Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

855. F.L.S.F. Baron van Tuyll van Serooskerken1 aan O. Noordmans

’s-Gravenhage, 28 juni 1949

Zeer geachte dr. Noordmans,

Gaarne zou ik van u vernemen of het u reeds mogelijk is geweest ten behoeve van de Synode een concept brief aan de regering op te maken terzake van de vraag in hoeverre het aan militairen geoorloofd is te weigeren aan een gegeven dienstbevel gevolg te geven met een beroep op het geweten.2 Zoals u zich zult herinneren hebben u en de heer Scholten3 op de laatste vergadering van de werkgroep Kerk en Overheid zich bereid verklaard tot het samenstellen van een dergelijk concept over te gaan. Bij informatie op het kantoor van de heer Scholten bleek mij, dat deze tot het einde van deze week uitstedig is. Mocht het door u opgemaakte stuk reeds ten kantore van mr. Scholten berusten, dan gelieve u het verzoek om inlichtingen uit de eerste alinea van deze brief als niet geschreven te beschouwen. Voor zover dit niet het geval mocht zijn, moge ik u er op attent maken, dat de eerstvolgende vergadering van de Synode gehouden zal worden van maandag 11-zaterdag 16 juli a.s. Na de vorige vergadering van de werkgroep is aan het moderamen van de Generale Synode medegedeeld, dat het standpunt van de werkgroep ten aanzien van deze aangelegenheid waarschijnlijk tegemoet kon worden gezien tegen de Synodevergadering van juli. Op grond van deze mededeling ontvang ik thans het verzoek mede te delen of een advies van de werkgroep inderdaad voor de betreffende vergadering verwacht kan worden. Inmiddels verblijf ik met de meeste hoogachting,

mr. F.L.S.F. Baron van Tuyll van Serooskerken

(voor deze: mej. dr. J. van Rossum)

(AN)

Noten

  1. 1

    F.L.S.F. Baron van Tuyll van Serooskerken, zie brief nr. 773 (13.12.1946), n. 1.↩

  2. 2

    In de vergadering van de werkgroep Kerk en Overheid van 3.3.1949 kwam het thema dienstweigering aan de orde, met name de kwestie van het ‘Befehl ist Befehl’. Dit probleem was bij de Algemene Synodale Commissie aanhangig gemaakt door prof.dr. M.J. Langeveld. Hier volgt de discussie in de notulen:

    ‘Prof. Vrij ... Het enige criterium voor dienstweigering is z.i. of het geweten iemand verbiedt iets te doen. Niet meer voldoende wordt gevoeld, hoe zeer dit criterium het karakter heeft van een uiterste. Door de oorlog is er een inflatie gekomen van de gewetensbezwaren.

    Mr. Scholten merkt op, dat de vonnissen hier en in Duitsland, tegen de Duitsers deze kwestie naar voren hebben gebracht. Hij wijst op de verschillende visies, die men op deze zaak heeft. De Duitsers wil men veroordelen, omdat zij geen dienst geweigerd hebben, ten aanzien van de Nederlanders wil men precies het tegenovergestelde.

    Volgens Prof. Vrij is wat er in Indonesië gebeurt niet te vergelijken met wat de Duitsers gedaan hebben. Uit de sententie van het Hoog Militair Gerechtshof inzake de kampongbrand die vroeger reeds de aandacht van de Werkgroep Kerk en Overheid had, mag niet worden afgeleid, dat in Indonesië het begrip insubordinatie niet bestaat.

    Dr. Noordmans wil, dat de Kerk zeer dringend onderstreept, dat er tweeërlei norm bestaat en dat er ook inderdaad tweeërlei norm gehandhaafd wordt. Befehl ist Befehl is juist. Maar daarnaast bestaat een andere norm, waarmede het individu rekening heeft te houden. In Duitsland heeft men onder invloed van de Lutherse opvattingen ten aanzien van deze laatste norm een steek laten vallen. De Gereformeerden zijn daarin niet meegegaan. Naar de mening van Dr. Noordmans is men te nationaal geworden en is het kerkrecht en het recht van het Koninkrijk Gods te ver op de achtergrond geraakt. In Neurenberg hebben een aantal Amerikanen (Mayflower) de draad weer opgenomen door te zeggen, dat “Befehl ist Befehl” niet opgaat en dat er een hoger bevel is waar rekening mee gehouden moet worden.

    De Secretaris is van mening, dat deze aangelegnheid een zeer persoonlijke is, die niet alleen het militaire, maar ook het gewone leven raakt.

    Mr. Scholten vraagt zich af, in hoeverre dit in het recht geïncorporeerd moet zijn. De Dienstweigeringswet is een typisch voorbeeld van het rechtens ruimte laten voor het “neen”.

    Ook Prof. Vrij zou ernstig daartegen willen waarschuwen. Men moet het z.i. bepaald op het beroep op overmacht laten aankomen. Wanneer een bevel gegeven wordt en iemand meent, dat hij daaraan geen gevolg kan geven, dan moet gezegd worden: Het is onrecht, maar gij hebt geen schuld omdat Uw geweten U verbiedt het te doen. Prof. Vrij zou niet willen, dat de Synode terzake enige stap deed. De problemen moeten niet opgewekt worden voor degenen voor wie zij niet leven. De kerk moet zich er toe bepalen steun te geven aan die jongens, die concreet in hun geweten bezwaren gevoelen.

    Prof. Noordmans [sic!; red.] vraagt of dan alleen het huisgezin ten deze een taak heeft.

    Hierop antwoordt Prof. Vrij, dat het pastoraal gezien belangrijk zou zijn, dat de veldpredikers op deze zaak een heldere kijk hadden. De Kerk zou eventueel aan deze predikanten leiding kunnen geven.

