Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 4, p. 356–368

Weergave
Passages naar Readwise sturen

De Pensées van Pascal1

Naast de Provinciales staat een tweede boek van Pascal, dat met evenveel recht maar op heel andere titel een plaats heeft gekregen in de wereldliteratuur. De Pensées zijn een postuum werk, bestaande uit enige honderdtallen meestal los samenhangende gedachten over het mensenleven en het Evangelie, de natuur en de Genade. Pascal schreef ze neer in de beide laatste jaren van z'n leven, toen een inzinking van z'n lichamelijke en geestelijke krachten hem iedere geregelde arbeid onmogelijk maakte. Hij deed het op iedere strook papier die onder z'n bereik was als hij z'n idee wilde vastleggen. Dat geldt tenminste van de eigenlijke pensées. Want in het boek van die naam bevinden zich ook wel meer uitgewerkte stukken, die een andere herkomst hebben. De familie bewaarde deze verzameling met jaloerse zorg. Maar de omstandigheden waren in 1662, het sterfjaar van Pascal, niet geschikt voor publikatie. Sedert de moeilijkheden met de kerkelijke en politieke overheid, waarover ik in m'n vorig artikel iets meedeelde, was er een storm over het klooster Port-Royal en de priesters en solitaires, die daaraan verbonden waren, gevaren. Toen Lodewijk XIV in 1660 zelf aan de regering kwam was hij vastbesloten de kerkelijke eenheid af te dwingen. 'Toujours ces messieurs' zuchtte de koning eens, in verband met de moeilijkheden die de Arnaulds, de Singlins, de Sacy's, de Pascals aan z'n administratie bereidden. De 'petites écoles', waarin de elite van de Franse jeugd in de geest van het Augustinus-réveil werd opgevoed, werden gesloten. De beide kloosters2 aan een strenge visitatie onderworpen. Alle novices moesten weggezonden en de nonnen moesten een formulier ondertekenen, waarin ze hun onderwerping aan de pauselijke uitspraak verklaarden. Er vormde zich toen een ruimere en een strengere partij. De eerste ondertekende met een schriftelijke reserve. Pascal stond op de andere zijde en de strijd daarover met z'n vrienden van Port-Royal behoorde mede tot de laatste smarten van z'n leven. De rekkelijkheid baatte echter niet. In 1664 begon een nieuwe aartsbisschop van Parijs weer een strakkere visitatie, die met excommunicatie van de beide kloosters eindigde. Deze werd pas in 1669 opgeheven. Na enkele bemiddelingspogingen hadden de nonnen zich onderworpen. De kerkelijke vrede, die overigens niet definitief bleek, maakte de uitgave van de Pensées in 1670 mogelijk. De heren van Port-Royal kwamen weer uit hun schuilhoeken, De Sacy zelfs uit de Bastille, en enkele hunner werkten met de familie samen bij de publikatie.

Voor het ontstaan van de Pensées moeten we terug naar een vroegere periode. We moeten ons rekenschap geven van de overgang van de Provinciales naar de Pensées. De eerste werden plotseling afgebroken. Ruim een jaar na 't begin in januari 1656 sloot de beroemde reeks met de achttiende brief. Een volgende werd begonnen maar bleef onvoltooid.a - Nu slaan de beide laatste reeds een wat andere toon aan. Pascal was begonnen te schrijven om de beschaafde leek gunstig voor het jansenisme te stemmen. Hij werkte op de bekende 'bon sens' van z'n landgenoten en had de lachers op z'n zijde gekregen. Hij had over theologie en moraal gesproken met dezelfde volmaakte gemakkelijkheid, waarmee in de beste Parijse salons ieder ander onderwerp behandeld werd. Maar achter deze behendige manier school de ernst van een godsdienstig réveil en de ijver van een bekeerling. Met name de lettres 5-16 doen soms aan als een duel tussen God en duivel.

De verschijning van de Brieven heeft de ondergang van Port-Royal vertraagd. Maar tegelijkertijd was er nog een andere gebeurtenis, die hetzelfde effect had. Op 24 maart 1656 werd een nicht van Pascal, Marguérite Périer, in het klooster te Parijs door aanbidding van een relikwie van een erge oogzweer genezen. Dit feit staat in de annalen van het huis bekend als 'le miracle de la sainte épine'.b De relikwie werd verondersteld tot de doornenkroon van Jezus behoord te hebben. Naar buiten en naar binnen maakte het wonder, dat zich vermenigvuldigde, grote indruk. Met name Pascal is het blijven beschouwen als een goddelijke aanwijzing, dat hij streed voor een goede zaak.

