293. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Rotterdam, 25 april 1915
Amice frater,
Al een veertien dagen heb ik het schrijven van de 10de1 in mijn bezit. En nog kwam ik niet tot beantwoording daarvan. Aanleiding was het drietal,2 dat als drietal zeker aardig is, maar dat als het verder komt dan dat, mij in een moeilijk parket zou brengen. De beide andere broeders willen ’t beiden zo heel graag worden. En ik zou mij niet gaarne daarvoor geschikt achten. Men zou zo zeggen, dat ik er dan ook maar rustig buiten blijven moet. Het zou daarom wel een rust zijn, als men dr. Slotemaker de Bruïne3 maar kiezen wou. De Hartog4 schijnt wel meer kans te hebben, maar een ‘profeet’ moet geen ‘professor’ worden, vind ik. Hij is, dunkt me, beter voor de vrije dressuur. En wat ’t ook nog bij hem worden zal, is mij niet geheel helder. Ik zie dat niet zonder enige zorg aan. Afijn, de beslissing is op handen. Intussen dank ik je zeer voor de vriendelijke woorden, die je naar aanleiding van ’t feit voor me vond. Het was mij in deze tijd niet geheel onverschillig, omdat ik deze winter met Gunning5 onaangenaamheden heb gehad, waarover later wel eens meer. Later ... dat is dan misschien de volgende week op de predikantenvergadering,6 wanneer wij neiging hebben om bos en veld te verkiezen boven theologische wijsheden. Of misschien in Doetinchem?7 Ik vind het eigenlijk jammer, dat je daar om de gemelde reden niet zou komen. Vroeger heb ik er net zo over gedacht. Toen ik er eenmaal geweest was, gingen mijn bezwaren over. Tenslotte heeft ’t Dijkianeum8 toch ook veel goeds gedaan. Ik denk wel eens: de niet-confessionele broeders zijn voor een groot deel uit Doetinchem gekomen. ’t Heeft ook zijn schaduwzijden. Er zijn ook wel een aantal onmogelijke typen vandaan gekomen. Maar wat heeft zijn schaduwzijde niet in dit ondermaanse. Deze cursus is toch ook een ongezochte gelegenheid om eens nader kennis te maken met een inrichting, die voor ons land toch zeker wat betekend heeft en nog betekent en wel betekenen kan. En dan zul je zeggen dat ’t keurig is. Bovendien worden de kosten gedragen door de zendingscorporaties. Doetinchem geeft alleen zijn gebouw, en dat ook wel om relaties te krijgen. Mij dunkt dat er daarom geen bezwaar is te komen. En het kan heel goed zijn: er zijn nu al ruim 40 aanmeldingen. 36 kunnen in Ruimzicht worden ondergebracht. De anderen krijgen in de stad een kamertje om te slapen, eten op Ruimzicht. Is de aanmelding niet tot 1 mei? Denk er nog maar eens over. En dan schrijf ik je nog iets. Het doet mij veel genoegen, dat Religion in Geschichte und Gegenwart9 je bevalt. Ja, ik vind het ook bijzonder geschikt. Ik heb nog een 2de druk van Herzog’s R.E.,10 maar daar kom je eigenlijk nooit uit een artikel. Dat is allemaal even schwerfällig en gedegen. Dit is geloof ik wel een poging om van liberale zijde Herzog er wat uit te werken. Zo is ’t mij tenminste door een Duitser eens uitgelegd. Maar dan moet ik toch zeggen, dat die liberale zijde er verstand van heeft. Nu heeft mij het genoegen, dat ik je doen kan, een brief gekost ... Waarom dan mij door de Avondzang des Heidendoms11 te laten beschijnen? ... Hier gaat alles op dit ogenblik weer vrij wel. We hadden in ’t begin van de winter drie kinderen aan de kinkhoest en mijn vrouw er bij. Later broertje zes weken aan zee. Toen influenza. Nu is hij beterende van een middenoorontsteking. Zo is de winter weer voorbij gesukkeld. We hopen op beterschap als we Rotterdam verlaten. Tot ziens dan. Hartelijke groeten, ook aan je vrouw, tt.
Nus Brouwer.
(AN)