418. J.H. Gunning JHzn.1 aan O. Noordmans
Bilthoven, 6 december 1932
Beste Noordmans,
Met grote dank heb ik uw brochure2 ontvangen en twee keer achtereen gelezen. Welk een rijk, suggestief stuk hebt gij geleverd! Hoe hebt gij mijn vader telkens met eerbied naar voren gebracht! En ... hoe ingewikkeld zijn al onze kwesties, sedert wij Rome verlaten hebben. Zonder Rome komt geen kerkherstel tot stand, en met Rome gaat het toch ook niet. Ik zeg met Newman voor zijn overgang: ‘Ach, Rome, waart gij maar niet Rome!’3 Ik geloof dat de bisschoppelijke organisatie nog de beste is, en gij voelt er ook haar bekoring van, al tracht ge u diets te maken dat het wezenlijke er van ook in de presbyteriale denkwereld en praktijk te vinden is. Maar zeker is het dat als de leek nog meer invloed zal krijgen, wij het zonder de bisschop niet rooien. O wee, daar zie ik dat ik een reeds beschreven blaadje nam! Vergeef het mij. Ik kan zo slecht weer een nieuw epistel beginnen. Geloof mij met een hartelijke handdruk, uw vriend
J.H. Gunning JHzn.
(AN)