Zo dwong Port-Royal, door geschrift en mirakel verdedigd, aan de kerk de erkenning van z'n goed-katholiek karakter af. Althans, men moest het tijdelijk ontzien. Er ontstond een sfeer van bemiddeling, waarin zich ook de heren rondom het klooster bewogen. De vraag moest overdacht in hoeverre men van de kerk kon blijven zonder z'n bijzondere roeping, kampioen van de Genade te zijn, te verloochenen. Achter die kwesties van fait en droit, gráce suffisante en gráce efficace, waarin de kerkrechtelijke en theologische moeilijkheden naar voren kwamen en die Pascal in de brieven 1-4 op zo amusante wijze had behandeld, school een veel grotere, die voor de gallicaanse kerk van beslissende betekenis had kunnen worden. Het ging er om of het jansenisme, het neo-augustinianisme, in de kerk tot een nieuwe verschijningsvorm van het christendom zou uitgroeien en zelfs tegen de paus z'n grond zou staan. Europa was dan naast katholicisme, anglicanisme, protestantisme een christelijke geloofsvorm rijker geworden. Dat geeft aan de jaren 1656-1660 zulk een kritieke betekenis. In abstracte laat het zich zeer goed denken dat Lodewijk XIV, die in 1660 zelf de regering aanvaardde, voor het jansenisme gekozen had. De geschiedenis van Europa was dan anders verlopen.

In de zeventiende en achttiende provinciale houdt Pascal zich nog eens met de verhouding tot de paus en de natuur der Genade bezig. De toon is niet meer zo speels. En weer verschijnt er iets bovennatuurlijks naast z'n brieven. Weer openbaart het zich aan een jong meisje, maar nu niet lichamelijk maar geestelijk. Pascals vriend, de hertog van Roannez, had een zuster, wier natuur door de in zulke zaken wat harde pen van Arnauld op de volgende wijze getekend wordt: geneigd tot luieren, niet al te consciëntieus, graag geféteerd, gesteld op gezelschap dat haar niet geheel ongevaarlijk was en minder op zulk dat haar moreel dienstig kon zijn. Gevierd, gezocht, van plan te trouwen, met een moeder die een partij voor haar zocht. Dit meisje werd, volgens haar eigen verklaring, door innerlijke drang, plotseling, zonder inwerking van preek, boek of gesprek, er toe gebracht te bidden om de bereidheid in een klooster te gaan, wat haar ook gewerd. Ze ging in juli 1657 in 't klooster Port-Royal.c

Pascal heeft in bedoelde laatste brieven z'n best gedaan om voor zulk absoluut genadeleven en voor de kloosterkringen waarin het zich openbaarde een plaats in de roomse kerk af te bakenen. Tussen de grote tegenstellingen: genade en kerk, genade en vrije wil, hoopte hij toen te kunnen bemiddelen. Hij had ook Thomas Aquinas enigszins beter leren kennen en maakte van sommige van diens onderscheidingen gebruik. Was er geen verzoening mogelijk tussen de radicale geest van Augustinus en de synthese der middeleeuwen?

Zo was dan de schrijver der Provinciales bezig een beetje gewoon theoloog te worden. Z'n stap in deze wetenschap wordt iets zwaarder. De denker over wis- en natuurkundige problemen, over cycloïde en luchtdruk, gaat de godsdienstige vragen, waarin hij door ervaring en omgang steeds dieper geïnteresseerd wordt, bezien in verband met de vinding en methode, waarin hij als geleerde zo uitmunt. Hij doet het, in aansluiting aan de stemming van de leidende geesten onder de jansenisten en de mogelijkheden van het ogenblik, in verzoenende zin.

Op deze weg voortgaande zou Pascal z'n Pensées niet geschreven hebben. Hij voelt z'n roeping en breekt plotseling af. Hij is meer dan de advocaat van een klooster of van een theologische richting. Hij is apologeet van het christendom naar een van z'n diepste opvattingen en hij zoekt een methode om het te verklaren naar z'n eigen aard. Een methode die in overeenstemming moet zijn met de hoogspanning, die het in het Augustinusréveil in en om het klooster vertoont. In vele opzichten anders dan de gewoonkerkelijke. Meer absoluut en in staat om rekenschap te geven van de vaak bruuske wijze waarop een Arnauld d'Andilly, een Le Maitre, een Mlle de Roannez en bovenal Pascal zelf zich van de wereld afkeerden. Hij wil de mens onder de genadewerking zo dicht mogelijk benaderen en ontleden.

Pascal schijnt daarbij ook en vooral aan de dialoog-vorm gedacht te hebben, zoals hij die ook in z'n Provinciales gebruikt. Ditmaal zal het geen goedige pater jezuïet zijn met wie hij gaat praten. Met wie dan? De figuur zal natuurlijk een meer universeel karakter moeten dragen. Maar ze behoudt toch bepaalde trekken. Hij denkt zich een man uit de wereld, advocaat, dokter of mathematicus, maar zonder te hechten aan z'n vakkennis. Hij zal zijn beschaafd, wat belezen en conversabel, een honnête homme, zoals de Fransen van zijn tijd vooral dat met voorliefde noemden, en waarvan ze met de uiterste zorg de theorie gaven. Iemand die in Plato's dagen het kalos kagathos belichaamde, die in Cicero's tijd het honestum en het utile beoefende, die in Engeland een gentleman heet en in Holland allerdeftigst een heer. Pascal is zo gelukkig hem in de Franse vorm aan te treffen. Daar is hij 't prettigst; gezwegen van de Griek, 't minst merkbaar opzettelijk. Behendig in leven en denken; gemakkelijk en sceptisch. Zo iemand heeft de schrijver nodig voor z'n dialoog.

