Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 6. Suameer

Weergave

313. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Oegstgeest, 23 februari 1920

Amice frater,

’t Is alweer enige weken geleden, dat ik je brief1 ontving, waarvoor nog vriendelijk dank. ’t Doet me genoegen dat je gunstig oordeelt over mijn 1 en 2 Thessalonicenzen.2 Ik zal waarschijnlijk niet zo licht weer een commentaar gaan schrijven. ’t Neemt wel heel veel tijd. Overigens is ’t voor mezelf misschien nog ’t vruchtbaarst. Je komt met zo heel veel kwesties in aanraking. Trouwens, ook overigens is daarover geen klagen! En het geeft een onbevredigd gevoel, telkens weer met een ander vak bezig te zijn en als je er wat in thuis raakt, het weer te moeten laten liggen en je weer in wat nieuws te moeten verdiepen. Maar dat brengt het werk aan de zendingsschool nu eenmaal mee. En ik denk dan daarbij, dat het nuttig is voor de jongelui dat ik van allerlei wat weet, al gaat het niet tot ’t allerdiepste van de zaak. Voor mijzelf is dit vaak een strijd. Je zou eens iets geheel willen beheersen. Maar er is zwaarder strijd dan deze. Met leedwezen las ik van je moeilijkheden in de gemeente en ook in huis, wat de gezondheidstoestand van je vrouw en kinderen betreft. Hartelijk hoop ik dat die nu weer hersteld of althans herstellende zijn. ’t Is een heel ding als de huisvrouw niet alles regelen kan en doen. Dat heb ik nu ook al anderhalf jaar ondervonden, en het schijnt alsof er voorlopig geen uitzicht op herstel bestaat, ofschoon de dokter daar alleen maar moed in heeft en het ook wel eens plotseling kan komen. Wachten en stil zijn, dat is het wat men dan moet leren. Hoe moeilijk is ook een verhouding in de gemeente, zoals je die beschrijft. ’k Heb gedacht, dat het zeker een oplossing zou zijn, als je daar eens vandaan kon komen. Nu heb ik heel weinig invloed en ook heel weinig connecties. Maar een veertien dagen geleden vroeg ds. Ruys,3 hier te Oegstgeest, mij of ik iemand wist voor Heusden, waar Ruysch van Dugteren4 weggaat, zoals je weet. Ik heb toen met nadruk je aanbevolen. Of het iets zal geven? Ik zou het heel graag willen. Hoe is de zaak nu verder afgelopen met je ‘ouderling’? Ik ben verlangend er nog wat van te horen. Hartelijk ben ik ’t met je eens, dat het Christendom steeds meer als een levenskracht moet worden uitgevochten, zodat allerlei leerverschil daarbij geheel op de achtergrond raakt. Zelf heb ik dat bij de vele onaangenaamheden die ik hier ondervonden heb ook steeds meer gevoeld. Maar voor mij ligt de strijd meer hierin, dat ik probeer mijzelf weg te cijferen en altijd maar weer vraag wat mijn plicht is tegenover de eisen van mijn werk. De gevallen laten zich, geloof ik, heel moeilijk vergelijken. De moeilijkheden zijn zo heel anders. En door de onmogelijke behandeling heb ik zelf mij ook tot scherpe woorden laten verleiden. Misschien wordt hier de moeilijkheid opgelost, doordat met mei collega Burger5 hier komt, een gewoon, niet opgeblazen mens met wie te praten is. Voor jou zal de beste oplossing zijn: een andere gemeente. Maar dat is voor ons soort mensen niet zo makkelijk om daaraan te komen. Wat zijn de dingen in ’t leven toch anders dan ze van te voren schenen te zijn. Wat zijn ze van nabij ook heel wat minder mooi dan uit de verte. Maar dan denk ik maar aan ’t naïeve idealisme van de jeugd dat onbezorgd en onbekookt als ’t was, plaats moet maken, - met schade en schande helaas - voor ’t realisme der mannelijke jaren, die ons de dingen laten zien, zoals ze werkelijk zijn. Dan leren we ook beter ’t voorrecht te verstaan, van de ogen omhoog te mogen heffen en boven deze wereld uit getild te worden, opdat alle dingen medewerken ten goede.6 En dat is een strijd. De hartelijke groeten, ook aan je vrouw, tt.

Nus Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    Onbekend.↩

  2. 2

    A.M. Brouwer Paulus de apostel. De brieven aan de Thessalonicenzen, vertaald en toegelicht, 2 dln. (Zutphen 1919).↩

  3. 3

    A.J. Ruys (1852-1939), herv. pred. te Hollandscheveld 1876, Scherpenzeel (Gld.) 1880, Oegstgeest 1888-1923.↩

  4. 4

    G.P.A. Ruysch van Dugteren (1878-1939), herv. pred. te Oudenhoorn 1902, Heusden 1908-1920, Axel 1924-1931.↩

  5. 5

    A. Burger, herv. pred., dir. internaat Ned. Zendingsschool te Oegstgeest 1920-1923.↩

  6. 6

    Romeinen 8:28.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 312. J. van Dorp aan O. Noordmans6. Suameer314. A.M. Brouwer aan O. Noordmans →