoloog zoals u bent te zijn opgemerkt! Ik hoop, dat u ’t morgen goed hebt en dat u zult voortgaan de theologen in ons land voor te lichten. Met de meeste hoogachting, uw dw.
B. ter Haar Romeny.
(AN)