Hoe hij 't wil aanleggen om zulk een gewone, onpedante geest, die graag mag denken zonder te laten merken dat hij denkt en allerlei dingen heel goed doet zonder methode, in één woord een Fransman, tot het Evangelie te brengen, dat heeft Pascal in de loop van het jaar 1658 voor een aantal vrienden uiteengezet.

Deze apologie van het christendom is nooit geschreven. De inzinking van krachten, waarover ik reeds sprak, belette het. Maar van het plan dat Pascal ontwikkelde, bestaan twee verslagen.d En in de Pensées hebben we brokstukken van de stof, die hij zou hebben verwerkt.e Aan een der beide resumés hebben we de kennis te danken van Pascals gedachten over morele zekerheid.f De beroemde mathematicus is geniaal genoeg om, anders dan vele zijner tijdgenoten, voor ieder levensterrein een andere bewijsmethode te vorderen. Toen hij z'n voordracht hield had hij zich pas opnieuw beroemd gemaakt door de oplossing van het probleem van de roulette. Maar hij denkt er niet aan met een mathematische of fysische methode het christendom te benaderen. Pascal is daarbij geen vakman. Hij is honnête homme ook zelf, als hij gaat spreken met z'n prettige en sceptische vriend, de mens zonder 'accent-grave' op het woord, de Fransman. Hij zal hem niet met lijnrechte bewijzen aan boord komen. Dat is ten eerste niet beleefd. Men moet iemand vrij laten. Bovendien - Pascal zegt het in een van z'n pensées - die metafysische argumenten zijn zo ver van't gewone denken en ze helpen zo kort.g Onze 'grandes certitudes' steunen slechts "op een klein aantal bewijzen, maar die elkaar wederkerig zo versterken, dat het meer dan genoeg is."h Filleau de la Chaise,3 een der beide verslaggevers van Pascals voordracht, haalt daarbij een voorbeeld aan, dat Pascal zelf nog niet had kunnen gebruiken, de brand van Londen in 1666. De eerste keer dat men iemand dat vertelde had hij met gelijke kans kunnen wedden op waar of niet-waar; de tweede keer twee tegen een voor wèl-waar; maar bij 't derde bericht had men zeker honderd tegen een gezet; bij 't vierde duizend en bij 't tiende z'n leven. De vermenigvuldiging bleek dus anders dan bij de getallen. Want daar bereikt men 't oneindige nooit; en bij de morele multiplicatie kan men bij 't derde of vierde bewijs soms reeds tot't oneindige, in dit geval de zekerheid, geraakt zijn. Een aantal waarschijnlijkheden geeft hier tot produkt een zekerheid. Wedden gaat over in weten.i

Op zulk een grondslag wil Pascal de godsdienstige zekerheid bouwen. Men merkt, deze methode is niet pedant, niet schoolmeesterachtig; 't is niet de manier van een vakman, zelfs niet van een theoloog-vakman. Ze dringt niet op maar insinueert; ze ontleent haar vorm aan de conversatie, aan het salon. Pascal houdt z'n 'honnête homme' in 't oog. Men mag dat niet vergeten als men zulke gedachten later door Duitse vaktheologen ziet overnemen. Maar overigens is Pascals salon nogal ruim. Profeten en apostelen mogen er komen en meepraten. En het gesprek stokt niet als Jezus binnenkomt. Het morele bewijs kan bijgebracht worden door één, twee of drie preken van Singlin, onder wiens gehoor zich altijd iemand bekeert.j En tenslotte is er nog de stille conversatie van de Heilige Geest in het hart, de kracht der genade, zonder 'preek, boek of gesprek' als bij Mlle de Roannez.

Eens heeft Pascal zich wat strenger als mathematicus met het religieus bewijs ingelaten. Wanneer, is niet zeker. Hij rekende toen aan een ongelovige voor, op grond van formules uit de kansberekening bij het spel, dat hij verstandig deed te wedden op 't bestaan van God en het eeuwige leven. Het is een oude argumentatie, die Pascal hier op formule brengt. Dat ligt buiten de lijn van z'n apologie. Maar het blijft nog in de toon van z'n bekeringsmanier. Wat is er meer sociabel dan iemand een pari voorstellen?k

We moeten nu zien hoe Pascal in z'n apologie de weg effent voor dat 'kleine aantal bewijzen, maar die elkaar wederkerig zo versterken, dat het meer dan genoeg is'. Hoe hij z'n sceptische vriend stemt om naar de bijbel te luisteren, zodat de sobere mededelingen van het Evangelie, die alle, afzonderlijk beschouwd, niet meer zijn dan een eenvoudige vertelling, een woord zonder stemverheffing of aanspraak op bewijskrachtigheid, samen zo'n zekerheid en zaligheid geven als nergens elders te verkrijgen is. Als hem dat te beurt valt, dan zal hij de kracht der Genade kennen.

