312. J. van Dorp1 aan O. Noordmans
Gendringen, 19 februari 1920
Amice,
Dezer dagen kreeg ik in de portefeuille van mijn leesgezelschap de Stemmen, waarin je inleiding van de predikantenvergadering stond, tenminste het eerste gedeelte.2 Het trof me nog eens weer wat een prachtig stuk het is. Het was wat moeilijk om bij het horen direct geheel te vatten. Zelfs leest het nog niet zo gemakkelijk, maar het is wel bijzonder goed. Tegelijk trof me echter - en dat is eigenlijk de reden, waarom ik schrijf - dat de beginselen, die je daar ontwikkelt zo heel dicht staan bij die der Chr. Soc. Partij.3 Ik weet niet of je vanouds een lezer van de bladen van ‘Van de Laar’4 bent, maar dan zul je de overeenkomst met zijn denkbeelden vermoedelijk direct toestemmen. ’t Was tenminste wel een merkwaardige misvatting van Beerens,5 toen hij bij hem sympathieke conservatieve klanken meende gehoord te hebben. De manier waarop je het christelijk sociaal beginsel aangeeft als berustend op de wil om de persoonlijkheid, die in de sociale ontwikkeling van tegenwoordig dreigt onder te gaan, tot haar recht te doen komen; de gevolgtrekking die je daaruit maakt, dat vanzelf door dit beginsel de christelijk sociale beweging gedwongen wordt in te gaan op de sociale kwesties en zich met de sociale praktijk in te laten - dit alles lijkt mij volkomen juist en liggende op de lijn der Christelijk Sociale Partij.6 Als ik me daarin niet vergis, voel je dan niet de noodzakelijkheid om onze beweging te steunen? Je zult het toch zeker wel met mij eens zijn, dat wat de coalitie aan sociale elementen herbergt, gebonden ligt door het conservatisme. Is het dan niet onze plicht te gaan staan aan de zijde, waar op het ogenblik in Nederland het christelijk sociale beginsel het meest zuiver gezien wordt, d.i. bij Van de Laar? Ik stel me voor, dat we heel wat aan je zouden kunnen hebben als partijlid. Of je sympatie voelt voor het optreden in openbare vergaderingen, weet ik niet. Misschien niet. Mijn sympatie ligt daar ook niet zo erg, al doe ik het noodgedwongen en al bevalt het me uitstekend als ik me maar eenmaal over mijn tegenzin heb heengezet. Men komt op zulke vergaderingen èn met vrienden èn met tegenstanders in aanraking, waar wij in de gemeente gewoonlijk niet zoveel van merken. En daar zitten beste elementen onder. Maar al zou je alleen ons helpen met je pen, dan zouden we al heel blij zijn. Vriendelijke groeten, tt.
J. van Dorp.
(AN)