Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

921. R. Dijkstra1 aan O. Noordmans

Putten, 29 januari 1953

Beste vrienden,

Tot nog toe heb ik geen enkele condoleantie-brief beantwoord, een zekere apathie, die maar niet wijken wilde - mist in de natuur, mist in mijn ziel - verhinderde dit. Maar van jouw brief,2 beste Noordmans, heb ik een goede herinnering, zoals altijd trouwens, je hebt mijn vrouw in een paar zinnen juist gekarakteriseerd en mij op zinvolle wijze getroost. Mijn innige dank daarvoor. Van Dientje hoorde ik dat je fitter was dan een jaar geleden en je vrouw ook aan de beterende hand was. Dat is een grote weldaad op onze leeftijd. Trouwens uit de Hervormde Overpeinzingen merkte ik wel dat de geest helder en fris was, al zul je de lezers van In de Waagschaal wel eens wat zwaar belast hebben. Maar dat kan geen kwaad. En nu hoor ik, dat ge op 1 februari a.s. de dag herdenkt, dat ge in het ambt bevestigd werd te Idsegahuizum en Piaam, een halve eeuw geleden. Dat is geen jubileum, daar zijn we overheen, maar wel een gedenkdag. Wie heeft je toen bevestigd? Het was Visser toch niet?3 Ik kan me zo voorstellen, hoe in dat kleine kerkje, volgepakt met mensen, de sfeer was. Een echt-Friese sfeer, geladen met gemoedelijke vroomheid, zich uitend in krachtige psalmodieën. Jammer, dat je nu op 1 februari a.s. die ook net op een zondag valt in datzelfde kerkje nog niet een keer het Woord bedienen kunt. Ik heb soms nog altijd heimwee naar mijn eerste gemeente. Hoe klein je gemeente ook was, je werd toch in de wereld-kerk door het ambt ingeschakeld. En tot op hoge ouderdom mag je die kerk dienen: wonderlijk, ‘wij mannetjes uit het stof opgerezen’4 tot deze taak geroepen: het Woord uit te dragen in een zinneloze wereld en toch te weten, dat het niet ledig zal wederkeren tot de Zaaier die uitging om te zaaien.5 Ik hoop, dat je a.s. zondag met je vrouw vrolijk, dankbaar en in den Here gerust de weg moogt gedenken, die God met u gehouden heeft. Gij staat op het einde, dat een nieuw begin in zich bergt. Weest hartelijk gegroet, ook Johan, uw toegenegen,

R. Dijkstra.

(AN)

Noten

  1. 1

    R. Dijkstra, zie brief nr. 674 (18.7.1941), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 920 (jan. 1953).↩

  3. 3

    Dijkstra doelt op H. Visser, de voorganger van ON in Idsegahuizum en een persoonlijke vriend van laatstgenoemde, zie brief nr. 189 (1905). ON werd echter bevestigd door zijn zwager, ds. H.C. Lambers.↩

  4. 4

    ‘Verum ubi homuncio quispiam ex pulvere emersus in nomine Dei loquitur’, Inst. IV 3.1, OS V, 43, 18s.↩

  5. 5

    Vgl. Jes. 55:11 en Matth. 13:3, Mark. 4:3, Luk. 8:5.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 920. O. Noordmans aan R. DijkstraLunteren922. B. ter Haar Romeny aan O. Noordmans →