Maar dan moet het ook duidelijk zijn, dat het een werk Gods is. De Genade moet de ere krijgen die haar toekomt. Dan moet eerst tabula rasa gemaakt worden met iedere andere bewijsmethode. Al die pedante, indringerige, niet-honnête argumenten, waarmee men zichzelf en een ander voor God wint, moeten weggeruimd worden. Dan blijft Jezus' woord over. "Jésus-Christ parle des plus grandes choses si simplement, qu'il semble qu'il n'y a pas pensé; et si nettement néanmoins, qu'on voit bien ce qu'il en pensait."l Dat is een manier, die z'n goede, in de grond allerchristelijkste Fransman bevallen zal.

Toch zal het hem, als het ernst wordt, nog niet meevallen. Hij wil eenvoudig zijn, maar is het zelf nog zo weinig. Hij vindt wat scepticisme gekleed staan, maar hij is op ieder gebied in z'n opvattingen, moraal en politiek, nog flink dogmatisch. Hij meent eerlijk te wezen, maar't huichelen zit hem toch nog in 't bloed. Molière heeft hem ook wel gezien als hij z'n Avare, Tartuffe, Bourgeois gentilhomme, Misanthrope of Femmes savantes schrijft. Die lijken wel van de zelfkant van het betere gezelschap genomen, maar in hofkringen kan men ook niet al te duidelijk zijn. Pascal wil hem ook aan zichzelf ontdekken, maar zonder hem te geselen. Hij gaat met hem twijfelen. Hij ontwikkelt z'n houding van honnête homme, z'n positief levenskarakter en niet z'n smalle kanten, en hij laat alle onzekerheden, betrekkelijkheden, halfheden, conventionaliteiten, absurditeiten, leugenachtigheden luid worden, die daarin opgesloten liggen. Zo'n beweeglijk, gemakkelijk mens zonder ballast, die ergens in 't midden van alle dingen om hem heen z'n prachtig evenwicht schijnt te bewaren, Pascal zal hem de afgronden laten zien, waartussen hij balanceert. Z'n figuur heeft iets van de christen in geloofshouding, maar hij is er toch slechts een schaduw van. Alle trekken moeten eerst verdiept en verwezenlijkt. Dan zal hij misschien, gewend aan en verzot op een 'bon mot', het werkelijk goede Woord van Jezus waarderen.

De methode van twijfelen was in Pascals dagen niet onbekend. Descartes had er z'n denken op gebouwd. Maar hem was het vooral om de fundamenten voor de natuurwetenschap te doen. Pascal zoekt een steun voor de genade en z'n grondwerk moet veel dieper gaan. Bij hem is de twijfel er niet alleen als men denkt, maar ook als men leeft en lacht, z'n werk doet, z'n ambt bekleedt. Ze holt niet slechts ons waken en dromen uit, maar ook het recht en de zede, onze stand en onze cultuur. Ze betreft het hele bestaan.

Wanneer ik daarop wijs, dan ben ik bang dat men dadelijk het woord, existentieel' zal spellen en aan de huidige tijdfilosofie gaan denken. Men moet dat vooral niet doen. We blijven in de sfeer van het Franse salon. We moeten eerder terug naar Montaigne, Cicero, de Academici, deze moraliserende betwijfelaars van het leven. Vooral Montaigne.

Aan de ingang van de Pensées behoort eigenlijk te staan het Entretien over Epictetus en Montaigne.m Het is een van de grotere stukken, die later aan de verzameling zijn toegevoegd. Maar voor Pascals denken over deze dingen staan ze heel aan 't begin. Toen deze zich voor de tweede maal bekeerde - men zie m'n vorig artikel - zocht hij een gesprek met Singlin, de biechtvader van Port-Royal. Deze verwees hem naar De Sacy.4 Fontaine, de biograaf, heeft beider ontmoeting geboekstaafd. De Sacy, die z'n bijbel en Augustinus goed kende, bracht het gesprek op Pascals geliefde auteurs, Epictetusn en Montaigne (1533-1592). Het Enchiridion van de eerste en de Essais van de tweede hebben beide een wereidgemeente gevormd en Pascal was lid van beide. - De uitgevers van de Pensées hebben uit het Entretien alleen de rol van Pascal opgenomen en de dialoog-vorm verwaarloosd. Maar de levendige wijze, waarop Pascal z'n schrijvers weergeeft, is wel bewaard gebleven.

Montaigne, 'né dans un état chrétien, fait profession de la religion catholique, et en cela ii n'a rien de particuliero - Pascal mag het er wel bij zeggen en we geloven graag, dat hij geen Luther of Calvijn geweest is. Het eigene van de auteur der Essais is dit: "il met ... toutes choses dans un doute si universel et si général, que, l'homme doutant même qu'il doute, son incertitude roule sur elle-même dans un cercle perpétuel et sans repos."p Op deze bijna mathematisch-klare formule brengt hij het denken van de edelman van Périgord. Toch is er reden voor de fijne opmerking, die De Sacy in het Entretien bij Fontaine maakt als hij vraagt of Pascal niet wat veel verband en methode in de manier van z'n schrijver legt.q Inderdaad is de twijfel bij Montaigne meer natuurlijk, heidens, een oud verzet tegen het dogma van Stoa en Kerk. Men kan deze gemakkelijke Epicurist zien als een overgebleven Latijnse heiden, die zich van christendom en volksverhuizing, van Goten en Franken, van arianisme en katholicisme niets heeft aangetrokken. Een landedelman, zoals er in iedere periode in Zuid-Frankrijk wel zijn overgebleven, die genoeg had aan de eigene en hem omringende natuur en wat verstrooide, vooral klassieke lectuur; voortzetting van de Romeinse cultuur in Zuid-Gallië onder de keizers.

