419. W.Th. Boissevain1 aan O. Noordmans
Oegstgeest, 27 december 1932
Amice,
Je gelukwensen met mijn jubileum2 waren mij zeer weldoende zowel om de Noordmanniaanse stylering als om de gevoelens van hartelijke vriendschap, waaruit zij voortvloeiden. We hebben in de jaren die achter ons liggen dan ook menig woord en menige handdruk gewisseld, die in mijn leven betekenis hadden en behielden. En laat ik je dit eens zeggen: je weet wellicht, dat ik voor de vacature Van Nes3 als kandidaat van Knappert4 en ik meen ook van Van Nes enige kans maakte.5 Uit de aard der zaak was ik niet afkerig van deze betrekking. Dat ik het niet geworden ben, was voor mij vrij gemakkelijk te verwerken, niet alleen omdat ik zeer gaarne in Leiden als predikant sta en mijn ambt liefheb, maar vooral, omdat ik het toch niet met ongemengde gevoelens geworden was, want ... Noordmans was de aangewezen man! Je bent in mijn schatting de geboren theoloog. Tegen deze appreciatie verzet zich natuurlijk je theologie. Laat ik dan schrijven: dat je in mijn schatting in ons vaderland van onze tijd dè theoloog bent. Maar je hebt niet veel moeite gedaan om dat te laten ontdekken door degenen, die pilaren d.w.z. deskundigen geacht worden. Dat komt omdat je, als je theologiseert, niet aan theologie en nog wat anders denkt maar alleen aan theologie. Nu ik je dit geschreven heb, begrijp je temeer, hoezeer ik je hartelijk en waarderend schrijven heb op prijs gesteld. Ik was er trots op! Je brochure6 las ik met veel instemming. Ik leef sinds 24 november met bezoeken en brieven in die mate in het derde stuk van de catechismus,7 dat ik nog geen gelegenheid vond om haar nog eens rustig door te lezen. Mijn vluchtige indruk was, dat ik aan de waarden der traditie hoger betekenis zou hebben toegekend en aan de tekenen der tijden minder invloed op mijn beschouwingen en oordelen zou hebben toegekend. Maar het is best mogelijk, dat bij een zorgvuldiger lezen deze indruk verdwijnt. Je angst voor het pompeuze8 deel ik niet. D.w.z. ik begeer voor de kerk de uiterlijke staat en statie, en neem dan de omstandigheid op de koop toe, dat kerkdienaren zonder zelfkennis en proportie-instinct er pompeusiteit van maken. Je moet niet vergeten, dat je eigen houding veel meer charismatisch dan ambtelijk is. Zij is origineel en hangt ten nauwste met je persoonlijkheid samen. Juist om dat je theoloog bent, heb je de ambtstekenen niet nodig. Maar menig ander wordt volgens je ambtsrecept een koolkwekende ongegeneerde knuppel. We praten hier nog weleens over. Je zult wellicht antwoorden, dat een knuppel minder kwaad doet in het werelds hoenderhok dan een kalkoense haan. Als je 5 januari naar Utrecht9 komt, schrijf me dan even, dan breng ik een te-leen-exemplaar van mijn brochure mee.10 Present-exemplaren heb ik niet meer; ik kreeg er maar vijf. Moge de komende jaren mij nog menig wijsheidswoord en vriendenhanddruk van je ten deel vallen. Vele hartelijke groeten van je zeer toegenegen
W.Th. Boissevain.
(AN)