296. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Rotterdam, 19 mei 1916
Amice frater,
Deze week op mijn studeerkamer komende, werd ik verrast door daar een pakket te vinden afgezonden door Doesburgh te Leiden. Ik was mij niet bewust iets daarvandaan wachtende te zijn. En al peuterende aan ’t touw, dacht ik over dissertaties of present-exemplaren. Maar ’t was zo dik, zie, daar was ’t geheim opgelost en lag de Avondzon van het Heidendom1 op mijn schrijftafel. Nu, ik moet zeggen, dat is de moeite waard. Om zo’n boek te schrijven, allereerst, dat dus in 1⚑_ jaar uitverkocht is. Dat lever ik hem niet. Maar de moeite ook waard, om het boek te hebben. Hartelijk dank voor deze onverwachte verrijking van mijn boekerij. Ik ben verlangende het te lezen. Op dit ogenblik zit de predikantenzendingscursus2 en de schrijverij in de Mededelingen3 even mij in de maag. Zo kon ik ’t alleen maar even doorbladeren. Maar ik heb al eerder lust gehad het te lezen. Nu is het brandende in mij. Vandaag was er ook in de Nieuwe Rotterdammer een geestig feuilleton van de heer Hartman over het eindexamen van het gymnasium.4 ’t Enige bezwaar is, dat hij zich niet ontziet telkens te vloeken. Ik begrijp niet, waarom zo’n classicus als hij toch per se vloeken wil, niet zegt: bij Zeus!5 Overigens vindt hij daar alle examens uit de boze en geeft hij aan, hoe de druk daarvan het onderwijs bederft. Ik weet er, al is ’t dan niet op gymnasiaal gebied, ook van mee te praten. Maar onze waarde voorzitter, prof. Van Nes,6 voelt er niets van en trekt zich van geen dezer dingen iets aan. Ik vrees dat zijn klassieke studie hem te diep in ’t stoïcisme heeft doen kijken. In elk geval, Hartman heeft mij in het hart gegrepen. Hij voelt de examen-ellende. Hij is dus sympathetisch met mijn gevoelens, ook dat doet mij naar dit gezellig lijkende boek verlangen. En dan de vriendschap, die het op mijn schrijftafel legde, dat is de band die het tot een luxe-uitgave maakt. Dus nog eens hartelijk dank. - En ben je weer veilig en wel bij vrouw en kinderen thuis gekomen, verkwikt door het Utrechtse samenzijn?7 Maken jullie allen het nog wel? Hier alles naar wens. Bon is sedert een week naar Leeuwarden. Ze was zeer aan enige rust toe, na een winter van ziekenverpleging. Mijn schoonzuster kan nog mooi de huishouding waarnemen. En zo zit ik dan hier zonder vrouw, maar niet onverzorgd. Resultaat is, dat ik ’s avonds veel te laat naar bed ga, omdat het zo rustig studeren is. En zo besef ik, hoezeer wij mannen de teugel toch nodig hebben ... Hartelijke groeten, ook aan vrouw en kinderen, tt.
N. Brouwer.
(AN)