Pascal las graag in Montaigne en zonder die lectuur zouden vele van z'n pensées heel anders gedacht zijn. Ze brengen een natuurlijk en moreel element in z'n methodische twijfel, die anders veel mathematischer zou zijn uitgevallen. En de taal en zegswijze van de gasconse landjonker geven hem wat gewone menselijkheid tegenover de verfijning van de hoofse kringen, waarin hij verkeert. De oud-klassieke traditie grijpt hier op gelukkige wijze in in het meer precieuze nieuw-classicisme van de eeuw van Lodewijk XIV. Z'n apologie wint daardoor aan grondigheid en diepte.

Pascal gaat dan met z'n honnête homme praten. Overal over. Hij zal z'n vriend laten zien, dat hij wel reden heeft wat sceptisch tegenover het leven te staan. Straks zal hij hem zorgvuldig het betrekkelijk 'klein aantal bewijzen' bijeenzoeken uit bijbel en kerkleer, die samen 'meer dan genoeg' zijn voor het geloof. Maar eerst moet hij merken dat de gronden van de twijfel in alle dingen zitten. "C'est une maladie naturelle à l'homme, de croire qu'il possède la vérité directement; et de là vient qu'il est toujours disposé à nier tout ce qui lui est incompréhensible; au lieu qu'en effet il ne connait naturellement que le mensonge..."r

Hij praat dus met hem over wiskunde, politiek, gezellige omgang, moraal, literatuur, filosofie - overal staart de scepsis hem in 't gelaat. Ik kan hier niet in de lengte overschrijven wat ieder daarover in de Pensées vinden kan. Laat ik een paar heel korte pensées of gedeelten daarvan nemen.

"La chose la plus importante à la vie, c'est le choix d'un métier. Le hasard en dispose. La coutume fait les maçons, les soldats etc."s Dat is stand.

"Voulez-vous qu'on dise du bien de vous? N'en dites point."t Zo is de conversatie. ⚑"Ce chien est à moi, disaient ces pauvres enfants; c'est là ma place au soleil; voilà le commencement et l'image de l'usurpation de toute la terre."u Luister, enfants de la patrie: dat is de 'gloire'.

"La mort est plus aisée à supporter sans y penser, que la pensée de la mort sans péril."v

Dat is het mensenleven.

"Pourquoi me tuez-vous? Et quoi! Ne demeurez-vous pas de l'autre cóté de l'eau?"w

Daar gaat de moraal.

"La justice est ce qui est établi."x En daar het recht.

"Diseur de bons mots, mauvais caractère."y En daar gaat l'honnête-homme zelf.

"Le moi est ha:issable."z En Pascal.

Men zou een onjuiste gedachte van Pascal en z'n apologie krijgen als men hem enkel wilde zien in 't licht van een aantal zulke navrante pensées. Zo mag men La Rochefoucauld5 lezen, maar niet de schrijver van de Pensées. Wij weten niet welke plaats bij zulke dingen in de dialoog van z'n apologie zou hebben gegeven. Soms zou hij ze een ander in de mond gelegd hebben. En de humor en de bonhomie zouden alles hebben verzacht. - Maar de ernst zou toch gebleven zijn. "L'homme ... ne connait naturellement que le mensonge." Dat zou de som van alle wereldse vastigheden en braafheden geweest zijn. Thomas met z'n mediate kennis en suffisante genade is hier ver te zoeken. Montaigne, de oude overleefde heiden, de gasconse bonvivant, zwaait in dit halfrond de scepter. Hij is de overste van de wereld van de honnête homme.

Pascal heeft ook nog een andere, meer moderne manier om met z'n vriend te twijfelen; een manier, die Montaigne zo niet kent. Die manier is minder natuurlijk en moreel en meer op mathematische en metafysische visie ingesteld - Niet zo vakmatig als bij z'n pari, maar gemengd met moreel sentiment. Hij nadert z'n catechisant dan van een andere zijde. Deze beschaafde mens hecht iets aan het 'juste milieu', waarin hij zich bevindt, het natuurlijk gemakkelijk evenwicht dat hij bewaart, zonder bepaalde gronden, enkel door de kunst van te leven. Pascal zal hem laten zien wat zo'n plaats in 't midden betekent en kijken of hij dan niet duizelig wordt. Hij rekent hem voor, dat er eigenschappen zijn, die alle dingen gemeen hebben. De voornaamste daarvan is, dat twee oneindigheden elkaar overal ontmoeten; het oneindig grote en 't oneindig kleine.a

Deze visie is allereerst mathematisch en Pascal heeft ze in die richting uitgewerkt tot de grens van Leibniz' ontdekking van de oneindigheidsrekening. Maar hier gebruikt hij ze voor morele doeleinden.

"Qu'est-ce que l'homme dans l'infini?" "Qu'est-ce que l'homme dans la nature? Un néant à l'égard de l'infini, un tout à l'égard du néant, un milieu entre rien et tout."

