794. O. Noordmans aan C. Veenhof1
Lunteren, 7 september 1947
Hooggeachte prof. Veenhof,
De indrukken, die ik verleden week donderdag, bij de discussie over uw referaat over ‘De Kerk’2 ontving, willen mij nog niet loslaten. Van beide zijden werd daar zo waardig met zoveel beheersing en met zoveel goede wil gesproken, dat ik diep onder beslag kwam van het tragische van deze scheiding.3 Als buitenstaander - wat iemand als Nederlands-Hervormde toch ook weer slechts zeer ten dele is - leek mij en lijkt mij dit uiteengaan zo onnodig, zo jammer, zozeer het gevolg van fatale misverstanden, dat ik er bijna geen woorden voor heb.Ik bedoel niet dat er geen verschilpunten zijn. Die heb ik van jongsaf waargenomen in deze beide kringen.4 Ik ben opgegroeid bij De Heraut5 en heb nog de correspondentie van mijn vader met Kuyper over de doop6 uit de 80-ger jaren. Maar dat hierover een kerksplitsing moest ontstaan, lijkt mij zo’n raadselachtig iets, dat ik moeite heb het als een feit te aanvaarden. U is bij uw discussie minder formeel gebleven dan uw opponenten. Dit vond ik een voordeel aan uw kant. U zei sommige zeer sympathieke en behartigenswaardige dingen, die ook voor hervormden zeer actueel zijn. Zo sprak u er over, dat er trappen7 zijn. Dat is volkomen juist. Ook vond ik het belangwekkend wat u opmerkte over het organische en het kerkelijke, evenals wat u zei over de tucht van meerdere en mindere kerkelijke vergaderingen. En eindelijk werd mijn aandacht zeer sterk in beslag genomen, toen u opmerkte: Men moet zijn kerkelijke dienst vervullen en daarmee zijn wij eigenlijk klaar. Ook toen u sprak over het oecumenische en katholieke en een onderscheid maakte tussen de leer en de regering van Christus. U liet daarmee tonen horen, waarnaar ik zeer geboeid geluisterd heb en die niet alleen voor uw kring en voor de thans verdeelde gescheiden kerken van belang zijn, maar ook voor de hervormde kerk en voor de hele christenheid. Juist daarom vind ik het zo doodjammer, zo fataal, zo onbegrijpelijk, dat uw mensen - en nu bedoel ik ook degenen die momenteel uw synodalen heeten - daarmee tegen elkaar oplopen en gevaar gaan lopen tot verenging des levens en der aandacht te komen. Dat moet niet en dat mag niet. Dat moet voorkomen worden en voor zover het een feit is, moet het ongedaan gemaakt worden. En niet alleen ongedaan. Het moet meer dan ongedaan gemaakt worden. Er moet winst uit gepuurd worden. Op korte termijn moeten de beginselen, die u in de discussie naar voren bracht, voor de hele Nederlandse gereformeerde gezindheid vruchtbaar worden gemaakt. - Uw conflict lijkt op Rusland-Amerika. Een fatale onafwendbaarheid. Hier moet door Gods hand ingegrepen worden. Wij mogen tot het bittere einde niet doorgaan. Zou ik uw referaat met discussie eens mogen lezen? En ziet u zelf een weg? Gaarne uw antwoord tegemoet ziende, met de meeste hoogachting, uw
O. Noordmans.
(Origineel bij fam. Veenhof)