    Vervolgens merkt Prof. Noordmans op, dat hij met betrekking tot de onderhavige materie - bij uitzondering - gaarne zou zien, dat de kerk in het openbaar sprak.

    Volgens Prof. Vrij ligt de kwestie Befehl ist Befehl niet zo eenvoudig. De Kerk kan dit vraagstuk niet doorzien. Het is een gewetenszaak van enkele, ons ter harte gaande, enkelingen. Er moet geen algemene zaak van gemaakt worden.

    De Secretaris zou niet de vorm van een boodschap gekozen willen zien. Hij wil echter wel, dat de Kerk de gewetens scherpt.

    Mr. Scholten wijst er op, dat men in militaire dienst heeft aan te nemen, dat het uitvoeren van een bepaald bevel oorlogsnoodzaak is . Alleen wanneer men zeker kan weten, dat het fout is, heeft men het recht “neen” te zeggen.

    Volgens Dr. Noordmans kweekt het vasthouden aan de stelling “Bevel is bevel” afgestompte mensen.

    Mr. Scholten is het hier wel ten dele mee eens, doch hij zou niet gaarne zien, dat men het beginsel vanwege deze mogelijke afstomping nu maar terzijde stelde.

    Prof. Vrij wijst er op, dat de gewetensexceptie bij de Duitsers nooit gegolden heeft, terwijl het geweten in Nederland een grote plaats heeft ingenomen.

    Jhr. Mr. Schorer vraagt zich af, wat eigenlijk aan de Algemene Synodale Commissie gevraagd is door Prof. Langeveld. Wat de wetgeving betreft is er z.i. geen reden een voorstel te doen. Hij legt verder de vraag in het midden der vergadering of het niet goed zou zijn dat de veldpredikers zodanig op deze kwestie gewezen worden, dat zij, te velde hiermede bezig zijnde, de steun van de Kerk ontvangen.

    Mr. van Tuyll merkt op, dat de Kerk de aandacht van de veldpredikers hierop niet behoeft te vestigen, daar zij reeds dagelijks met deze materie te maken hebben.

    Volgens Prof. Vrij zijn er twee wegen, die bewandeld kunnen worden 1e. Men kan de juist te achten gezichtspunten, die zijn komen vast te staan, nadat de kwestie juridisch en theologisch is bekeken, doorgeven. 2e. Nu er eigenlijk geen gegevens zijn die er op wijzen, dat er bepaalde misstanden zijn, zou de kerk aan de volksvertegenwoordiging kunnen verzoeken nadere gegevens op te vragen betreffende de verschillende geruchten, die de ronde doen met betrekking tot onuitvoerbare bevelen en dienstweigering.

    Volgens Mr. Scholten gaat het niet zo zeer om de kwestie “bevel is bevel” als wel om de vraag of het doel de middelen heiligt.

    Prof. Vrij geeft als zijn mening te kennen, dat een regeling die verder zou gaan dan die van art. 13 van het reglement op de krijgstucht (exceptie van het geweten) fout zou zijn. De zaak moet uit de sfeer van de beleidsvraag gehaald worden.

    Dr. de Wilde deelt mede, dat tijdens een instructie van de militairen in het kamp te Nijmegen met zoveel woorden aan de militairen is medegedeeld, dat zij vrij zijn om te weigeren aan een dienstbevel te voldoen, wanneer zij dit onmenselijk vinden. Blijkt later, dat zij ten onrechte geweigerd hebben dan krijgen zij straf doch in ieder geval hebben zij dan voor zichzelf het gevoel juist gehandeld te hebben.

    De Secretaris deelt mede, dat er z.i. geen aanleiding bestaat om ten deze stappen te doen bij de overheid. Wel is er reden om iets vo or de militairen te doen.

    Hij is reeds bezig te onderhandelen met Ds. de Kluis, de hoofdlegerpredikant, inzake een artikel in Reveille.

    Mr. Scholten stelt vervolgens de vraag of men wel mag zeggen, dat het geweten ontlast wordt, doordat de verantwoordelijkheid bij de meerdere wordt gelaten.

    Volgens Mr. van Tuyll blijft er altijd een persoonlijke verantwoordelijkheid.

    Dr. Noordmans vraagt of deze materie in de casuïstiek moet blijven hangen.

    Volgens de Secretaris is dit inderdaad het geval, daar het geweten nu eenmaal een individuele zaak is.

    Over deze aangelegenheid ontspint zich nog een gedachtenwisseling tussen Dr. Noordmans en Prof. Vrij.

    Tenslotte wordt door de Werkgroep besloten, dat terzake van het schrijven van Prof. Langeveld aan de Algemene Synodale Commissie een brief zal worden gericht, waarin wordt weergegeven hetgeen besproken is op de vergadering. De Synode zal dan kunnen uitmaken of er termen aanwezig zijn zich inzake deze kwestie te wenden tot de geestelijke verzorgers dan wel tot de gemeenten.

    Ds. Wesseldijk zou gaarne zien, dat de Werkgroep haar gedachten in een wat meer definitieve vorm goot, opdat de Synode een leidraad van haar besprekingen zou hebben.

    Dr. Noordmans en Prof. Vrij verklaren zich desgevraagd bereid hun gedachten omtrent een en ander in een memorandum neer te leggen. Vervolgens zal getracht worden mede aan de hand daarvan een advies samen te stellen voor de Synodevergadering van Juli a.s. Eventueel zullen de artikelen van Prof. Vrij en Dr. Noordmans opgenomen worden in het officiële weekblad der Ned. Herv. Kerk.’↩

  3. 3

    Mr. G.J. Scholten, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 19.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 854. W.H. van de Pol aan O. Noordmans8. Lunteren856. O. Noordmans aan F.L.S.F. Baron van Tuyll van Serooskerken →