Pascal wijst dan aan dat al onze zinnen werken tussen twee oneindigheden. Onze hele kennis is zo. Als we 't voorwerp van ons onderzoek willen grijpen, "il se dérobe, et fuit d'une fuite éternelle". De afgrond roept tot de afgrond en wij zitten er tussen in 't midden. Iedere wetenschap heeft twee uitersten die elkaar raken. Men weet niets als men geboren wordt en de grote geesten ontdekken dat ze weer niets weten. - Alle filosofische scholen kunnen onder twee aanvoerders gebracht worden: Epictetus en Montaigne. Twee uitersten. De eerste kent 's mensen onmacht niet, de ander z'n adel niet. De fout is, dat de filosofie beide beurtelings in 't zelfde subject plaatst. Epictetus zou een God geweest zijn - zo zei Pascal oorspronkelijk in z'n Entretien met De Sacy - als hij beide gekend had.b Alleen een God kan beide verenigen, want alle onmacht behoort aan de natuur, alle kracht aan Gods hulp. De Godmens verenigt beide en overspant de kloof tussen de uitersten. "On ne montre pas sa grandeur", zegt hij elders, "pour être en une extrémité, mais bien en touchant les deux à la fois, et remplissant tout l'entre-deux. "c Dat is goddelijkheid.

Hier zien we Pascal dan met z'n half-mathematische, half-morele twijfel aan de theologie raken. De oneindigheid uit de wiskunstige analyse raakt die uit de theologie. Zelf zegt hij: "c'est ainsi, que la philosophie conduit insensiblement à la theologie: et il est difficile de ne pas y entrer, quelque vérité que l'on traite.",d leder ding, iedere gedachte raakt de theologie. Maar niet direct. Wat ze regelrecht openbaren, dat is: le mensonge, l'abime. Die twee heeft Pascal aan de hand van z'n Montaigne en z'n geometrie, z'n antieke en moderne levenskritiek, duidelijk leren zien en aanwijzen. Hij ziet ze altijd naast zich. Inderdaad, l'honnête homme heeft reden om wat sceptisch te zijn en op z'n evenwicht te letten. De arme salonheld schrikt toch wel een beetje als hij z'n eigen kosmische schaduw ziet op het doek der oneindigheid. Misschien zal hij dankbaar zijn als hem enkele ware dingen gezegd werden, al waren 't er maar weinige; enkele zekerheden, waaraan hij zich vast kan houden.

Pascal zal ze hem noemen. Op een directe wijze kan hij hem niet helpen, Hij kan niets regelrecht bewijzen. "La justice et la vérité sont deux pointes si subtiles, que nos instruments sont trop émoussés pour y toucher exactement. S'ils y arrivent, ils en écachent la pointe, et appuient tout autour, plus sur le faux que sur le vrai.'e Maar er is nog altijd die morele zekerheid, waarover Pascal gesproken heeft. Uit alle zekerheden van de leugen van het leven telt men geen waarheid op. Maar misschien zullen die enkele waarschijnlijkheden, die de bijbel meedeelt, de wondere vermenigvuldiging te zien geven, die zekerheid tot produkt heeft. Uit de afgrond van ons midden omspannen we de oneindigheid niet. Maar misschien kunnen we zalig worden door de Godmens die het wel kan.

Die weg volgt Pascal. Z'n honnête homme kan zichzelf blijven. Nog liever: geheel zichzelf worden. Hier wordt niets bewezen, niets opgedrongen. De bijbel vertelt maar, en doet het goed. En Jezus praat heel gewoon. "Cette clarté, jointe à cette naïveté, est admirable."f Hier is het ware salon. De echte honnêteté. Met een fijne tact, een 'esprit de finesse', met het hart worden waarschijnlijkheden hier tot zekerheid samengevoegd. Dan zijn een klein aantal bewijzen, zoals we hem hoorden zeggen, 'meer dan genoeg'.

Zo mediteert Pascal over de boeken van Mozes, de profeten, de evangeliën. Z'n toon verandert hier. De bewondering, het gebed, soms een traan mengen zich er in. Met een klare, schier mathematische intuïtie omvat hij het binnenste licht, dat in de dingen schijnt. Maar het inzicht gaat telkens over in een kennis die alleen het hart kan hebben. "Le coeur a ses raisons, que la raison ne connait point."g "Jésus-Christ est un Dieu dont on s'approche sans orgueil, et sous lequel on s'abaisse sans désespoir."h

Zoals er in het kritische deel van Pascals denken twee factoren zijn, de antieke en de moderne twijfel, zo ook in het opbouwend gedeelte. Naast de idee der oneindigheid blijft die van de orde regeren. Naast de analyse van het hoofd, de synthese van het hart. Een Fransman geeft zich nooit geheel aan het criticisme over. Hij houdt behoefte aan het concrete, het reële, het gehele, het menselijke, het godmenselijke. Z'n gezicht op Jezus als de beide uitersten der oneindigheid omvattende is te mathematisch, te analytisch, te modern om alleen te blijven staan. Deze tijdgenoot van Descartes is te veel antiek denker om Aristoteles en z'n indelingslogica te kunnen ontberen; te zeer Latijns mens om de dingen niet in hun eigen orde en rang te laten en te goed katholiek christen om afstand te doen van de drie grote kringen, waarin Dante z'n laatste visie vierde.i De beroemde pensée over de drie rangen is te lang om hier geheel uit te schrijven. Ik geef slechts het slot:

