670. J. Riemens1 aan O. Noordmans
Leiden, 26 april 1941
Waarde Noordmans,
In verband met wat ik u mededeelde ter Utrechtse predikantenvergadering, gaarne nog het volgende. Nu ik voor de moeilijke vraag gesteld word, al of niet het voorzitterschap van Kerkopbouw te aanvaarden,2 tracht ik mezelf rekenschap te geven van zijn mogelijkheden. Kerkopbouw heeft nog 900 predikanten en anderen, die lid zijn. Als ik het goed zie, hebben die mensen vroeger zich aangesloten met de bedoeling, een eenheid in Christus te verwerkelijken zonder terug te vallen tot repristinatie. Ze zijn overtuigd, dat de 20e eeuw anders georiënteerd is dan de 16de, maar ze hebben een groeiend kerkbesef. Ze zijn bang voor ondermijning van geestelijke vrijheid, maar ze willen ook niet een karakterloze samenflansing van allerlei meningen in tractements-verbondenheid zonder meer. Verder is alles nogal vaag. Sommigen willen heel graag anglicaanse liturgieën en bisschoppelijkheid, anderen willen juist calvinistische soberheid om het Woord. Maar allen zullen onder de druk der tijden meer dan vroeger inzien, dat we eenheid en eendracht nodig hebben tegenover de gevaren van een moderne, buitenlands gekweekte agressie, waarmee ik niet bedoel een bepaald land, maar een bepaalde levensbeschouwing en mythevorming. Wat kunnen we nu doen? We kunnen steun bieden aan wat de Synode onder de druk des tijds gaat doen; en we kunnen daarover eventueel in opbouwende zin onze mening zeggen. We kunnen trachten te vergeten, hetgeen achter is, en ons uitstrekken naar het ideaal. We kunnen trachten misverstanden en misstanden uit de weg te ruimen of secundair te maken. We kunnen de synthese zoeken om Christus’ wil, bij het kruis. In dat geval zou de Hervormde Broederschap,3 waarvan ik zovele jaren secretaris ben geweest, kunnen worden ingesmolten in Kerkopbouw: behalve wat zij nog bezit aan wat geld, verkeert ze toch al in een staat van verstarring. Ze achtte zich overbodig na de kerkelijke besprekingen van de laatste jaren. Maar er zijn in steeds meerdere mate dingen, die ernstig overwogen moeten worden en er komen telkens principiële dingen aan de orde. Daarom is het eigenlijk wel jammer, als Kerkopbouw verdwijnt. Wat dunkt u? Met vriendelijke groet, tt.
J. Riemens.
(AN)