669. W.J. Aalders1 aan O. Noordmans
15 april 1941
Zeer waarde Heer,
Hartelijk dank voor uw Paasmeditatie,2 als memoria mei3 en vooral om de inhoud: de diepgang van het Paasevangelie, juist nu. Gij schrijft tegenwoordig niet veel. Uw bijdragen tot Woord en Wereld stel ik op hoge prijs, o.a. de - wat moet ik zeggen - ingetogen herinnering destijds, aan mijn 70-sten verjaardag,4 die ik, met uw pen, bijzonder waardeerde, al deed zij mij onrecht aan in zoverre zij mij overschatte. Binnenkort verschijnt van mij een Handboek der ethiek,5 dat mij wel enige zorg heeft gegeven. Er werd nog al aandrang geoefend en ik heb nu eenmaal jarenlang met de stof mij beziggehouden, die tot mijn leeropdracht behoort. Ik zou er veel aan hechten, als ik uw oordeel over dit boek mocht horen en zal mij veroorloven u een recensie-exemplaar te laten zenden, als bestemd voor de redactie van Woord en Wereld.6 De ethiek is in zeker opzicht nog moeilijker te behandelen dan de dogmatiek, omdat haar stof dichter bij ons staat en - als ik het zeggen mag; gij begrijpt mij - meer van ons is. Ik hoop, dat gij u zult blijven laten horen. Onze tijd heeft behoefte aan leidende en stuwende woorden. Hartelijke groeten van uw dw.
W. J. Aalders.
(AN)