"De tous les corps ensemble, on ne saurait tirer la moindre pensée: cela est impossible, et d'un autre ordre. Tous les corps et les esprits ensemble ne sauraient produire un mouvement de vraie charité: cela est impossible, et d'un autre ordre tout surnaturel."j

Zou deze apologie een zuivere vertolking van het Augustinusréveil geworden zijn? De geest in het klooster en onder z'n omwonende solitaires was stiller; er was minder gesprek en meer gebed; de genade was er meer een kracht en minder een morele overreding. La mère Angélique zou misschien evenmin een apologie als een provinciale begeerd hebben. Ongetwijfeld geeft de manier waarop Pascal in z'n boek Epictetus en Montaigne met de bijbel en Augustinus als schering en inslag had willen samenvlechten iets anders dan de schok, waarmee ze in het leven op elkaar stootten, toen hij z'n Entretien hield met De Sacy. Zo'n verschil tussen boek en leven blijft er wel altijd. Maar een feit is, dat men de auteurs van Pascal in het klooster niet las en niet wilde lezen.

De vraag is moeilijk kortweg te beantwoorden. Pascal is van Port-Royal en - volgens z'n eigen woorden - niet van Port-Royal.k Pascal is Pascal. Maar als men hem met Augustinus vergelijkt dan moet men toegeven dat deze kerkvader nauwelijks met zoveel geweld de menselijke waarde heeft neergezet als de schrijver van de Pensées. 't Is waar, hij kent ook de 'grandeur' der menselijke natuur, de macht van haar alle lichamen omvattende pensée. Hij schrijft zelf pensées. Maar die macht kan God alleen aan haar uitoefenen. Epictetus regelrecht toepassen geeft niets dan 'mensonge'.

Pascal is ook geen kloosterling. Hij is mathematicus. Hij is man van de wereld in staat van genade en in beoefening der ascese. Hij bestudeert de natuur en leest z'n bijbel. Hij kent de schrijvers die een honnête homme leest. Hij is de advocaat van het klooster, meer nog van 't christendom en 't meest van de Genade. Hij spreekt daarvan - gelukkig - op zijn manier. Wie leest Arnauld nog? Of Jansenius? Maar de wijze, waarop hij het doet, plaatst hem onder de strengere, zuiverste vertegenwoordigers van deze merkwaardige opleving in de gallicaanse kerk. Dat zijn apologie niemand bekeren kan weet hij wel. De Genade moet het doen. Zij is meer dan z'n pensée. "En écrivant ma pensée, elle m'échappe quelquefois; mais cela me fait souvenir de ma faiblesse, que j'oublie à toute heure; ce qui m'instruit autant que ma pensée oubliée, car je ne tends qu'à connaitre mon néant."l Hij is en blijft van Port-Royal. Maar hij is het ook niet. Door z'n gedachte en haar inkleding, z'n genie en de ontvangen genade treedt hij uit de omgeving en staat in een rij met de grootste schrijvers die het christendom heeft aan te wijzen.

Jammer dat Pascal z'n apologie niet kon uitwerken. Of niet? Dat is een vraag die heel verschillend beantwoord is en nog wordt. Dan hadden we een boek gehad, zegt de een, en nu hebben we, in de Pensées, Pascal zelf. Maar dat boek zou de roman van een ziel bevat hebben als de Confessiones van Augustinus, zegt een ander. Of de eerste moderne bijbelse uitlegkunde, die nu Spinoza gaf.

Er valt niet na te pleiten. Pascal kon z'n plan niet voltooien. Hij kon slechts van tijd tot tijd een losse gedachte noteren op een stukje papier, z'n manchet of z'n hand. We hebben ze zoals ze als fragmenten van een hoger geheel hem meer toegedacht, dan door hem uitgedacht werden. Niemand zal ze ooit tot een goed sluitend geheel kunnen samenpassen. Soms leest men in de notitie iets anders dan Pascal bedoeld zal hebben. Pascal wist dat die wanorde in z'n pensées 't werk van God was. De grote methodische denker is geniaal genoeg om te weten wat een fragment, een vinding waard is. Hij is christen genoeg om 't goed te vinden, dat hij door z'n zwakheid dichter bij 't volk komt, dat ook bij stukken denkt. "Le peuple n'est pas si vain qu'on le dit; et ainsi l'opinion qui détruisait celle du peuple sera elle-même détruite."m Hijzelf vindt 't goed, dat hij geen apologie kan geven maar slechts pensées:

"J'écrirai ici mes pensées. Sans ordre, et non pas peut-être dans une confusion sans dessein: c'est le véritable ordre, et qui marquera toujours mon objet par le désordre même."n

Genade is meer dan Genie.

Voetnoten

  1. a

    De fragmenten van de negentiende brief in Les provinciales, L.Cognet ed.,Parijs1965,p. 381-384. Waarom Pascal ze niet voltooide is onbekend.↩

  2. b

    Zie F. Strowski, Pascal et son temps, 3 dln., Parijs 1907-1908, dl. 3, p. 133 vv.↩

  3. c

    Vgl. a. w., dl. 3, p. 143-152.↩

  4. d

    Namelijk van Pascals neef, Etienne Périer en van Filleau de la Chaise, beide in G. E., dl. 12.↩

  5. e

    In de Brunschvicg ed. van de Pensées, Parijs 1951, herkent men deze brokstukken aan de letters A.P.R. (à Port-Royal) aan het begin van een pensée.↩

  6. f

    Bedoeld is het verslag van Filleau de la Chaise, Discours sur les pensées de M. Pascal (1672).↩

  7. g

    Pensées et opuscules, L. Brunschvicg ed., p. 570 (pensée 543).↩

  8. h

    Cit. naar Strowski, Pascal et son temps, dl. 3, p. 287 v. S. citeert hier een verhandeling van Filleau de la Chaise, getiteld Qu'il y a des démonstrations d'une autre espèce et aussi certaines que celles de la géométrie (± 1677).↩

  9. i

    Cit. naar a. w., dl. 3, p. 288 v. Het citaat niet in het verslag van Filleau de la Chaise, zoals de tekst van N. doet denken, maar in de in noot h genoemde verhandeling.↩

  10. j

    Zie p. 350, noot 1.↩

  11. k

    Zie sectie 3 van de Pensées en m.n.de lange dialoog daarin(pensée233), waar Pascal aan een vrijdenker tracht de voordelen te doen inzien van het christelijk geloof door toepassing van een kansberekening (pari). Pensées et opuscules, L. Brunschvicg ed., p. 434-442.↩

  12. l

    A. w., p. 699 (pensée 797).↩

  13. m

    Entretien avec M. de Saci sur Epictète et Montaigne, in a. w., p. 146-162.↩

  14. n

    *Stoïcijns filosoof onder Domitianus. * Zie VW., dl. 2, p. 117, noot 6.↩

  15. o

    Entretien, in Pensées et opuscules, L. Brunschvicg ed., p. 150.↩

  16. p

    Entretien, in a. w., p. 1 50 v.↩

  17. q

    Entretien, in a. w., p. 155.↩

  18. r

    In het fragment over De l'esprit géométrique, in a. w., p. 176 v.↩

  19. s

    A. w., p. 97 (pensée 97).↩

  20. t

    A. w., p. 337 (pensée 44).↩

  21. u

    A -w., p. 468 (pensée 295).↩

  22. v

    A -w., p. 405 (pensée 166).↩

  23. w

    A.w., p . 464 (pensée 293).↩

  24. x

    A.w., p. 475 (pensée 312).↩

  25. y

    A.w., p. 338 (pensée 46).↩

  26. z

    A.w., p. 541 (pensée 455).↩

  27. a

    In deze en de volgende alinea's refereert N. aan a.w.,p.347-358 (pensée72).↩

  28. b

    Entretien, in a. w., p. 149.↩

  29. c

    A.w.,p.491(pensée353).↩

  30. d

    Entretien, in a. w., p. 161.↩

  31. e

    A. w., p. 369 (pensée 82).↩

  32. f

    A. w., p. 699 (pensée 797).↩

  33. g

    A. w., p. 458 (pensée 277).↩

  34. h

    A.w.,p.567(pensée528).↩

  35. i

    Zie in dit deel, p. 393, noot a.↩

  36. j

    Het slot van de pensée over de drie rangen van 'stof, 'gedachte' en 'liefde', in Penseés el opuscules, p. 697 (pensée 793).↩

  37. k

    Zo in de zestig en zeventiende provinciale. Zie m. n. Les provinciales, L. Cognet ed., p. 329.↩

  38. l

    Pensées et opuscules, p. 499 (pensée 372).↩

  39. m

    A. w., p. 482 (pensée 328).↩

  40. n

    A. w., p. 499 (pensée 373).↩

Eindnoten

  1. 1

    De pensées van Pascal verscheen in Eltheto 87 (1932) nr. 1, p. 4-17.↩

  2. 2

    Port-Royal had zowel een vestiging 'aux Champs' als te Parijs.↩

  3. 3

    Jean Filleau de la Chaise (± 1630-1693), secretaris van de hertog van Roannez met wie Pascal was bevriend. De la Chaise had een belangrijk aandeel aan de totstandkoming van de uitgave van de Pensées.↩

  4. 4

    De Sacy (1613-1684), pseudoniem van Louis-Isaac Le Maistre, was jansenistisch theoloog, auteur van een bijbelvertaling. Zijn gesprek met Pascal over Epictetus en Montaigne had plaats in januari 1655, enkele maanden na Pascals tweede bekering.↩

  5. 5

    Franqois de La Rochefoucauld (1613-1680), Frans schrijver. In zijn Maximes (1665), een bundel met ca. 700 aforismen, stelt hij op grond van zijn waarnemingen van de hogere standen van zijn tijd, dat al onze handelingen hun bron hebben in eigenliefde.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Blaise Pascal (Eltheto)Deel 4Blaise Pascal (lezing) →